Aflossen huizenlening móét

Gerrit Zalm, oud-minister van Financiën (VVD) en nu bestuursvoorzitter van staatsbank ABN Amro, heeft gelijk. Aflossen van huizenleningen moet de norm worden, zei hij zaterdag in het Algemeen Dagblad. Daarbij moet Nederland geen onderscheid maken tussen nieuwe huizenkopers die leningen aangaan en volgens het Lenteakkoord wél in 30 jaar moeten aflossen en bestaande schuldenaren die dat niet hoeven.

Natuurlijk is op de boodschapper én de boodschap het nodige af te dingen. Zalm heeft als voormalig financieel directeur van de inmiddels failliete DSB Bank niet meer de vlekkeloze reputatie van minister Zalm. Zijn voorstel zou, afhankelijk van de gekozen uitwerking, ook in het voordeel van de banken uitpakken en eigenbelang zijn. En het voorstel heeft meer dan een zweem van onrechtvaardigheid. Mensen zijn hoge verplichtingen aangegaan en de overheid wijzigt zomaar de regels.

Dat laatste is, zakelijk bezien, het meest prangend. Een betrouwbare overheid is cruciaal. Tegelijkertijd zijn juist fiscale regels, zoals de aftrekbaarheid van hypotheekrente, vrijwel permanent inzet van wijzigingen. Ook op andere terreinen in de samenleving, zoals de recente doorbraak in de verhoging van de AOW-leeftijd, worden oude regels geschrapt.

Daar komt bij dat niemand de politiekmaatschappelijke discussie gemist kan hebben over de onhoudbaarheid van de aftrek én over het terugdringen van het begrotingstekort. De financieel- economische crisis in Europa én in Nederland is een schuldencrisis. Die crisis moet met alle middelen bestreden worden.

Met de tweedeling tussen nieuwe en bestaande schuldenaren maakt de overheid het zich onnodig moeilijk. Hoe minder uitzonderingen op fiscale regels, hoe beter. Dat laat onverlet dat de wijzigingen voor menigeen een pijnlijk proces zullen zijn. Een tegemoetkoming in de vorm van een overgangsregeling of een lagere inkomstenbelasting ligt voor de hand. Tevens zou het niet gek zijn om de banken en verzekeraars die de aflossingsvrije hypotheek zo massaal hebben verkocht, te beboeten voor een financiële ‘innovatie’ die de luchtbel in de huizenmarkt en in de economie verder heeft opgeblazen.

De zekerheid van immer stijgende huizenprijzen én van maximale fiscale renteaftrek op huizenleningen zijn in twee generaties ingeslopen in de nationale psyche als een verworven recht. Het eerste blijkt fictie. Het tweede moet nu ook verdwijnen.