Rutger Kopland (1934-2012)

Jonge sla

Alles kan ik verdragen,

het verdorren van bonen

stervende bloemen, het hoekje

aardappelen kan ik met droge ogen

zien rooien, daar ben ik

werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,

net geplant, slap nog,

in vochtige bedjes, nee./

(Uit: Alles op de fiets, 1969)

Drentse A

De A kruipt oud en omslachtig

door Drente, een ader

meanderend in een verdord gezicht

dat tot in de verste

uithoeken werd volgegrifd

met herhalingen van boomkruinen

ontbladerd tot op het laatste

wat bleef en glimlachte.

(Uit: Onder het vee, 1966)