'We weten dat we het niet alleen kunnen'

ASML sloot deze week een pact met techgigant Intel. De chipmachines uit Veldhoven zijn onmisbaar voor de computerindustrie. Peter Wennink, financieel directeur en mastermind van de deal: „We zijn cowboys – rebellen die het onmogelijke willen doen.”

‘De beste fabriek van Nederland’, staat er op een bord in het Veldhovense plantsoen, vlak langs de A2. Het kampioensgevoel zit er goed in bij chipmachinefabrikant ASML. Aan crisis hebben ze geen boodschap. De omzet is nooit hoger geweest (5,6 miljard euro in 2011) en een nieuwe productiehal gaat volgende week open. Deze week maakte de maker van lithografische machines een opzienbarende deal bekend: de belangrijkste klant, chipfabrikant Intel, steekt 3,3 miljard euro in ASML. Dat levert 1.200 banen op in de regio Eindhoven.

Er lopen ook onderhandelingen met chipfabrikanten Samsung en TSMC. Het is de verwachting dat die ook geld in ASML stoppen om mee te betalen aan de ontwikkeling van nieuwe productiemethoden, bedoeld voor de elektronica van het volgende decennium.

Achter de bureaustoel van financieel directeur Peter Wennink hangt een poster van Hongkong. Het werkelijke uitzicht is een regenbui boven Eindhoven. In deze kamer schetste Wennink zes maanden geleden de contouren van een miljardendeal tijdens een brainstorm met de andere leden van de raad van bestuur,

Het basisplan werd in een paar uur tijd gesmeed: de drie grootste klanten – concurrenten van elkaar – moesten een partner worden. Want Intel, Samsung en TSMC profiteren ervan dat ASML erin slaagt steeds fijnmaziger patronen te tekenen op chips. Zolang Veldhoven lithografiemachines maakt die de natuurkundige wetten tarten en tot op de nanometer nauwkeurig werken, blijft de wet van Moore geldig: de rekencapaciteit van chips verdubbelt elke 18 maanden, de gemiddelde prijs van rekenkracht daalt. Wennink: „Dat is de economische motor die deze sector van 300 miljard dollar aanjaagt.”

De afgelopen anderhalve maand was Wennink continu onderweg, pendelend tussen Silicon Valley, Korea en Taiwan. Samen met topman Eric Meurice legde hij het voorstel uit. Doel was een „elegante constructie” om samen de komende generatie lithografiemachines te ontwikkelen. Intel reageerde het snelst. Na een ontmoeting in een hotel in Palo Alto, een paar weken geleden, werd maandag het contract getekend.

Kan ASML niet zelf het onderzoek financieren?

„We zouden het wel kunnen, daar gaat het niet om. Dit is een strategische deal waarmee we de risico’s spreiden. Minderheidsbelangen in toeleveranciers zijn heel gewoon in de chipindustrie. Maar wij doen iets extra’s door onze partners te vragen geld te stoppen in onderzoek. Zo blijft de economische motor draaien. Als we op het gewone investeringspatroon waren blijven zitten, zou de boel vertragen en daar hebben onze klanten ook last van. We kunnen op deze manier garanderen dat onze partners hun machines op tijd krijgen. En omdat ze in ASML investeren, profiteren ze ook mee als wij het goed doen.”

Gingen de onderhandelingen met Intel zo makkelijk of zijn de andere partijen traag?

„Intel is een geoliede machine. Ze plannen met militaire precisie hoe ze in nieuwe technologie investeren en willen graag de eerste zijn. Ondertussen spraken we ook met andere klanten, en dat wisten ze van elkaar.

