Ook SP-ministers moeten geld aan partij afdragen

Als de SP na de verkiezingen op 12 september in het kabinet komt, moeten ministers van die partij een deel van hun salaris afdragen aan de partijkas. Dat geldt ook voor een eventuele SP-premier. Over de hoogte van het bedrag zijn binnen het partijbestuur nog geen afspraken gemaakt.

Dat zei partijleider Emile Roemer zaterdag op Radio 1. Roemer heeft al vaker gesteld dat ook toekomstige bewindslieden gehouden zijn aan de afdrachtregeling van de partij, maar nu de SP zo hoog in de peilingen staat wordt dit standpunt steeds relevanter. De SP zou de grootste partij van Nederland kunnen worden.

Gemeenteraadsleden van de SP dragen 50 tot 75 procent van hun raadsvergoeding af, leden van provinciale staten 50 procent. Kamerleden, wethouders en gedeputeerden mogen een netto salaris van ongeveer 2.500 euro houden – de rest gaat in de partijkas. Zo probeert de partij baantjesjagers buiten de deur te houden.

De SP is vertegenwoordigd in alle Nederlandse provincies en in 114 gemeenten. In twee provincies, Zuid-Holland en Noord-Brabant, zit de partij in het bestuur, net als in veertien gemeenten. De SP heeft vijftien Tweede Kamerleden.

De SP verliest geregeld volksvertegenwoordigers die het niet eens zijn met de afdrachtregeling. Naar eigen zeggen konden ze niet meer rondkomen na de afdracht. Kritische SP’ers vinden ook dat de regeling ertoe kan leiden dat gekwalificeerde mensen bedanken voor posities in het openbaar bestuur.

Elk congres komt de regeling weer ter sprake, maar aangepast wordt deze nooit. De partij ziet de regeling als „kroonjuweel” en is daar trots op. Wel beloofde het partijbestuur tijdens het congres in juni de regeling nog eens goed tegen het licht te houden. Niet om deze af te schaffen, wel om „de regels aan te passen als dat nodig is”.

Zolang er geen misbruik van wordt gemaakt, mogen SP-ministers als het aan Roemer ligt wel een dienstauto hebben: „Iedere minuut die je niet achter de spreekstoel staat, heb je nodig om dossiers te lezen.”