Benoeming Silvis is juist uitstekend

Had Jos Silvis niet benoemd mogen worden tot Europees rechter, omdat hij mis zat in de Schiedamse parkmoord? Onzin, stelt Tom Zwart. Rechters zijn niet onfeilbaar. Daarvoor is juist beroep of herziening mogelijk.

In deze krant (28 juni) en ook daarbuiten (Hans Crombag, de Volkskrant, 9 juli) is een discussie ontstaan over de vraag of het verstandig is om Jos Silvis te benoemen tot de nieuwe Nederlandse rechter in het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Hij was als rechter in Rotterdam medeverantwoordelijk voor de veroordeling van een onschuldige voor het plegen van de Schiedamse parkmoord. Zijn critici vinden dat een rechter die iemand ten onrechte een vrijheidsstraf heeft opgelegd niet in een mensenrechtenhof thuishoort.

Als onfeilbaarheid een selectiecriterium voor promotie zou worden, zouden nog maar weinig rechters voor bevordering in aanmerking komen. Rechters moeten voortdurend inschattingen en afwegingen maken over de schuldvraag, de hardheid van bewijs en de betrouwbaarheid van verklaringen. Dit doen zij weliswaar met behulp van bepaalde waarborgen, zoals meervoudige kamers in belangrijke zaken, maar het blijft mensenwerk. Ons rechtstelsel is gebaseerd op de veronderstelling dat fouten onvermijdelijk zijn, ook al doen rechters nog zo goed hun best.

Daarom kennen wij een stelsel van hoger beroep. Vergissingen in eerste aanleg kunnen hiermee worden hersteld. Advocaten kunnen bovendien een herzieningsverzoek doen als ze van mening zijn dat in de zaak van hun cliënt fouten zijn gemaakt. Door toedoen van het kantoor Knoops’ advocaten is in Nederland ook het zogeheten innocence project actief. Dit zet zich in voor degenen die ten onrechte zijn veroordeeld.

Ook de werkwijze van het EHRM gaat uit van de gedachte dat de leden ervan zich kunnen vergissen. Daarom kunnen uitspraken worden aangevochten bij de Grote Kamer. Deze komt soms tot een ander oordeel over de strafwaardigheid of strafmaat dan de rechters die zich in eerste instantie hebben uitgesproken over de zaak.

Zo was een partizaan in Letland in de Kononovzaak veroordeeld tot een gevangenisstraf, omdat hij collaborateurs en hun gezinsleden had geliquideerd. De Kamer vond die veroordeling in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), maar de Grote Kamer draaide deze uitspraak weer terug.

De critici van Silvis vinden dat de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa – die beslist over de benoeming – de voorkeur had moeten geven aan een andere kandidaat. Toch lijkt het erop dat de Assemblee bewust koos voor Silvis, omdat hij van alle kandidaten de meeste rechterlijke expertise had. Dit blijkt in elk geval uit een opmerking die voorzitter Hans Franken van de Nederlandse leden van de Parlementaire Assemblee maakte in deze krant.

Het is begrijpelijk dat de Assemblee de rechterlijke ervaring van Silvis zwaar heeft laten wegen. In de afgelopen jaren heeft het EHRM terecht willen bijdragen aan de verbetering van de mensenrechtensituatie in Europa, maar hierbij heeft het hier en daar ook de grenzen van zijn bevoegdheden opgerekt.

Zo doet het EHRM geregeld het verzoek aan staten om vreemdelingen niet uit te zetten zolang hun zaak in Straatsburg aanhangig is. Het Hof heeft inmiddels besloten dat deze verzoeken voortaan moeten worden beschouwd als bevelen, die de staten verplicht moeten uitvoeren. Steeds vaker schrijft het EHRM in detail voor hoe staten gevolg moeten geven aan uitspraken, hoewel dit volgens het EVRM aan de staten zelf is. Door zijn dynamische interpretatie van het EVRM heeft het Hof daaraan mensenrechten toegevoegd die in de tekst niet te vinden zijn, zoals een afdwingbaar kiesrecht, het recht op een schoon leefmilieu en aanspraken op sociale voorzieningen.

Deze oprekking van zijn taak heeft in diverse landen, waaronder Nederland, geleid tot weerstand. Het Verenigd Koninkrijk heeft zelfs de kont tegen de krib gegooid: op 24 mei jl. verklaarde de Britse premier Cameron dat Groot-Brittannië de zogeheten Hirstuitspraak niet ten uitvoer zal leggen. In deze zaak achtte het EHRM het Britse verbod op stemmen door gedetineerden in strijd met het EVRM. Het Verenigd Koninkrijk vindt dat het Hof ten onrechte een kiesrecht van gedetineerden leest in het verdrag en zich bemoeit met interne aangelegenheden.

De weigering van het Verenigd Koninkrijk, dat de uitspraken van het EHRM tot nu toe altijd trouw heeft uitgevoerd, brengt een zware slag toe aan de legitimiteit van het Hof. Het is niet uitgesloten dat staten die minder recht in de leer zijn de Britse weigering zullen zien als een aansporing om het EHRM uit te dagen.

Het is verstandig dat de Parlementaire Assemblee olie op de golven probeert te gooien door personen in het Hof te benoemen met rechterlijke ervaring en rechterlijk temperament, zoals Jos Silvis. Op deze manier wordt bevorderd dat het Hof zich meer bij zijn rechterlijke leest houdt, waarmee schadelijke confrontaties, die zijn gezag ondermijnen, worden voorkomen.

Tom Zwart is hoogleraar rechten van de mens aan de Universiteit Utrecht en curator van de Teldersstichting, een onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme, gelieerd aan de VVD.