Europa is niet langer de enige met een economisch probleem

Niet alleen Europa, maar ook de rest van de wereld moet rekenen op tegenvallende groei, zo stelt het IMF. Zelfs de nieuwe kampioenen van de wereldeconomie zijn niet langer immuun.

Schrale troost voor de eurozone: het is niet langer het enige deel van de wereld met een economisch probleem. Gisteren schaalde het Internationale Monetaire Fonds (IMF) de prognose voor de mondiale economische groei terug met 0,1 procentpunt tot 3,5 procent.

Dat lijkt een minieme wijziging ten opzichte van de vorige raming in april, maar alarmerend is hij wel. Een ongeschreven wet bij het IMF is dat elk percentage onder de vier in de wereldeconomie gelijk staat aan een ‘recessie’. Omdat ook de groeivooruitzichten voor 2013 zijn verlaagd, van 4,1 procent naar 3,9 procent, blijft de situatie voorlopig slecht.

Gisteren bleken de Amerikaanse detailhandelverkopen voor de derde achtereenvolgende maand te zijn gekrompen – een fenomeen dat zich in Europa al veel langer voordoet. Topman Bill Gross van Pimco, het grootste beleggingsfonds in obligaties ter wereld reageerde pessimistisch: ,,Als de cijfers over de werkgelegenheid, winkelverkopen, investeringen en bedrijfswinsten in aanmerking worden genomen, dan nadert de Amerikaanse economie een recessie.”

Dat is slecht voor de herverkiezingskansen van president Obama. Maar wie er ook in november wint, het IMF raadt de VS aan om de ‘begrotingsklif’ te vermijden, die aan het einde van dit jaar dreigt. Een politieke patstelling over het verhogen van het Amerikaanse plafond voor de staatsschuld kan, net als in de zomer van vorig jaar zorgen voor grote onrust op de financiële markten.

Het Fonds verlaagde gisteren ook de economische prognose voor het Verenigd Koninkrijk, dat de eurocrisis dacht uit te kunnen zitten in ‘schitterende isolatie’. Significanter zijn de neerwaartse bijstellingen voor de nieuwe krachtbronnen van de wereldeconomie. China, dat onder meer kampt met de gevolgen van een te sterk gegroeide vastgoedsector, wordt teruggeschaald van een groei van 8,5 procent naar 8 procent – een cijfer waarvan de markten overigens verwachten dat China dat ook niet meer haalt. India gaat van 6,7 procent naar 6,1 procent en Brazilië van 3,1 procent naar 2,5 procent.

Meevallers zijn er ook, in Duitsland en Japan, waarbij dat laatste land ironisch genoeg vooral profiteert van de aardbeving en tsunami vorig jaar. De landen groeien 0,4 procentpunt harder dan werd verwacht. Maar dat weegt niet op tegen de rest.

Het IMF gaf aan dat bij de volgende raming in oktober er wellicht een verdere neerwaartse bijstelling van de groei in het verschiet ligt. Hoe langer de dip duurt, hoe groter de schade. Bedrijven raken langzaam door hun reserves heen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek bericht dat het aantal Nederlandse faillissementen in de eerste helft van dit jaar met een kwart is gestegen.

Van een mineurstemming op de aandelenbeurzen was vanmorgen niets te merken. Integendeel, in Azië en Europa stegen de koersen. De reden: hoe slechter het gaat, hoe groter de kans dat de Amerikaanse centrale banken overgaan tot een nieuwe ronde van grootscheepse geldschepping. Dat zou het derde monetaire infuus worden sinds de kredietcrisis van 2008. Later vandaag verschijnt de topman van de centrale banken, Ben Bernanke, voor het Amerikaanse Congres.

In afwachting van aanwijzingen voor een nieuwe dosis monetaire doping reed het beleggerspeloton vanmorgen alvast een stukje harder.