Dwalen door muziek en nacht in Electra

In het Groningse gehucht Electra kunnen liefhebbers zich een nacht lang laven aan muziek en natuur. Kaplaarzen aan, mobieltjes uit.

Bij het invallen van de schemering verzamelen bijna duizend muziek- en natuurliefhebbers zich op een hoge dijk bij Electra. Het is stil in het gehucht ten noordwesten van Groningen. De enige bebouwing bestaat uit een kleine camping, een gemaal en enkele verlaten boerenschuren. Het meeste verkeer komt van de zeilboten die over de rivier Reitdiep varen.

Op deze idyllische plek organiseert paukenist Peppie Wiersma voor de vierde keer een muzikaal nachtprogramma. Met de Nacht van Electra wil ze de zintuigen van bezoekers bedwelmen, opdat die de tijd en de beslommeringen van alle dag even vergeten. Mobiele telefoons en luide gesprekken zijn uit den boze.

Het publiek is goed voorbereid. Velen dragen kaplaarzen. Uit grote rugzakken verschijnen plastieken kleedjes, flessen rosé en later in de nacht zaklampen, slaapzakken en dekentjes. Praten doen ze met gedempte stemmen.

Aan de overkant van het water staat een overdekt podium voor het Noord Nederlands Orkest (NNO). Ze openen met Feux d’artifice van Claude Debussy, begeleid door een dynamische lichtshow. Mezzosopraan Cora Burggraaf mijmert in de Sieben Frühe Lieder van Alban Berg over zonsondergang, nacht, zomerdagen, nachtegalen en dromen, waarna La Valse van Maurice Ravel het publiek weer opzweept. Hoogtepunt en uitsmijter van het openingsconcert is de Nocturne uit de Midzomernachtsdroom van Mendelssohn, speciaal voor de Nacht van Electra bewerkt door Henk de Vlieger. Vanuit de verte komt een prachtig negentiende-eeuws zeilschip aanvaren, waarop de Provinciale Brassband Groningen de Nocturne inzet. Als het schip bij het hoofdpodium aankomt, nemen de strijkers van het NNO de melodie zacht over. Meeuwen en zwaluwen volgen.

Na het concert verplaatst het publiek zich naar een boerenschuur verderop, waar tenor Nico van der Meel een intieme Winterreise van Franz Schubert zingt. Achter de muzikanten belicht Peter Claassen de liederen bij met projecties van bomen in verschillende seizoenen. Net als het licht buiten, doven de spots op het podium langzaam uit.

Voor de officiële start van de nacht wandelt het publiek langs een met fakkels uitgezet pad naar het ‘StroTheater’, een zelfgebouwd openluchttheater van strobalen. Klokslag twaalf uur ‘Electratijd’ – waarschijnlijk iets over twaalf – luistert het publiek naar verre klokken van de kerken rondom Electra. Het publiek is muisstil, op een vreugdekreet na van een vrouw die een vallende ster ziet. Daarna gaan de kerkklokken langzaam over in de doodsklokken van Jonathan Harvey’s Mortuos Plango. Ten slotte volgen live gespeelde strijkerakkoorden en eenzame trompetsolo’s uit Charles Ives’ The Unanswered Question.

Het vervolg van de nacht speelt zich tegelijkertijd op verschillende locaties af. Geleid door fakkels en vuurschalen kan het publiek door het uitgestrekte nachtlandschap dwalen en zich laten verrassen door kleine concerten en video- en geluidsinstallaties. In hangmatten, tentjes, hooibedjes en zelfs kalverhokken mag ingedommeld worden. Voor een nachtelijke overtocht over het Reitdiep liggen bootjes klaar.

Rond het gemaal deelt kunstenaar Robbert van der Horst radiootjes uit. Luisteraars krijgen de instructie om zich voor het gemaal op te stellen en daar live zijn ‘Radio Electra’ te volgen. Binnen het gemaal interviewt Van der Horst een ervaren medewerker en plaatst hij microfoons op de reusachtige dieselmotoren van de waterpompen. Buiten zien de luisteraars zijn schaduw in het mysterieus verlichte gebouw rondlopen.

Opwarmen kan in een bedoeïenentent die de naam Hellehut draagt. Muziektheatermaker Gerrie de Vries leest bij een houtkachel 34 verzen voor uit het ‘Inferno’ van De Goddelijke Komedie van Dante. Om bij de tent te komen moet je het ‘Pad naar de Hel’ volgen. Langs de route vormen letters, uitgehouwen uit de kleigrond van Electra, woorden en zinnen uit Dantes meesterwerk.

Ook het Ives Ensemble gaat de hele nacht door. De vier strijkers spelen Morton Feldmans circa vijf uur durende Stringquartet II. Volgens de organisatoren verglijden in het stuk patronen schijnbaar willekeurig en structuurloos. En doen ze denken aan de sterren, die in ogenschijnlijke chaos aan de hemel voorbij trekken. Die sterren zijn tijdens de heldere nacht goed zichtbaar. Zeker door de zelfgebouwde telescoop van Rik ter Horst waarmee voorbijgangers op sterrenclusters kunnen inzoomen.

Tegen zonsopgang keren de laatste bezoekers terug naar huis. Verspreid over het terrein liggen nog enkele mensen te slapen. Voor tientallen doorzetters staat een ontbijt klaar. De tijd is terug. Festivalgangers praten geanimeerd na en de eerste telefoons worden weer ingeschakeld.