Amsterdam Fashion Week is meer theater dan mode

Bij de Amsterdam Fashion Week lag de focus meer op creativiteit dan commercie. Ontwerpen van grote winkelketens maakten plaats voor beginnende ontwerpers.

Vanuit een uitbundig decor van olijfbomen en bloemenperken doemt een klein meisje met rode krullen en een bruidsmeisjesjurk op. Ze wordt gevolgd door een gesluierde bruid met een boeket in haar handen waaruit een penetrante wierrookwolk het publiek in walmt.

Zo creëerde modeontwerper Edwin Oudshoorn gisteravond een sprookjesachtige wereld, waarin hij jurken vol borduursels, lange slepen en hoge kragen liet zien. Zijn spectaculaire, maar allesbehalve draagbare en verkoopbare collectie had meer met theater dan met de mode van nu te maken.

Met Oudhoorns show eindigde op het Westergasterrein de zeventiende editie van de halfjaarlijkse Amsterdam Fashion Week. Programmadirecteur Carlo Wijnands legde de focus meer dan ooit op creativiteit en minder op commercie. Winkelketens als Hunkemöller en Claudia Sträter schrapte hij uit het schema. Daarvoor in de plaats kwamen jonge, onbekende ontwerpers.

Door gebrek aan ervaring en budget wisten ze lang niet allemaal een overtuigende collectie neer te zetten. Het best tot hun recht kwamen de jonge ontwerpers tijdens twee awardshows: de Frans Molenaar Coutureprijs en de Lichting 2012. Couturier Frans Molenaar reikt al sinds 1995 elk jaar 10.000 euro uit aan een pas afgestudeerde modeontwerper. Woensdagmiddag gaven vijf geselecteerde studenten een korte modeshow, waarna een vakjury Peet Dullaert, onlangs cum laude afgestudeerd aan ArtEZ, tot winnaar uitriep. Hij presenteerde broekpakken, gemaakt van verschillende, fraai met elkaar gecombineerde stoffen.

Voor Lichting 2012, de door het jeansmerk G-Star gesponsorde ontwerpwedstrijd, vaardigen de zeven Nederlandse modeacademies jaarlijks ieder hun twee beste studenten af. Yvonne Kwok, afkomstig van het Amsterdam Fashion Institute, werd uitgeroepen tot winnaar. Zij presenteerde een serie kleurrijke korte jurkjes en rokjes waarin ze tal van handwerktechnieken verwerkte. Ook zij ontvangt 10.000 euro.

Ervaren ontwerpers waren er deze week ook nog genoeg te zien. Naast Oudshoorn bijvoorbeeld Bas Kosters, die een collectie gebaseerd op hartjes en liefde liet zien en zich van te voren uitgebreid over zijn liefdesleven liet interviewen door Margreet Dolman (een typetje van Paul Haenen).

Een hoogtepunt was de show van Sjaak Hullekes. De in Arnhem gevestigde mannenmodeontwerper had zich laten inspireren door het Azië van de jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw. Dat thema vertaalde hij subtiel naar modieuze kimonojasjes en jasjes met mandarijnkraagjes, uitgevoerd in een smaakvol kleurpalet van beige, olijfgroen, terracotta en kaki. Hullekes had altijd al een voorliefde voor strak gesneden mannenmode, maar dit seizoen zaten de broeken strakker dan ooit om de billen en bovenbenen van zijn modellen gespannen. In combinatie met de soms transparante t-shirts leverde het een gewaagd beeld op.

Bij SIS, de tweede lijn van de gezusters Truus en Riet Spijkers, liepen vrijdagmiddag lachende modellen met wapperende haren over de catwalk. De vergelijking met het Franse modehuis Sonia Rykiel, bekend om z’n vrolijke shows, was snel gemaakt. SIS toonde frisse, goedgemaakte kleding geïnspireerd op circussen uit de jaren twintig: veel soepel vallende zomerjurkjes – gestreept of voorzien van kleurrijke, grafische prints –afgewisseld met knap gesneden broekpakken. De collectie zal in het voorjaar in zo’n 60 winkels verspreid over de wereld hangen, waaronder negen in Nederland en 27 in Japan. Daarmee is SIS één van de weinige aan de modeweek deelnemende merken die ook een commercieel succes is.