De western als lifestyle voor jongens

TV-series uit de jeugdjaren laten sterke herinneringen na. In een serie op maandag kijken redacteuren terug. Frank Vermeulen leefde het cowboyleven uit westerns als Bonanza en Rawhide.

De mannen van Bonanza vonden wij eigenlijk als kinderen al belachelijk. Maar het ging hier om een achteraf wereldwijd uiterst populaire westernsoap die veertien jaar gelopen heeft, van 1959 tot 1973. Zoals wel vaker in Amerikaanse sitcoms speelde het verhaal zich af in wat we tegenwoordig een disfunctionele familie zouden noemen. Drie volwassen zoons, de oudsten Adam en Hoss, al boven de dertig, de jongste Little Joe, een snel ouder wordende twintiger die samenleven met hun ongelooflijk aardige maar oppermachtige vader, Ben Cartwright. Halfbroers zijn het, want vader is driemaal weduwnaar. In de keuken staat een Chinees, die Hop Sing heet. Zij wonen in een lekkere ranch en delen rechtvaardigheid uit.

Wij woonden aanvankelijk nog in het uiterste zuiden van Noord-Brabant, in het dorpje Reusel dat onder Eindhoven pal aan de Belgische grens ligt. Eerst gingen wij aan de overkant met alle kinderen uit de buurt bij de enig aanwezige televisie, zwart-wit natuurlijk, kijken als de BRT Kapitein Zeppos uitzond. Dat was een blonde Vlaamse dandy met een degen in zijn wandelstok en een auto die over het water kon rijden, een amfibievoertuig. Interessant, maar geen voorbeeld ter navolging.

Toen we wat later zelf televisie voor elkaar gezeurd hadden, zagen we dat Bonanza beter bij ons paste. Cowboys deden allerlei dingen die alle jongens wel wilden doen, zoals schieten, vuurtje stoken, spoorzoeken en tegen indianen vechten. Alleen, we hadden al vroeg door dat Bonanza wel heel erg braaf was. De kinderen in het Brabantse dorp hadden zelfs een pesterig liedje, op de melodie van de theme song. Het ging over de, inderdaad wat corpulente, tweede zoon Hoss: „Zeg, kende gij de dikste van Bonanza? De dikste van Bonanza, die hiet Hoss! Hoeoet, Hoss, hoeoet, Hoss, schiet er maar op los (2x).”

Daar stond de serieuze Adam tegenover. Mijn oudere zusjes waren helemaal weg van de zwartharige oudste zoon, die net zo’n zware stem had als zijn vader. De acteur Lorne Greene, die Ben Cartwright speelde, was zijn carrière begonnen als nieuwslezer in Canada, later was hij nog te zien als Commander Adama in de eerste reeks van de sf-serie Battlestar Galactica.

Het genre western was nog bij uitstek het terrein van bikkelharde mannen met gouden harten, gewikkeld in een gevecht met een onafzienbare stoet slechteriken, die altijd verloren. Maar Bonanza had een afkeer van geweld. Er gebeurde gewoon te weinig. Als ik nu een aflevering bekijk, vrijelijk te zien via Youtube, zie ik dat de scriptschrijvers van Bonanza de serie volpropten met goede bedoelingen. De aflevering The gift of water gaat over droogte, over het helpen van je buren, eerlijk delen, de zinloosheid van geweld en over God die rechtvaardig zijn gunsten verdeeld als je maar gelooft en hard werkt.

De dood van Hoss-acteur Dan Blocker in 1972, luidde het einde in van Bonanza. Maar Michael Landon, die al die jaren Little Joe was geweest, maakte een doorstart met The Little House on the Prairie, dat nog zoetsappiger en leerstelliger was dan Bonanza. Het westen was niet wild meer. Het werd een succesnummer van de EO, toen een relatief nieuwe zendgemachtigde.

Voor jongens was er in Rawhide een stuk meer te beleven dan bij de sufferds van de Cartwright-familie. Deze serie werd gemaakt tussen 1959 en 1966 en ging over een groep cowboys die rondzwierf over de prairie, onderweg met hun longhorns, die een stuk actiever en gevaarlijker waren dan onze eigen dromerige koeien. Rowdy Yates was natuurlijk de held. Hij was de assistent van Gil Favor, die de aanvoerder was van de cowboys. Verder had je Wishbone, een grappig oud mannetje met een baardje dat kookte. Zussen keken niet mee naar deze echte cowboys. Meestal ging het om Rowdy Yates die op een of ander manier in de problemen raakte, waar Gil Favor hem uit moest redden. Favor was net zo aardig als hij autoritair was. In Rawhide werden mensen neergeknald, vuisten kleunden tegen kaken, er werd alcohol gedronken en gerookt. In een aflevering, Incident in No Man’s Land, wordt zelfs met dynamietstaven naar elkaar gegooid. Mannen en vrouwen zoenen elkaar ook, maar dat is me destijds ontgaan.

Clint Eastwood was Rowdy Yates, en hij werd in 1964 wereldberoemd in A fist full of dollars. Dat was een zogenaamde spaghettiwestern van de Italiaanse regisseur Sergio Leone. Goed en kwaad waren in die moderne westerns niet meer zo duidelijk van elkaar gescheiden als in het klassieke genre. Maar het zou nog jaren duren voordat ik deze films in de bioscoop zag.

Wij keken nog naar Rawhide, gedrenkt in de Amerikaanse moraal van de jaren vijftig. De aflevering ‘Incident in No Man’s Land’ illustreert dat: Gil Favor en Rowdy Yates gaan op zoek naar de oorzaak van hevige explosies die de kudde bijna op hol laten slaan. Ze komen terecht in een surrealistisch dorpje waar alleen vrouwen wonen. De explosies blijken afkomstig van een nabijgelegen strafkamp. Gevangenen verrichten dwangarbeid bij de mijn. De arme vrouwen in het rare dorp zijn hun echtgenotes. De hoofdcipier, die ook de rechter is die alle arbeiders heeft veroordeeld, gebruikt de mannen als slaven om zijn eigen zakken te vullen. Als de gevangenen tegen het onrecht in opstand komen, uitbreken en dreigen de paarden te stelen van Favor en mannen, wordt hun aanvoerder gedood.

De western was onderdeel van je lifestyle als jongen. Je had behalve de televisie ook je documentatie: over Winnetou en Old Shatterhand of over Buffalo Bill. Je had je cowboykleren: hoed, riem met patronen, je revolver, een jasje en een zwarte broek met gele franje. Cowboy speelde je niet: je wás het.

Ik weet nog precies wanneer dat ophield. We waren inmiddels verhuisd. Ik was ongeveer tien jaar en ik was met mijn oudere broer bij het kanaal in Oegstgeest waar later de nieuwbouwbuurt Haaswijk zou verrijzen. Het liep tegen zes uur ’s middags en we achtervolgden al een poosje een stel vijandige Oglala Sioux. Ik wees op een denkbeeldige afdruk in het gras. „Kijk een spoor,” fluisterde ik. Mijn broer bukte zich, legde zijn hand op de plek en zei: „Ja, hij is nog warm.” Hij zei het gewoon hardop en schoot in de lach. Toen was het weg. Van het ene moment op het andere was het niet meer mogelijk om samen te vallen met mijn fantasie. Cowboys en indianen kon ik voortaan alleen nog maar bekijken van de buitenkant.

Frank Vermeulen

Dit is de derde aflevering van een wekelijkse zomerserie.