Spraakzame Talib biedt een strohalm voor Afghanistan

Het gebeurt niet vaak dat er hoopgevend nieuws uit Afghanistan komt. Maar onlangs erkende een vooraanstaande figuur van de Talibaan dat zij de oorlog niet kunnen winnen. Hij zinspeelde op een politiek akkoord met andere groepen in het land. En de terreurbeweging Al-Qaeda noemde hij „een plaag”.

Zou dit eindelijk een basis kunnen zijn voor serieuze vredesbesprekingen met de Amerikanen? Dit voorjaar verzandde een poging om zulk overleg op gang te brengen al na een paar maanden.

De opmerkelijke uitspraken van de prominente Talib staan in het nieuwe nummer van de New Statesman. In het Britse blad interviewt de gerespecteerde Afghanistan-kenner (en ex-EU-diplomaat) Michael Semple iemand die hij omschrijft als een veteraan van de Talibaan. Zijn naam kan hij niet noemen, want contacten op persoonlijke titel met de buitenwereld liggen bij de Talibaan nog altijd erg gevoelig. Maar het gaat om „een vertrouweling van de huidige Talibaan-leiding”, iemand die in de regering zat toen de fundamentalisten nog aan de macht waren, die later heeft vastgezeten op Guantánamo Bay en die nu „kritisch, maar loyaal” is aan de Talibaan. Semple heeft per Skype (in het Pashtun) met hem gesproken, en zegt in te staan voor zijn identiteit en zijn positie binnen de Talibaan-beweging.

Voor wat de anonieme woorden van de Afghaan waard zijn, moeten we afgaan op Semple. Deze Ier komt al in Afghanistan sinds 1989 en is pleitbezorger van een politieke oplossing via gesprekken met de Talibaan. Hij werd eind 2007 door de regering van president Karzai het land uitgezet – vermoedelijk omdat hij, destijds in dienst van de Europese Unie, zonder toestemming van Kabul contacten met de Talibaan onderhield. Hij is nu verbonden aan Harvard. Het interview in de New Statesman heeft Semple gemaakt op verzoek van de gasthoofdredacteur van dit nummer, oud-minister van Buitenlandse Zaken David Miliband. Zomaar een journalistieke stunt is het stuk dus in elk geval niet.

De grote en angstige vraag in Afghanistan is nu of het vertrek van de troepenmacht van de Amerikanen en hun bondgenoten, uiterlijk 2014, opnieuw tot een burgeroorlog zal leiden. Dat gebeurde eerder in 1991, nadat de vastgelopen Russische bezettingsmacht was vertrokken, de Sovjet-Unie zelf uiteen was gevallen en de wereld Afghanistan de rug had toegekeerd.

Aan het schrikbeeld van 1991, van een herhaling van de verwoestende onderlinge strijd tussen krijgsheren, milities en etnische groepen die toen losbarstte, kan niemand voorbijgaan. Want wie gelooft er dat het Afghaanse leger, dat nu in hoog tempo wordt opgeleid, straks voor voldoende stabiliteit en veiligheid kan zorgen? Dat lukte in tien jaar tijd zelfs de Amerikanen en de NAVO niet.

Vandaar dat naast leger en politie ook allerlei informele milities worden opgezet om de Talibaan te bestrijden. Maar zulke milities zijn moeilijk in toom te houden. Vaak houden ze er maffiapraktijken op na en terroriseren ze de bevolking. In de jaren negentig hebben ze het land vrijwel verwoest.

In de provincie Kunduz, waar Nederland helpt bij de opleiding van politieagenten, zijn de milities al sterker dan de regering. „We hebben ze opgezet, maar ze zijn onbeheersbaar geworden”, zei de gouverneur van het oostelijke district Khanabad onlangs in The New Yorker. Veel leiders van minderheidsgroepen maken zich al op voor een nieuwe burgeroorlog, volgens hetzelfde artikel.

Een eventueel vredesakkoord met de Talibaan zal voor veel Afghanen, vooral in het noorden en het westen, een heel bittere pil zijn. Ook wanneer, zoals de Talib in de New Statesman voorspelt, de Talibaan de ergste vormen van vrouwenonderdrukking zullen opgeven.

Maar toch kan het vooruitzicht van een akkoord met de Talibaan een strohalm zijn als het alternatief een nieuwe burgeroorlog is. Voor de NAVO en de VS is dat een erg pijnlijke afloop van het Afghaanse avontuur. Maar zoals een Amerikaanse commentator laatst opmerkte: buitenlandse politiek is vaak streven naar een uitkomst die in plaats van catastrofaal alleen maar slecht is. Laat niemand zich nog illusies maken: veel meer zit er niet meer in.