Viva España

Je kunt als gebied ook geluk hebben met je immigranten! Neem het dorpje Benalmaldena Pueblo aan de Costa del Sol, waar het barst van de Nederlanders. En niet de minste: Adriaan van Bassie & Adriaan, Ria Valk, de Frogers, Frans Bauer, Corry Konings, Hans Kazan hebben er ook een appartement.

Het mooie is: Benalmaldena Pueblo ademt nog steeds de sfeer van vijftig jaar geleden met z’n witgekalkte huisjes, overal bloembakken aan de geveltjes en z’n gezellige pleintje. Typisch Spaans! Daar waren de Nederlanders – grote liefhebbers van de Spaanse cultuur – vanaf gebleven.

Er zat daar van alles in die heuvels:

- Een Nederlandstalige relatietherapeut

- Een Nederlandse hondentrimsalon

- ‘Het Kruideniertje’, het adres aan de Costa voor Albert Heijn-huismerk-producten

- Nederlandse kroegjes

- Nederlandse tapasrestaurantjes

- Nederlandse fysiotherapeuten

- Nederlandse beleggingsadviseurs

En die daalden rond lunchtijd allemaal af naar het pleintje om wat peper in de kwakkelende economie te proppen. Reken maar dat de Spanjaarden dat waarderen, want zoveel als wij van Spanje houden, zoveel houden de Spanjaarden ook van ons. Bij het tapasrestaurantje had de kok niet voor niets stukjes frikadel tussen de tapas verstopt en op de plaatselijke zender zag ik iedere avond een herhaling van een Hollandse avond op het pleintje. Met Imca Marina die ‘Viva España’ zong, de plaatselijke bevolking op plastic stoelen eromheen. Ze genoten zichtbaar, ik werd er warm van: we waren hier niet alleen gekomen om te nemen, we geven ook!

Met een gevoel van ‘mooier wordt het niet’ genoot ik van de zon op dat pleintje.

Opeens een enorm getetter en gejengel.

Drie Roemenen met een mondharmonica en een fluit.

Gelukkig greep een van de Nederlanders, een bejaarde man, in.

Hij stuurde ze weg.

Toen dat gedaan was begonnen de Nederlanders hele gesprekken over hoe erg ze het vonden dat deze muzikanten de boel overnamen. De laatste jaren was er geen Spaanse muzikant meer gesignaleerd!

En van die negers uit Afrika met hun dozen vol zonnebrillen op het strand hadden ze ook genoeg. Daar leden de visrestaurantjes onder omdat de Nederlanders liever binnenshuis aten! Dat ging onze bejaarde aankaarten bij de Nederlandse club!

Ik zonk weg in Kosta, een magazine voor Nederlandse en Vlaamse immigranten. Ik las: ‘Overnachten in een Gipsy grot: dit is zigeunerland!’ en ‘Hooikoorts: de pollen zijn weer volop in de lucht!’ Maar het meest getroffen werd ik door een stuk van mevrouw Huisman die zich enorm druk maakte over de asfaltering van de zandweg in de buurt van haar woning in het Andalusische binnenland. Weg romantische paardrijtochten! En dat allemaal omdat er een keer een kar van een olijfboertje was gekanteld!

Gefinancierd met Europees geld, een schande!

En toen dacht ik: Spanjaarden met je lekkere paella en je mooie weertje, wat zijn jullie een bofkonten! Die mevrouw Huisman – en van dat type hebben we er duizenden gestuurd – begint toch maar mooi even een actie om ervoor te zorgen dat jullie tot in de eeuwigheid kunnen genieten van jullie stoffige zandwegen. Zodat Spanje het Spanje blijft waar wij Nederlanders zo van houden. En aan die Roemeense lawaaischoppers en de strandnegers wordt ook gewerkt, laat dat maar aan de Nederlandse club over.