Kopland: zoekende poëzie

De poëzie van Rutger Kopland vond vele lezers. Te veel eerbetoon hoefde niet, vond hij: „Dichten is geen maatschappelijke activiteit”.

Met ‘Jonge sla’, zijn beroemdste gedicht, was hij na veertig jaar en veertien bundels eigenlijk wel klaar, vertelde de woensdag in zijn woonplaats Glimmen (Groningen) overleden Rutger Kopland een paar jaar geleden. Hij heeft het dan ook heel vaak moeten voorlezen.

Meteen na zijn debuut in 1966 werd Kopland (geboren op 4 augustus 1934 als Rudi van den Hoofdakker) door de lezers in de armen gesloten. Zijn zoekende, op het oog eenvoudige poëzie zou altijd veel gelezen blijven. Zijn oeuvre omvat klassiekers zoals het veertiende gedicht uit de bundel Een lege plek om te blijven: „Ga nu maar liggen liefste in de tuin,/ de lege plekken in het hoge gras, ik heb/ altijd gewild dat ik dat was, een lege/ plek voor iemand, om te blijven.”

In 2000 kreeg Kopland – in het dagelijks leven was Van den Hoofdakker hoogleraar psychiatrie in Groningen – de meeste stemmen bij de verkiezing van de eerste Dichter des Vaderlands, maar hij bedankte voor de eer. Zoals hij in 2005 ook een lintje afwees: „Dichten is geen maatschappelijke activiteit”, zei hij. „Mensen kunnen het waarderen, maar er zijn voldoende prijzen om dichters te eren.” Die prijzen kreeg hij, zoals de P. C. Hooft-prijs in 1988 en de VSB Poëzieprijs (voor Tot het ons loslaat) tien jaar later.

Sinds een auto-ongeluk in 2005 kwakkelde Kopland met zijn gezondheid. Hij had problemen met zijn kortetermijngeheugen. „Het scherpe is eraf”, zei hij dit voorjaar tegen HP/De Tijd. „Ik schrijf nu niet meer en ik heb dat moeizaam en wel geaccepteerd. Het was niet goed genoeg meer.” In hetzelfde interview zei hij: „Ik heb nu geen aangenaam leven. Ik heb een goede vrouw, lieve familie en vrienden, maar er is me zoveel afgenomen, dat ik af en toe denk, van mij hoeft het niet al te lang meer te duren.”

Rutger Kopland wordt woensdag herdacht op een bijeenkomst in de Martinikerk in Groningen.

Een leven tjokvol ontroering: pagina 14-15