Denksporter tussen de tempobeulen

Stuurvrouw Anne Schellekens (26) bepaalt het tempo van de vrouwenacht. Ze is de schakel tussen bondscoach en roeisters. Haar valkuil is dat ze tijdens de race soms te veel analyseert.

Anne Schellekens: „Het is voelen, zien en horen wat er in zo’n acht gebeurt en wat voor invloed dat heeft op de koers, de snelheid en de balans.” Foto Bas Czerwinski

Een schreeuwlelijk die lekker lui naar de Olympische Spelen kan. Stuurvrouw Anne Schellekens heeft zich neergelegd bij de hardnekkige vooroordelen over haar rol in de vrouwenacht. „Ik ben de eerste die toegeeft dat ik fysiek niet de zwaarste weg heb naar de Spelen”, zegt ze. „Het is een bijzondere, niet-meetbare positie in de boot. Maar zo iemand als ik hebben ze wel nodig.”

Met haar 1,63 meter en 48 kilogram werd Schellekens zelfs als lichte roeister te tenger bevonden. Ze probeerde het eens in het smalle, oncomfortabele kuipje en bleek aanleg te hebben als stuurvrouw. Dat vereist een vaste hand, want een minimaal rukje aan een van de twee touwtjes betekent al een remming. Waar de acht roeisters zich afbeulen, houdt hun stuurvrouw het overzicht over de wedstrijd. Ze bepaalt met slagroeister Annemiek de Haan het ritme en moet zonder twijfel tactische beslissingen durven nemen.

Schellekens (26) heeft het voor buitenstaanders ongrijpbare bootgevoel. „Het is voelen, zien en horen wat er in zo’n acht gebeurt en wat voor invloed dat heeft op de koers, de snelheid en de balans. Dat is alleen te ontwikkelen door jaren in dat kuipje te zitten. Ik leun nu vooral op gevoel en zicht. Met horen ben ik nog volop in ontwikkeling. Soms moet ik heel bewust in de boot luisteren naar wat er gebeurt bij het insteken van de bladen, bijna met mijn ogen dicht.”

Haar valkuil is in een race te veel te analyseren. „Het is natuurlijk een beetje denksport. Soms stap ik teveel in mijn eigen gedachten en moet ik mezelf echt tot de orde roepen. Anders vraag ik de roeisters het ene na het andere technische accent te leggen in hun haal. Dat kan niet altijd. Zij zijn vooral bezig met keihard roeien en kunnen niet te veel commando’s achter elkaar verwerken.”

Het creëren van vertrouwen via de cox box, het systeem dat haar verbindt met de speakers naast de bankjes van de roeisters, is dan ook minstens zo belangrijk als de technische aanwijzingen. „Feedback moet altijd op een positieve manier, want ze gaan allemaal anders om met hun zenuwen. Het is dus niet: we liggen achter. Ik zeg: we liggen derde met een halve taft [de afgedichte bootpunt] achterstand op nummer twee. Daar koppel ik dan meteen een bruikbaar commando aan.”

Het oproeien voor de start zal straks op het water van Dorney Lake Schellekens’ bepalende moment zijn. „Dan moeten we uitvoeren wat we al zo vaak hebben gedaan, maar dan met olympische spanning en in een onwijze klotsbak. Vol vertrouwen aan de start liggen, dat is het enige dat telt. Dat vind ik bijna spannender dan de race zelf.”

Schellekens, die enkele uren voor de wedstrijd met vocht haar gewicht voor de weging op het verplichte minimum van 50 kilogram brengt, begeleidt de acht op ritmische manier de wedstrijd in. „De intonatie moet overeenkomen met wat ze doen. Openen, duwen, wegslingeren! Zo brengen we de boot op koers. Daarna draait het vooral om technische calls en aanmoedigingen.”

Ze leerde van de laatste Boat Race tussen Oxford en Cambridge. Een zwemmer bracht in april de twee universiteitsboten tot stilstand in de Theems. Bij de herstart zorgde stuurvrouw Zoe De Toledo van Oxford voor een aanvaring, waarna Cambridge won. „Ze had alle bochten perfect geoefend, maar alleen op snelheid. Nu lag ze stil in een bocht en was ze haar referenties kwijt. De les is: wees op alles voorbereid, je moet op elk moment van voorafaan kunnen beginnen.”

Met een stuurfout de olympische race verknallen, is het ergste dat haar kan overkomen. „Als een roeister een snoek slaat, hoeft dat nog niet per se fataal te zijn. Voor mij is dat anders. Het enige dat ik moet doen is die touwtjes gebruiken en acht optimaal gedrilde vrouwen optimaal laten functioneren. Dat mag gewoon niet misgaan. Het is echt een poweraangelegenheid. En als de boot eenmaal op topsnelheid loopt, voel je dat als stuurvrouw echt goed.”

Bondscoach Susannah Chayes benadrukte al eens het belang van een „emotionele klik” met haar stuurvrouw. Schellekens: „Ik kan goed begrijpen hoe zij zich soms voelt. We moeten elkaar tot achter de komma begrijpen. Susannah is zo ongelofelijk betrokken. Ze traint de roeisters maximaal en levert ze daarna eigenlijk aan mij over. Ik relateer aan haar visie, maar schakel op het water mijn intuïtie niet uit. Bij beslissingen in het heetst van de strijd kan ik niet altijd het spoorboekje volgen.”

De stuurvrouw is ook buiten de boot de schakel tussen de ervaren Chayes en haar roeisters. „Mijn band met de rest is toch een beetje anders dan onderling. Ik hoor van twee kanten wel eens iets dat ik niet tegen de ander kan zeggen. Heel voorzichtig probeer ik dan toch te helpen. Dan zeg ik iets als: misschien heb je het niet goed begrepen, praat er eens over met Susannah. Enkele jaren geleden waren de roeisters nog wat bangig voor haar. Ze durfden soms niet met al hun sores en pijntjes naar haar toe te stappen. Nu heeft iedereen de volwassenheid ontwikkeld dat wel te doen.”

Dit is de vierde aflevering van een serie interviews met Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen die een detail van hun sport belichten.