Als raketgeleerden weer raketgeleerden worden

Het is niet links, maar common sense: een te grote financiële sector is slecht voor de samenleving.

Op de mestvaalt van elke crisis groeien bloemetjes. Eén daarvan is de afnemende statuur, en de hopelijk afnemende omvang, van de financiële sector.

Om met dat laatste te beginnen: het Internationaal Monetair Fonds publiceerde vorige maand een onderzoek met de veelbetekenende titel: Too much finance? Het stuk was een antwoord op een artikel van de voormalige Amerikaanse centrale bankier Alan Greenspan in de Financial Times, waarin deze waarschuwde voor de negatieve gevolgen van het inkrimpen van de financiële sector.

De IMF-economen vonden echter iets totaal anders: juist wanneer de omvang van de leningen aan de private sector in een economie de 100 procent van het bbp overschrijdt, dan zijn de gevolgen voor de productiviteit en de economische groei negatief. De reden: instabiliteit van het systeem en de misallocatie van middelen. Er wordt te veel energie en geld gestoken in een activiteit die niet of weinig bijdraagt aan de welvaart.

Die misallocatie geldt ook voor een ander waardevol goed: talent. Elk jaar komen er briljante studenten van de universiteiten die zich hebben bekwaamd in de exacte vakken. Wiskundigen, natuurkundigen. Toen de exacte wetenschap zich verplaatste van de wereld van de fysieke uitvindingen en innovaties naar de wereld van de complexe financiële producten, trok dat veel talent naar de financiële sector. Geef ze eens ongelijk: de verdiensten zijn daar veel beter dan in de rest van het bedrijfsleven of in de academische wereld.

Er is sindsdien een boel talent vergooid aan financiële activiteiten die de samenleving vaak meer kwaad hebben gedaan dan goed, en op zijn best niet hebben bijgedragen aan de productiviteit. De onderzoekers citeren James Tobin (die van de tax) uit 1984: „We gooien meer en meer van onze middelen, inclusief de besten van de jeugd, naar financiële activiteiten die losstaan van de productie van goederen en diensten, naar activiteiten die hoge particuliere beloningen genereren die niet in proportie staan tot hun sociale productiviteit.”

Dat klinkt zo op het eerste gezicht best links voor het IMF, is het niet? Of is het gewoon common sense? Kijk eens naar de Bank for International Settlements (BIS), de ‘bank der centrale banken’. Dat is ook niet direct een van de eerste die zich zouden aansluiten bij de Occupy-beweging.

Toch publiceerde topeconoom Stephen Cecchetti van de BIS in januari een onderzoek met de titel: ‘Reassessing the impact of finance on growth’. Daarin de volgende zin, die hier om zijn kracht te behouden onvertaald wordt gelaten: „Finance literally bids rocket scientistst away from the satellite industry. The result is that erstwhile scientists, people who in another age dreamt of curing cancer or flying to Mars, today dream of becoming hedge fund managers.”

De conclusies van de BIS zijn overigens eender als die van het IMF. Tot op een bepaald punt is de ontwikkeling van een financiële sector gunstig. Maar een te grote of te snel groeiende financiële sector is slecht voor economie en samenleving. Sectoren die er het meest onder lijden zijn niet toevallig de meest innovatieve bedrijfstakken, die het sterkst afhankelijk zijn van onderzoek en ontwikkeling. Zij groeien 2 tot 3 procent langzamer in een land met een snel groeiende financiële sector dan in een land waar die sector langzamer groeit.

Leun achterover en laat dit even inwerken. Het terugdringen van de macht en omvang van ons financiële waterhoofd is geen socialistische of kapitalistische opdracht. Het is simpelweg in het algemeen belang.

Mooi bloempje, niet?