Column

Een goede wielrenner fikst het

Stel dat Valerie Fourneyron, de Franse minister van Sport, het voorbeeld volgt van haar ambtgenote uit Nederland, Edith Schippers. Dat ze ook besluit tot een diepgaand onderzoek naar match fixing en klikspanen anoniem laat vertellen wat ze van manipulaties weten. Hoe moet het dan met de Tour?

Fourneyron is van de strenge school. Als ambtenaar stond zij mede aan de basis van de Franse dopingwet die in 1989 van kracht werd. Daarna werd het gevankelijk wegvoeren van wielrenners een repeterend beeld.

Maar als je ook niet een beetje mag liegen, bedriegen, manipuleren, omkopen of deals sluiten, stop dan maar met die Tour. Dat hoort al bij het wielrennen sinds de uitvinding van het zadel.

Soms is dat zichtbaar. Zoals zaterdag toen Pablo Urtasun beleefd aan zijn medevluchters vroeg of hij bij een tussensprint als eerste de streep mocht passeren. Zijn ploeg, Euskaltel, had deze Tour nog niets gewonnen en nog niets verdiend. Ze gunden het hem. Sympathieke vorm van match fixing. Ook Bradley Wiggins fikste gisteren heel wat af, tussen de spijkers door.

Meestal gaat het niet zo openlijk. ‘Jij wereldkampioen? Oké, ik help je. In ruil voor een auto. Graag afleveren in Luxemburg.’ Dat zijn de deals die we niet zien of horen. Niet meteen. Maar ze bestaan wel.

Wielrenners hebben daar geen mysterieuze Chinezen, louche Oost-Europeanen, Duitse arbiters of gokverslaafde sporters voor nodig. Ze fiksen het zelf wel. Het geld rouleert op die manier netjes door het peloton, het belandt niet in foute zakken.

De wielrenner die de codes schendt – demarreert op het moment dat de geletruidrager zijn gevoeg doet – kan het schudden. Die wint voorlopig niets meer. Daar zorgt het collectief van het peloton wel voor. Pierre Rolland, die gisteren uit het peloton deserteerde, zal het weten.

Dus, laat die renners maar fiksen. Haal de ziel niet uit deze sport, ook al is hij te koop. Wielrennen zonder truquage is als voetballen zonder bal.