We zijn vanaf het begin af aan duidelijk geweest dat we zelfstandig wilden blijven. Dat is cruciaal, als toeleverancier van deze technologie moet je onafhankelijk zijn. Dus daarom hebben de nieuwe aandeelhouders straks geen recht om een commissaris te leveren, om mee te stemmen, of om meer dan 19,9 procent van de aandelen te verzamelen. Wij moeten kunnen doen wat we altijd hebben gedaan en we willen andere klanten garanderen dat er niets verandert als Intel de grootste aandeelhouder in ASML is. Ook Samsung en TSMC snappen die logica. En ze hebben nu extra belangstelling nu de deal met Intel rond is. Dat is prima, want onze strategie is om zoveel mogelijk klanten mee te krijgen.”

Verandert ASML straks als bedrijf?

„In de jaren negentig, toen we amper duizend man in dienst hadden, heerste hier echt nog een cowboymentaliteit. Grote mond, en later zien we wel of het lukt. We hebben inmiddels de zaak onder controle. Dat mag ook wel, met een marktaandeel van 80 procent. Maar die wat rebelse cowboyspirit zit er nog wel in. Ik weet dat Eric (Meurice, topman van ASML) hier net werkte en tegen me zei: de mensen doen niet wat ik zeg. Ik zei toen waarschijnlijk hebben ze daar een goede reden voor. Het uitdagende zit ook in de technologie: we willen toch telkens iets bereiken dat nog nooit iemand bereikt heeft.”

Hoe werkte de bedrijfstop samen bij deze deal?

„Er worden hier in de raad van bestuur eigenlijk nooit politieke spelletjes gespeeld, omdat het doel van het bedrijf kraakhelder is. Dankzij de Wet van Moore weten we precies waarover we over tien, vijftien jaar moeten zijn. Die focus is heel belangrijk.”

Is er genoeg hightech talent in de regio te vinden voor 1.200 banen?

„De laatste jaren melden talentvolle ingenieurs zich vanzelf om bij ons te werken, en deze deal stimuleert dat alleen maar. Bovendien vissen we niet alleen in de Nederlandse vijver, maar komen onze specialisten uit heel Europa. We hebben hier 71 nationaliteiten en van de nieuwe mensen komt de helft uit het buitenland.”

Dit is een win-win deal, zei Eric Meurice. Maar kan het nog fout gaan? Wat zijn de risico’s?

„Natuurlijk, we moeten dit goed uitvoeren. Daarom willen we de risico’s delen. Wij besteden zelf ook bijna alles uit aan toeleveranciers. In feite is ASML geen fabriek die zelf dingen maakt. Het is voor ons bijna plug en play. We zetten hier hooguit de dingen in elkaar die elders, onder meer bij bedrijven als Zeiss en VDL, gemaakt worden. We delen een groot deel van onze waarde met onze toeleveranciers.”

Een soort poldermodel dus?

„Ja, en daar moesten onze aandeelhouders in het begin aan wennen. Maar nu snappen ze onze kijk op open innovatie. Vroeger was innovatie iets wat binnen de muren van een groot instituut gebeurde, zoals het Philips Nat Lab. De campus van ASML is geen kenniscentrum, maar we zijn wel spin in het web tussen klanten, leveranciers en kennisinstellingen. De problemen die we hier proberen op te lossen hebben veel invalshoeken. Dat kunnen we allemaal zelf doen, maar we zoeken liever partners die dat specifieke aspect op wereldklasse kunnen oplossen. We weten dat we het niet alleen kunnen.”

Wat kan de rest van Nederland leren van ASML’s innovatiebeleid?

„We zijn straks Nederlands grootste investeerder in onderzoek en ontwikkeling, met een budget van 900 miljoen euro per jaar. Dat kan omdat we een essentieel onderdeel maken, helemaal aan het begin van de keten. In Nederland wedden we nu nog op te veel paarden tegelijk. Dat moeten er minder zijn. Beperk je tot grote maatschappelijke problemen die over twintig of dertig jaar nog opgelost moeten worden: de gezondheidszorg, energie, het milieu. Je moet voorin in de keten zitten, daar waar je met hoogwaardige kennis iets kunt toevoegen. Dat is hét model voor de Europese industrie. En we moeten ons niet laten meetrekken in die negatieve spiraal dat het in Europa niets meer is.”