Henriëtte houdt zichzelf in ’t gareel

Thuis wonen is beter voor een patiënt dan in een inrichting, vinden steeds meer psychiaters en politici. En goedkoper. Met hulp van de politie, familie en buren.

Henriëtte Staleman slikt vijf verschillende medicijnen per dag. Om de drie dagen komt iemand nieuwe brengen, zodat ze nooit met te veel pillen in huis zit. Foto Evelyne Jacq

In haar slechte tijd liep Henriëtte Staleman wel eens bloot over straat met alleen een wapperende regenjas aan. Ze had last van stemmen in haar hoofd. Harde muziek in haar hoofd ook, waar ze vanaf wilde. Ze was bang om alleen te zijn, vertelt ze, en eenzaam. Henriëtte is sinds twaalf jaar manisch depressief. Ze was ook aan de drank.

Staleman (62) woont nu alleen thuis. En dat gaat prima. Ze is een van de tweeduizend psychiatrische patiënten in Noord-Holland-Noord die thuis wonen met steun van het ‘FACT-programma’. Dat staat voor Function Assertive Community Treatment en is bedacht in deze regio. Alles is erop gericht patiënten zo kort mogelijk, of liefst helemaal niet, op te nemen. Ze wonen thuis en krijgen intensieve begeleiding van een team dat onder leiding staat van een psychiater. Nederland telt inmiddels 130 FACT-teams (met elk zo’n 180 patiënten). Er bestaat in het buitenland veel belangstelling voor, onder meer in België, Groot-Brittannië, Oost-Europa en zelfs Hongkong.

Henriëtte Staleman is in twee jaar niet één keer opgenomen. Voor die tijd zat ze weleens een heel jaar in een inrichting. Dan weer een paar maanden, dan weer een paar weken. „Ik was daar compleet gehospitaliseerd. Alles werd voor me besloten: hoe laat ik opstond, hoe laat ik me waste, wat ik at.” Thuis heeft ze weer een leven. Ze leest, schildert en houdt de tuin bij. Ze is oma maar ziet haar dochter en kleinkinderen zelden.

Haar hulpverleners, van GGZ-Noord-Holland-Noord, noemen haar cliënt. Henriëtte noemt zich liever patiënt. Maar blij is ze wel met ze: ze mag ze van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds bellen. En áls ze ’s nachts in paniek raakt of ongelukkig wordt, dan kan ze de DD-kliniek bellen. DD staat voor dubbel diagnose. Iemand van het FACT-team komt langs als dat nodig is. Bij de één twee keer per week, zoals Henriëtte, bij de ander drie keer per dag.

In heel Nederland moeten psychiatrische instellingen gaan werken volgens zo’n model. Eenderde van de 30.000 bedden in instellingen wordt gesloten, zo spraken minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) en alle ggz-instellingen onlangs af. Het geld dat dat oplevert, wordt geïnvesteerd in psychiatrische wijkteams. Dat is een kwart goedkoper, maar óók beter voor veel patiënten, is het idee.

„Het kan heilzaam zijn om gezonde mensen om je heen te hebben”, zegt psychiater Marijke van Putten, bestuurder van GGZ-Noord-Holland-Noord. De regio (met zo’n 600.000 inwoners) bouwt al negen jaar aan FACT. Twaalf FACT-teams zijn er, met elk 150 tot 200 patiënten. Ze hebben in Alkmaar al 36 bedden voor acute opname en 24 voor langdurige zorg kunnen sluiten.

En ze hebben de patiënten níét, zegt Van Putten, aan hun lot overgelaten. Dat gebeurde wel in de jaren tachtig toen psychiatrische instellingen in de bossen en duinen werden gesloten. Patiënten moesten niet geïsoleerd worden maar onder de mensen zijn, was het idee. Maar velen konden de nieuwe vrijheid niet aan. Ze namen hun medicijnen niet en veroorzaakten overlast op straat en in woonbuurten. Korpschefs waarschuwden onlangs dat dat weer zal gebeuren als zoveel bedden verdwijnen.

Maar politie en justitie in Noord-Holland-Noord zijn blij met FACT, zegt Van Putten. „Ze kunnen FACT áltijd bellen.” Hulpverleners houden actief bij of de patiënten hun medicijnen innemen, zodat ze niet gaan zwerven of overlast veroorzaken. „We spreken ook af met familie of buren dat zij de patiënt in de gaten houden. Als ze hen 24 uur niet zien of horen, dan nemen ze contact met ons op.”

Neem Henriëtte. Om haar geest in het gareel te houden slikt ze vijf verschillende medicijnen per dag. Een stemmingsstabilisator, een anti-psychoticum, een antidepressivum, een anti-trekmiddel (tegen de behoefte aan drank) en een slaappil. Soms slikte ze er één te veel omdat ze toch weer een roes wilde, vertelt ze. „Ik wil niet dood, hoor, gewoon een roes. Het zijn net snoepjes”, lacht ze verontschuldigend. Dan lag ze vele uren voor pampus en raakte ze bovendien te snel door haar medicijnenvoorraad heen. En dus komt er nu om de drie dagen iemand van het FACT-team haar pillen brengen: zodat ze nooit met te veel pillen in huis zit.

Ook de grootste zorgverzekeraar in de regio, VGZ, is er blij mee, zegt teamleider Maeike van der Leij. „Het is een goed en toekomstproof alternatief voor opname, waarmee je meer mensen kunt helpen met hetzelfde budget. Natuurlijk speelt geld een rol, maar als dat onze voornaamste drijfveer zou zijn, zouden we zeker niet aan de investeringen in zoiets onzekers zijn begonnen.”