Dode bever zonder kever

De eerste Rotterdamse bever op de snijtafel. Foto Kees Moeliker

Vaste bezoekers van Het Natuurhistorisch ruiken wel eens vaker een vies luchtje, maar die ochtend hing er een doordringende geur van verrotting in het museum. De avond tevoren was er een bever (Castor fiber) gevild die – zoals wij dat noemen – ‘groen’ was. De Dierenambulance Zuid-Holland Zuid had het kadaver op 4 juni 2012 in een beginnende staat van ontbinding uit de Nieuwe Maas bij het Noordereiland gevist. Het was de eerste bever uit Rotterdam die het museum ooit binnenkreeg. Het dier, een wijfje met een lengte van 106 centimeter van kop tot staartpunt, is vermoedelijk afkomstig uit de Biesbosch, waar de populatie flink groeit en langzaam uitwaaiert in de rivieren ten zuiden en oosten van Rotterdam, zoals de Oude Maas, de Lek en de Noord. Waarnemingen en vondsten in de Nieuwe Maas ten westen van de Van Brienenoordbrug waren er nog niet. Vandaar dat het stinkende kadaver met extra zorg werd behandeld om de huid uiteindelijk te kunnen opzetten.

De dode bever had geen verwondingen en verkeerde in een goede voedingstoestand met normale verdeling van buik- en onderhuids vet. De spieren waren goed ontwikkeld, er was geen sprake van spierverlies door voedseltekort of ziekte. Hart en longen waren in goede toestand, hoewel de extreem ‘natte’ toestand van de longen op de verdrinkingsdood wees. De maag was goed gevuld met vers voedsel – een brij die leek op een mengsel van fijngehakte spinazie en zaagsel. Het onderste deel van de endeldarm was gevuld met verse keutels, hetgeen ook op een acute dood wijst. De beide eierstokken getuigden van een lang en vruchtbaar leven: ze oogden oud en ingedroogd. Het gebit vertoonde normale slijtage van zowel tanden als kiezen.

De pels werd intensief uitgekamd op beverkevers (Platypsyllus castoris). Dit nog geen drie millimeter grote, blinde parasitaire insect leeft uitsluitend op bevers en voedt zich met huidweefsel. De soort werd in 1869 ontdekt op Noord-Amerikaanse bevers (Castor canadensis) in de (oude) Rotterdamse Diergaarde, en destijds aangezien voor een vlo. Helaas werden ze op deze dode Rotterdamse bever niet gevonden. De beverkevers hadden het zinkende schip kennelijk al verlaten.