'Buitenland moet ingrijpen'

Paolo Dall’Oglio, prediker van verdraagzaamheid tussen geloofsgemeenschappen, moest Syrië verlaten. Nu trekt hij de wereld door om te pleiten voor interventie.

Meer dan vijfentwintig jaar stond de Italiaanse Jezuïet Paolo Dall’Oglio aan het hoofd van een kloostergemeenschap in de Syrische bergen, niet ver van de grens met Libanon. Vanuit het klooster Mar Mousa voerde de abt een dialoog tussen christenen en moslims en predikte vreedzaamheid en tolerantie tussen beide religies. Vorige maand geleden kreeg hij te horen dat hij niet langer welkom was in Syrië. Vanuit het buitenland vertelt hij over zijn uitzetting.

„Ik heb gehoor gegeven aan de oproep van de bisschop om het land te verlaten”, zegt vader Paolo, een charismatische man met een uitstraling van een Middeleeuwse monnik. „Ik wil niet ingaan tegen de wil van de kerk of de christelijke gemeenschap in Syrië.”

Mijn laatste ontmoeting met Paolo was vorig jaar in het klooster, waar hij zich als een van de weinige christelijke geestelijken kritisch uitliet tegenover het regime [NRC Handelsblad, 27 april 2011]. Nu, hoewel verlost van de verstikkende censuur, blijft hij voorzichtig.

Desondanks is het duidelijk dat het regime verantwoordelijk is voor zijn vertrek. Syrische kerkleiders zijn, net als de officiële islamitische geestelijken, niets meer dan spreekbuizen van de overheid.

Vorig jaar al trok het regime de verblijfsvergunning van vader Paolo in, nadat hij in een kerstboodschap had opgeroepen tot politieke hervormingen. De abt weigerde echter te vertrekken en dook onder bij de lokale bevolking. Het klooster kreeg in de daaropvolgende periode meermaals bezoek van gewapende mannen die naar eigen zeggen op zoek waren naar „wapens en terroristen”. Onder grote druk vanuit de bevolking werd het besluit om de populaire monnik het land uit te zetten uiteindelijk bevroren.

Vader Paolo heeft altijd al een moeizame verstandhouding gehad met de autoriteiten. De overheid is namelijk helemaal niet geïnteresseerd in zijn dialoog tussen de verschillende geloofsgemeenschappen, maar heeft juist baat bij interne verdeeldheid om aan de macht te blijven.

Sinds het uitbreken van de opstand zijn de verhoudingen tussen christenen en moslims in Syrië steeds meer op scherp komen te staan. De voornamelijk sunnitische tegenstanders van het regime hebben zwaar te leiden onder de bombardementen van het leger en aanvallen van de milities van Assad, met de moordpartij in Houla als dieptepunt. Veel christenen steunen daarentegen nog altijd president Assad, omdat zij bang zijn dat na de val van het regime Syrië zal veranderen in een islamitische staat. Met name in de provincie Homs heeft deze politieke tegenstelling tussen de gemeenschappen geleid tot een spiraal van geweld.

„De situatie is gecompliceerd”, beschrijft vader Paolo „Op sommige plekken zijn er extremistische groeperingen actief en is het geweld specifiek gericht tegen bepaalde geloofsgroepen. In andere dorpen wonen alawieten, sunnieten en christenen nog steeds met elkaar samen.”

Begin vorige maand vestigde vader Paolo zich in het stadje Quseir, een bolwerk van verzet onder de rook van Homs. Quseir wordt regelmatig onder vuur genomen door de troepen van Assad en kent daarnaast een waslijst van ontvoeringen, afrekeningen en wraakacties op christenen die sympathiseren met het regime. Vader Paolo wilde door een week lang te vasten en te bidden de verhoudingen tussen beide geloofsgemeenschappen herstellen.

Zijn pogingen lijken echter tevergeefs. De meeste christenen zijn uit angst voor meer geweld de stad inmiddels ontvlucht.

„Het aantal christenen is in Quseir nog maar op de vingers van een hand te tellen”, zegt hij. „In de stad Homs zijn alle 150.000 christelijke inwoners inmiddels op de vlucht geslagen. Maar niet alleen de christenen zijn gevlucht, ook de meeste overige inwoners zijn vertrokken. Homs als stad bestaat simpelweg niet meer.”

Vorige maand haalde de monnik opnieuw de woede van de autoriteiten op de hals. Nadat de kerken in Damascus hadden geweigerd een begrafenis te houden voor de christelijke activist Basel Shahade, opende vader Paolo als enige priester de deuren van zijn klooster om hem de laatste eer te bewijzen. Een week later stuurde hij een open brief aan gezant Kofi Annan van de Verenigde Naties waarin hij in verdekte termen schreef dat de val van het regime de enige mogelijkheid is om Syrië van de ondergang te redden. Dit was voor het regime de druppel.

„De internationale gemeenschap moet ingrijpen”, stelt vader Paolo. „Als we niets doen glijdt Syrië hoe dan ook af in een oorlog met duizend rivaliserende facties, die ieder hun eigen gebied controleren. De christenen zullen uiteindelijk het slachtoffer worden en net zoals de afgelopen jaren in Irak het land ontvluchten. Wij hebben een internationale vredesmacht nodig om de mensen uit elkaar te houden: zeker 50.000 onbewapende waarnemers, en 3.000 militairen op de plekken waar de situatie het hevigste is.”

Vader Paolo vertrekt naar Europa om te overleggen met beleidsmakers en de Syrische oppositie in het buitenland. Hij was al in Kairo op een conferentie van de Syrische oppositie in het buitenland. „Parijs, Londen, Istanbul, ik ga overal proberen de neuzen dezelfde kant op te krijgen en om te zoeken naar een oplossing voor de minderheden, in de eerste plaats de alawieten en de Koerden, maar ook voor de christenen.”

Ondanks de huidige situatie blijft vader Paolo geloven in een toekomst voor alle geloofsgemeenschappen in Syrië.

„Jij bent als christen getrouwd met een moslima”, sluit hij ons gesprek af. „Na de val van het regime zal ik jullie oecumenisch huwelijk in ons klooster inzegenen. En dan zal de hele wereld zien wat Syrië werkelijk is: een land waar christenen en moslims zonder probleem kunnen samenleven.”