BBP telt ook slechte dingen. Iemand een betere welvaartsmaat?

De klimaattop in Rio de Janeiro van juni 2012 is mislukt. Grote wereldleiders waren afwezig, harde afspraken bleven uit – zeker wat betreft duurzame ontwikkeling van de Derde Wereld. Ondertussen werd er wel aardig gefilosofeerd over een nieuwe welvaartsmaat: een ‘Groen BBP’ voor een economie die milieukosten verrekent.

Foto Rick Rindertsma

De klimaattop in Rio de Janeiro van juni 2012 is mislukt. Grote wereldleiders waren afwezig, harde afspraken bleven uit - zeker wat betreft duurzame ontwikkeling van de Derde Wereld. Ondertussen werd er wel aardig gefilosofeerd over een nieuwe welvaartsmaat: een ‘Groen BBP’ voor een economie die milieukosten verrekent.

Kritiek op het BBP, of Gross Domestic Product, gaat ver terug. De totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten is in ogen van velen geen juiste manier om de welvaart van een land te meten, laat staan om er landen onderling mee te vergelijken.

Beroemd is de kritiek van de Amerikaanse senator Robert Kennedy. In een speech voor de University of Kansas sprak hij op 18 maart 1968 rake woorden:

“Het bruto binnenlands product omvat luchtvervuiling en reclame voor sigaretten en de ambulances die op de snelwegen verkeersslachtoffers weghalen. Het rekent de speciale sloten voor onze deuren mee en ook de gevangenissen voor de mensen die ze stukmaken.

Het bruto binnenlands product omvat de vernietiging van de cederwouden en de dood van Lake Superior. Het neemt toe met de productie van napalm en raketten en kernkoppen. Het houdt geen rekening met de gezondheid van onze gezinnen, de kwaliteit van het onderwijs of het genoegen dat we aan spelen beleven.

Het is net zo onverschillig voor de properheid van onze fabrieken als voor de veiligheid van onze straten. Het telt niet de schoonheid van onze poëzie mee of de kracht van onze huwelijken, noch de intelligentie van het publieke debat of de integriteit van ambtenaren… het meet kortom alles, behalve dat wat het leven de moeite waard maakt.”

Vier jaar na Kennedy’s speech kwam Jigme Singye Wangchuk, destijds koning van Bhutan, met het antwoord: Bruto Nationaal Geluk. Sindsdien is dat een terugkerend agendapunt op menig conferentie en een sympathiek idee waar politici als Sarkozy en Cameron mee dweepten. Een idee waarmee je op overtuigende wijze het BBP kunt afdoen als het pure kwaad. Of zoals geluksgoeroe Chip Conley de psycholoog Abraham Maslow parafraseert: “Als ons enige gereedschap een hamer is, dan ziet alles eruit als een spijker. We worden voor de gek gehouden door ons gereedschap.” Geluk, zo sprak hij op een TED conferentie, is “willen wat je hebt gedeeld door hebben wat je wilt”.

Daar krijg je een zaal mee in hogere sferen, maar hebben we er ook echt iets aan? Bjørn Lomborg, een Deense politicoloog die zichzelf een ‘sceptisch milieuactivist’ noemt, merkt op dat het BBP weliswaar niet perfect is, maar dat landen met een hoog BBP over het algemeen minder kindersterfte, een hogere levensverwachting, beter onderwijs, meer democratie, minder corruptie, een grotere kwaliteit van leven en een schoner milieu hebben dan landen met een lager BBP. Kortom: de definitie van het BBP is nogal grof, maar als indicator voor welvaart is de in de jaren dertig ontwikkelde maat zo slecht nog niet.

Op de Rio+20 conferentie van afgelopen juni (de naam verwijst naar de historische VN-bijeenkomst twintig jaar eerder) ging het vooral om de milieuschade die met economische groei gepaard gaat. Als voorbeeld gaf men een moeras nabij Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Een moeras dat van nature afvalwater zuivert. Zou dat moeras omgevormd worden tot stedelijk gebied dan moet er een zuiveringsinstallatie gebouwd worden. Eén die miljoenen dollars per jaar kost. Dit soort kosten, zo wil de gedachte, moeten meegenomen worden in een ‘Groen BBP’.

Lomborg gruwelt van die beredenering. In een opiniestuk op Project-syndicate.org waarschuwt hij dat met de focus op een ‘Groen BBP’ alle economische logica verloren gaat. Als Kampala dat moeras omwille van een ‘groene economie’ met rust laat, blokkeert ze volgens hem economische groei en innovatie die leiden tot beter onderwijs, meer democratie, betere gezondheid en meer van dat moois. “Stel je eens voor dat onze voorouders ten koste van alles moeras beschermden. Een groot deel van Manhattan zou dan nog steeds moeras zijn in plaats van de stuwende kracht achter New York City. Een enorme kostenpost voor de maatschappij.”

Bruto Nationaal Geluk, een Groen BBP: het zijn sympathieke ideeën, maar ook niet veel meer dan dat. Met hetzelfde gemak kun je stellen dat het bruine BBP (het opstoken van olie, het kappen van bossen, het vernietigen van de ozonlaag) ons een beschaving heeft gebracht waar de mensheid tot wasdom kwam. Qua kunst, onderwijs en gezondheid. Terwijl de aarde kucht, leven we langer dan ooit.

Wie alles – ook immateriële zaken - wil verrekenen tot één cijfer en daar naar wil handelen, komt bedrogen uit. Dan liever zo’n kapitalistisch onding als het BBP. Niet om op blind te staren, maar om de druk op de ketel te houden. Niet voor niets kreeg Simon Kuznets een Nobelprijs voor deze uitvinding: het BBP als instrument om het economische herstel van de Grote Depressie te meten. Juist nu hebben we deze harde maat nodig, anders verzuipen we berooid en ongelukkig in het moeras dat onze groene vrienden zo lief is.