Mooie, kinderlijke nobelen

Schilder George Catlin bepaalde lange tijd het beeld van de indianen. Zijn reisverslagen zijn nu deels vertaald.

Boekrecensent

Dee Brown heeft tegenwoordig het nakijken. Zijn wereldwijde bestseller Bury My Heart At Wounded Knee (1970) over het lot van de Noord-Amerikaanse indianen, zette jarenlang de toon voor een sentimentele, neoromantische kijk op hun cultuur en geschiedenis. Hier waren nobele wilden geknecht door een gewetenloze ‘beschaving’. Maar die benadering is vrij plotseling gekanteld in Amerika, ongetwijfeld deels als reactie op de morele sympathie met de indianen die inmiddels ook door de Amerikaanse overheid wordt uitgedragen in musea en op gedenkplaatsen. In succesvolle boeken als Blood and Thunder (2007), de titel zegt het al, ligt het accent weer onbeschroomd op de verovering van het Westen door stoere binken als Kit Carson – met een flink potje knokken. De kroon op dit genre spant Empire of the Summer Moon (2010) van S.C. Gwynne, waarvan inmiddels 500.000 exemplaren zijn verkocht – het soort boek dat in stapels op vliegvelden ligt. Het resultaat is een negatief van Brown: indianen zijn niet langer slachtoffers, maar weer ‘gewoon’ barbaren.

Wat die clichés gemeen hebben, is dat de inheemse Amerikanen eendimensionaal worden voorgesteld – hetzij als passieve vertrapten hetzij als agressieve woestelingen. Dat miskent hun historische rol.

Schilder George Catlin is iemand die lange tijd het beeld van de prairie-indianen heeft bepaald. Zijn werk hangt nu in prestigieuze musea en in het Witte Huis. Catlins visie op de indianen is sympathiek maar, zoals gebruikelijk in de 19de eeuw, gekleurd door een vanzelfsprekend blank superioriteitsgevoel. Bij Catlin zijn de indianen geen barbaren, maar grote kinderen: soms vertederend, vaak nobel en imponerend, maar onvolwassen.

Dat maakt zijn werk niet minder belangrijk. Catlin portretteerde tientallen individuen en gemeenschappen, van de sedentaire Mandans tot de nomadische Comanches. Zijn portretten glanzen van de bewondering die hij voelde voor zijn onderwerp: de mannen zijn nobel, de vrouwen ingetogen. Catlin was geen technische schilder, zijn beelden zijn eerder sfeervol dan documentair. Hij wilde het gevoel van het indiaanse leven op de weidse prairies overbrengen. Dat deed hij met verve, zijn werk spreekt nog steeds tot de verbeelding.

Catlin (1796-1872) maakte reizen door het toen nog grotendeels ongetemde gebied ten westen van de Missouri. Dat leverde schilderijen op van onder meer indiaanse ruiters op bizonjacht, die nog steeds worden afgedrukt. En hij schreef frappante observaties op. Bijvoorbeeld over de Comanches, toen nog oppermachtig op de vlaktes, noteerde hij: ‘Hun manier van bewegen is log en onelegant, en te voet behoren ze tot de onaantrekkelijkste en sjofelste indianenrassen die ik ooit heb gezien, maar zodra ze op hun paard klimmen, ondergaan ze een gedaanteverandering en wordt de toeschouwer verrast door de soepelheid en gratie van hun bewegingen.’ Let op de biologische typeringen (een Comanche te voet beweegt zich als ‘een aap’), kenmerkend voor de 19de eeuwse combinatie van racisme en romantisering van de ‘nobele wilde’.

Catlins reisverslagen werden, met ruim 300 illustraties, de basis voor zijn hoofdwerk Letters and Notes on the Manners, Customs and Conditions of North American Indians (1841). Een selectie hieruit is nu door Jan Braks prima vertaald, al had de tekst enige annotatie kunnen gebruiken. Ook zijn er maar acht portretten in het boek opgenomen. Helaas ontbreekt ook Catlins omstreden ‘Appendix C’, zijn lijst van indiaanse karaktereigenschappen vóór en na hun ‘beschaving’. Hij plaatst de ‘oorspronkelijke’ indiaan tegenover de verloederde latere (‘nuchter/dronken’, ‘rood/bleek’, ‘trots/nederig’), een bipolair schema dat ook in zijn vooroordelen veelzeggend is.

Desalniettemin is dit een waardevolle uitgave. Catlins werk staat – gelukkig – ver af van de kruitdampboeken die in de VS nu weer als warme broodjes over de toonbank gaan.

George Catlin: Over de indianen van Noord-Amerika. Vertaald en ingeleid door Jan Braks. Atlas, 400 blz. € 39,95