Britain-bashing

Het Verenigd Koninkrijk bespotten is het favoriete gezelschapsspel in Brussel. Voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie voerde onlangs een act op in het Europees Parlement. Hij verweet de Britten „leedvermaak” over de eurocrisis en oogstte luid applaus van de zelfbenoemde ‘pro-Europese fracties’.

Naarmate de frustratie over de eurocrisis groeit, groeit in Brusselse kringen de afkeer van de Britten. Londen wordt de zondebok voor Brussels falen, maar is zelf verward. Een duidelijk concept over de Britse toekomst in de Europese Unie ontbreekt. Intussen wordt de eurosceptische bevolking koest gehouden met beloftes van een referendum.

In de EU veranderen machtsverhoudingen door twee breuklijnen.

De eerste is die tussen eurozonelidstaten en EU-lidstaten die (nog) niet hiertoe behoren. Behalve het Verenigd Koninkrijk en Denemarken zijn juridisch alle EU-lidstaten euroland of ‘kandidaat-euroland’. De meeste (nog) niet eurolanden maken geen haast. Het Verenigd Koninkrijk verzette zich principieel. Dit maakt Londen automatisch tot schietschijf bij de Europese elite. Die gebruikt de euro als breekijzer voor een politieke unie.

De tweede breuklijn is een tegenstelling tussen noord en zuid binnen de eurozone, met Duitsland als noordelijk kernland tegenover Zuid-Europa, dat overdrachten eist. Nederland zit in dezelfde boot als Duitsland. Het Verenigd Koninkrijk staat buiten deze breuklijn, maar heeft grote belangen bij het lot van de euro. Londen is een globaal financieel centrum. De Britse economie lijdt onder de eurocrisis. Premier Cameron vreest dat economische stagnatie zijn herverkiezing bedreigt.

‘Leedvermaak’ is een ongepaste omschrijving. De Britten worden hoe dan ook getroffen door de eurocrisis. Het Verenigd Koninkrijk exporteerde in 2010 naar de EU voor een bedrag van 210 miljard pond. De export naar de Verenigde Staten was 72 miljard pond en naar de Commonwealthlanden 37 miljard. De Britse import uit de EU was 243 miljard.

De opmerking van Barroso is gestoeld op frustratie. De Britten maakten vanaf het begin de juiste analyse van de euro. De Britse minister Hague (Buitenlandse Zaken) noemde de muntunie vijftien jaar geleden een „brandend huis zonder uitgang”. Barroso omschreef de euro twee jaar geleden als „het Europese schild tegen de crisis”. Wie had er gelijk?

Britain-bashing ligt in het verlengde van het Brusselse intellectuele ongelijk: het Verenigd Koninkrijk zweert samen tegen Europese integratie. De Londense City speculeert, de Britse regering torpedeert en de Britse bevolking opponeert. Na Napoleons keizerrijk en het Duitse Derde Rijk heeft continentaal Europa eindelijk weer een vijand.

De insulaire mentaliteit maakt de Britse bevolking instinctief eurosceptisch, maar de Britse politieke elite – van Labour tot de Conservative Party – wil het Verenigd Koninkrijk in de EU houden. De Britten lopen buiten de EU een groter gevaar dan erbinnen. De eurozone is gedoemd een gebied van permanente stagnatie te worden, zelfs al komt er een economisch, monetair en politiek euroblok. Zuid-Europa heeft zijn concurrentiekracht verloren. Overdrachten verhelpen dit niet, integendeel. Een transferverslaving dreigt. Duitsland en Nederland staan evenwel steeds onwilliger tegenover die overdrachten. De politieke spanning groeit binnen het euroblok. Op aanwijzing van Frankrijk wordt de oorzaak hiervan gelegd bij Angelsaksische machinaties. Barroso toont hoezeer de Europese elite al is bevangen door dit sentiment.

Een EU zonder Verenigd Koninkrijk zal het economisch liberalisme op het continent marginaliseren. In Duitsland is het liberalisme in ademnood; in Frankrijk een scheldwoord. Verweesd liberalisme maakt een continentaal politiek blok centralistisch, protectionistisch en autoritair. De door Fransen en Duitsers gedomineerde EU zal de Britse toegang tot de continentale interne markt afknijpen en het financieel centrum in Londen treffen met EU-wetgeving met extraterritoriale werking. De VS zijn ver weg. De Commonwealth is met 8 procent van de Britse export geen substituut. Een kleine handelsnatie als Nederland heeft de Britten nodig, in de EU.

Waar de Britse elite reageert met ratio, reageren Britse kiezers met het hart. Dit voelen de parlementsleden in Westminster. Vorig jaar kreeg Cameron te kampen met een opstand in eigen rangen van conservatieve parlementsleden die ‘een referendum over Europa’ eisen. Vorige maand pleitte oud-minister Fox (Defensie) voor „heronderhandelen van de Britse relatie tot de EU”. Hij wil bevoegdheden, zoals sociale wetgeving, weer van Brussel overhevelen naar Londen. Cameron zei hierop een referendum niet uit te sluiten, maar zei niet wanneer en met welke vraag. In een simpel ‘EU-lidmaatschap ja of nee’-referendum is de kans op een nee vrij groot.

Deze politieke druk maakt de Britse koers ondoorgrondelijk. Ten aanzien van de eerste breuklijn hoopt Cameron dat het Verenigd Koninkrijk als buitenstaander zijn positie kan heronderhandelen naarmate de eurozone verder integreert. Bij de breuklijn tussen noord en zuid zal hij begrip hebben voor Duitsland – Britten zijn niet zo goedgeefs – maar om pragmatische redenen bepleit hij een bankenunie, zolang het Verenigd Koninkrijk erbuiten blijft. Hij bepleit euro-obligaties, zolang de Britten niet meebetalen. Hij mikt op ‘heronderhandelen’, maar bevordert tegelijk een continentaal blok dat zich onvermijdelijk zal keren tegen het Verenigd Koninkrijk. Britain-bashing is de prelude.