Frankrijk doet hier dramatisch over

Onrust over de sluiting van de Peugeot-fabriek in Frankrijk is de eerste zware politieke test voor president Hollande. De roep om protectionisme neemt toe, de mogelijkheden zijn echter beperkt.

Redacteur Europa

Rotterdam. Schok. Schokgolf. Aardschok. Aardbeving. In de Franse politiek en media vielen de afgelopen dagen dramatische woorden, nadat Frankrijks grootste autobouwer PSA Peugeot-Citroën afgelopen donderdag maakte 8.000 banen te zullen schrappen.

Een complete fabriek met 3.000 werknemers in Aulnay-sous-Bois, waar ooit de legendarische Citroën DS werd gemaakt, moet sluiten.

Als een complete verrassing kon het nieuws van PSA niet komen. Al maanden zinspeelt PSA-baas Philippe Varin op een forse afslanking van het bedrijf. PSA kampt met dalende verkopen en dreigt, naar eigen zeggen, de eerste helft van dit jaar 700 miljoen euro verlies te draaien.

Dat Frankrijk zo is geschrokken, komt niet alleen door de schaal van het banenverlies. De ingreep van de PSA-leiding bevestigt de in Frankrijk diepgewortelde angst dat de industriële productie langzaam maar zeker door buitenlandse concurrentie verdwijnt uit het land. Klappen in de auto-industrie, die trotse merken voortbracht en waarin bijna één op de tien Fransen economisch van afhankelijk is, liggen extra gevoelig.

Voor president François Hollande betekenen de ontslagen bij PSA de eerste zware politieke test. De socialist beloofde in de campagne juist over het tegenovergestelde van wat nu bij PSA gebeurt: ‘herindustrialisering’. Hollande benoemde een speciale minister belast met ‘redressement productif’ – herstel van de productie.

Eergisteren, tijdens een tv-interview op de nationale feestdag quatorze juillet, beschreef Hollande het banenverlies bij PSA tot viermaal toe als een „schok” en tot driemaal toe als „onacceptabel”. Hij beschuldigde de PSA-leiding ervan de aankondiging te hebben uitgesteld tot na de verkiezingen van 6 mei, onder druk van oud-president Sarkozy die dergelijk slecht nieuws niet kon gebruiken.

PSA moet opnieuw gaan onderhandelen met de vakbonden, zei Hollande, zodat geen enkele werknemer gedwongen wordt ontslagen. En de fabriek in Aulnay-sous-Bois moet „als industriële plek blijven bestaan”.

PSA is een particulier bedrijf, waarin de achtste generatie van de familie Peugeot nog een aandeel heeft van zo’n 30 procent. Maar de regering denkt voorwaarden te kunnen stellen aan de PSA-leiding omdat die de afgelopen jaren zo’n 4 miljard euro aan gunstige staatsleningen ontving. Volgens president Hollande heeft de staat „drukmiddelen” tot zijn beschikking.

Hollande móet wel de indruk wekken dat hij intervenieert bij PSA. Van de staat, en zeker van de chef d’état, verwachten Franse kiezers bescherming. Hollande’s voorganger Nicolas Sarkozy reisde dikwijls naar bedrijven om zelf ‘reddingen’ af te kondigen, ook als de staat er weinig mee te maken had.

De mogelijkheden voor de staat om de banen te redden zijn beperkt. Staatssteun is aan strenge Europese regels gebonden en de regering kan geen miljarden extra uitgeven aan sociale plannen als zij zich aan de strenge Europese begrotingsregels wil houden.

Maar de vakbonden verwachten nu actie van Hollande, de socialist op wie veel arbeiders hebben gestemd. Werknemers van de fabriek in Aulnay-sous-Bois scandeerden donderdag Hollande’s eigen campagneslogan le changement, c’est maintenant (‘de verandering is nu’), om eraan toe te voegen: „geen enkele fabriek mag sluiten”.