Echt, we zijn allemaal te verschillend

Waarom lukt het partijen op links maar niet om samen te werken, of zelfs: te fuseren? Afgelopen zaterdag pleitte Job Cohen daarvoor. De eerste reacties zijn negatief.

. Een fusie op links is kansloos, zegt SP-Kamerlid Ronald van Raak. Het pleidooi dat voormalig PvdA-leider Job Cohen zaterdag in deze krant hield voor het op termijn samengaan van linkse partijen in één progressieve volkspartij, is volgens de SP-ideoloog een slecht idee. „Bezoek eens een congres van de PvdA en één van de SP, en kijk naar de mensen. Als je dat bij elkaar zet, dan wordt het niets.” Hij wil maar zeggen dat de SP en de PvdA „héél verschillende partijen zijn”.

Job Cohen zag, tijdens zijn korte verblijf op het Binnenhof, vooral overeenkomsten tussen de linkse partijen. Maar bij die partijen zelf zien ze dat anders. Dat in verkiezingstijd politici het liefst onderlinge verschillen benadrukken, speelt mogelijk mee. Hoe dan ook, bij de betrokkenen zelf is er weinig enthousiasme te bespeuren. PvdA-leider Diederik Samsom was vanmorgen wegens een werkbezoek niet te spreken maar per sms is hij duidelijk: hij ziet niets in een fusie. Hij wijst op de verschillen met de SP op de gebieden „Europa, begrotingsbeleid en werkgelegenheid en groei”.

Cohen pleitte voor een fusie omdat hij wil dat links een groter machtsblok vormt in het parlement. Nu wordt de linkse stem versplinterd. Maar daarvoor, zegt SP’er Van Raak, hoeven de partijen helemaal niet samen te gaan. „Kijk naar het CDA en de VVD. Die partijen verschillen enorm van elkaar, maar zij doen zaken om samen te kunnen regeren. Het is een gotspe dat het ons op links nooit is gelukt zo’n machtsblok te vormen.”

Die wil tot zakendoen is er op links nooit geweest, zegt Van Raak, die daarvoor de schuld bij de PvdA legt. Bij de PvdA leeft omgekeerd het gevoel dat de SP alleen wil samenwerken als ze geen compromissen hoeft te sluiten. Zo kijken beide partijen ook terug op de laatste keer dat de SP (heel even) in beeld was tijdens de formatie, in 2006.

De laatste tijd ziet Van Raak bij de PvdA wel wil tot samenwerking. Lokaal zie je dat ook, zegt de SP’er: als de PvdA kleiner is dan de SP, is samenwerking makkelijker. „Dan zouden we na de verkiezingen samen met de PvdA met een herkenbaar verhaal kunnen komen, waar links zijn vingers bij kan aflikken, om het zo maar eens te zeggen.” Onder leiding van SP-leider Emile Roemer, haast Van Raak zich te benadrukken. Dan kunnen andere partijen zich aansluiten. Dat is waar links zich mee moet bezighouden, zegt Van Raak. „Praten over fusies of samenwerking doet er allemaal niet zoveel toe.”

De afgelopen jaren kwam de discussie over samenwerking bij linkse partijen vaker voor. Zo nam voormalig GroenLinks-leider Femke Halsema na de verkiezingen van 2010 het initiatief tot gesprekken met toenmalig PvdA-leider Cohen over een „permanente politieke alliantie”. Halsema deed dat uit zorg over het toen net aangetreden kabinet VVD-CDA met gedoogsteun van Geert Wilders. De gesprekken liepen op niets uit. Wel zochten linkse partijen, met wisselend enthousiasme, de afgelopen twee jaar toenadering in gezamenlijke manifestaties zoals Een ander Nederland.

Er zijn verschillende redenen waarom de terugkerende wens tot samengaan niet voorbij een periodieke verkenning komt. Uit de geschiedenis blijkt dat partijen pas fuseren als alle deelnemers aan zo’n fusie er slecht voor staan. Dat was zo bij het CDA (opgericht in 1980) en bij GroenLinks (1990). Bij links als geheel kwam dat nooit voor. Het aandeel linkse kiezers is redelijk stabiel, waardoor verlies van de ene linkse partij winst van de andere is. Nu hebben PvdA en GroenLinks slechte peilingen, maar staat de SP er juist heel goed voor.

Verder is er altijd onenigheid wie er dan met wie moet fuseren. Toen Halsema met de PvdA wilde, vond zij wel dat de sociaal-democraten moesten kiezen voor het progressief liberale GroenLinks en niet voor de conservatieven van de SP. Maar de PvdA wil juist een volksbeweging blijven, en zowel de conservatieve als progressieve vleugels verenigen.

En dan is er nog de reden die mensen liever niet hardop toegeven: een partij is ook een organisatie, waarin mensen opereren met gevestigde belangen en posities. Dat opgeven voor een hoger doel is niet makkelijk.