Die vragen komen, dus schreef hij vast een brief

Geletruidrager Wiggins probeert kritische vragen over doping morgen op de rustdag in Pau voor te zijn. Met een open brief in The Guardian.

Redacteur Wielrennen

Foix. Lance Armstrong duelleerde er in 2001 met de Britse journalist David Walsh over zijn omstreden trainer Michele Ferrari. Michael Rasmussen legde er in 2007 met advocaat Harro Knijf aan de wereldpers uit hoe het zat met zijn whereabouts, een dag voordat de Deen door Rabobank uit de Tour werd gehaald. Persconferenties in Pau, op de tweede rustdag van de Tour, lijken een garantie voor spektakel.

En hoe zal het morgen gaan, wanneer Bradley Wiggins en zijn superieure Sky-ploeg neerstrijken in de vaste rustplaats van de Tour?

De Britse geletruidrager kwam na een ijzersterke tijdrit en degelijke Alpenritten ook gisteren niet in problemen, in de uitlopers van de Pyreneeën. Maar ook Wiggins lijkt te beseffen dat de rustdag van morgen voor hem een minstens zo belangrijke etappe kan zijn op weg naar de Tourzege. „Honestly, they’re just fucking wankers”, vloekte hij vorige week bij de eerste beschuldigingen van doping door de Franse trainer Antoine Vayer, die ook Alberto Contador al eens zwartmaakte.

Zulke heftige uitspraken kunnen olie op het vuur zijn, weet Wiggins met Parijs in zicht. „Ze mogen gerust mijn biologisch paspoort openbaar maken”, reageerde hij zaterdag, na de dertiende etappe in Cap d’Agde, wat meer als een gentleman. „Ik heb niets te verbergen.” En eerder op de dag publiceerde de Engelse krant The Guardian een open brief van liefst 1.500 woorden van de kopman van Sky, waarin hij ingaat op dopinggeruchten. „Ik kan nooit dope nemen, want dat zou me alles kosten wat ik heb”, luidt de kop.

Wiggins (32) kent de historie van persconferenties in Pau. Hij kent de stemming bij een deel van de media. Hijzelf, ploeggenoot en runner-up Christopher Froome en de rest van Team Sky domineren de Tour op een manier die doet denken aan de ploeg US Postal van Armstrong. Van de laatste acht Tourwinnaars zijn er zes in verband gebracht met doping. Dus bij elke nieuwe geletruidrager zijn verdachtmakingen nooit ver weg. Met zijn brief in de Britse krant, uniek in de geschiedenis van de Tour, probeert Wiggins een kruisverhoor op de rustdag in Pau voor te zijn.

De Britse renner poogt op voorhand zijn onschuld te bewijzen, hoewel de Tour tot nu toe weinig aanleiding geeft voor vermoedens van doping. „De insinuaties maken mij boos omdat ik dacht dat mensen beter naar mijn achtergrond zouden kijken”, stelt Wiggins. De meervoudig olympisch en wereldkampioen op de baan was naar eigen zeggen altijd al fel tegenstander van doping en sprak dat ook uit. In de Tour van 2007 gooide hij de kleding van zijn toenmalige ploeg Cofidis „in de prullenbak op het vliegveld van Pau”, toen ploeggenoot Moreni op doping werd betrapt.

Ondanks de dopepraktijken koos de baankampioen toch voor een bestaan als profrenner, omdat hij met een contract van 50.000 pond zijn vrouw en twee kinderen kon onderhouden. Zonder dope kon hij aardig meedoen op de weg. En toen de wielersport steeds schoner werd, rook hij zijn kans. „Ik raakte meer gefocust omdat ik niet meer voor tweede plaatsen achter dopegebruikers streed.” En hij niet alleen. Ook de tweede plaats van Froome in de Ronde van Spanje van 2011 en de zege van Ryder Hesjedal in de Giro d’Italia dit jaar, beiden outsiders, wijzen er volgens Wiggins op dat je tegenwoordig clean de top kunt bereikten.

Dus waarom doping nemen? „Als ik drugs zou nemen, zou ik de kans lopen alles te verliezen wat ik heb: mijn reputatie, mijn bestaan, mijn huwelijk, mijn familie, mijn huis, mijn titels”, luidt Wiggins’ verklaring. „Het is maar sport waar dit over gaat. De Tour winnen tegen elke prijs is het niet waard om al dat andere te verliezen.”