Wat wil de man

Hoe gretig ze ook wilde en hoe hard ze ook werkte, het lukte de Amerikaanse hoogleraar politicologie Anne-Marie Slaughter niet om haar topfunctie bij Buitenlandse Zaken in Washington te combineren met de zorg die ze aan haar gezin wilde besteden. In een geruchtmakend essay dat ook in deze krant verscheen, beschreef ze hoe ze wegdreef van een positie die ze vol overgave vervulde, toen haar tienerzoon ernstig begon te puberen. Dit ondanks de steun van haar echtgenoot.

Haar probleem was te overzien. Inzichtelijk voor iedereen met een gezin, dus ook voor haar mannelijke collega’s. Onbegrijpelijk is dat haar werkgever een kracht als zij door de vingers liet glippen, zonder poging om haar te behouden met een ander werkschema of, eventueel tijdelijke, vermindering van werkdruk.

Wat haar gebeurde is niet uitzonderlijk en evenmin beperkt tot hoge functies. Niet alleen het landsbestuur, de meeste bedrijven zijn ingesteld op werknemers die weinig verantwoordelijkheid nemen voor de zorg voor een gezin. Zelfs een deeltijdbaan wordt als luxe beschouwd, met tijd voor ‘iets leuks’.

Met haar artikel over haar vlucht legde Slaughter de vinger op de zere plek, blijkt uit de vele, positieve en negatieve, reacties (zie ook pagina 28). Haar persoonlijke verhaal verwijst naar iets algemeners dan de vrouwen met topbanen, en nieuw is het niet. Het ligt in het verlengde van het onbehagen bij de vrouw zoals Joke Smit het in 1967 betitelde in haar beroemde essay in De Gids. Sindsdien veranderde er veel, maar Slaughters woorden maken duidelijk hoe er nog altijd alle reden is voor zulk onbehagen.

De feministen die in het spoor van Smits noodkreet optrokken voor gelijkwaardigheid, spiegelden zich aan de mannenwereld zonder er werkelijk aan te morrelen. Ze streefden naar arbeidsparticipatie volgens de status quo en beschouwden de gezinszorg als een uit te besteden last. Wilden vrouwen werken, dan ging ook voor hen het werk voor het meisje. En voor het jongetje. Voor haar kinderen.

Sindsdien is de werkende vrouw niets bijzonders meer, en toch is er niet veel veranderd. Of ze nu buitenshuis werken of niet, vrouwen ‘doen’ meestal de gezinszorg, daadwerkelijk of op zijn minst coördinerend. Zo blijven moeders altijd moeders en zijn de meeste vaders pas in tweede instantie vader – mannen met een wekelijkse ‘pappadag’ naast hun baan.

Er is nu eens te meer reden voor alarm. In de nabije toekomst zal na een echtscheiding het recht op alimentatie voor Nederlandse vrouwen beperkt worden. Een op zichzelf terechte maatregel, maar die heeft consequenties. Kinderen blijven in veel gevallen bij hun moeder, en die moeder zal aan het arbeidsproces moeten deelnemen. Wat Anne-Marie Slaughter in het groot beschrijft, geldt echter alom in het klein. Die gescheiden vrouw loopt wat carrière betreft bijna per definitie achterop. Planning noch onderhoud van een loopbaan was optimaal te combineren met de gezinstaken die ‘nu eenmaal’ de hare waren. En nu moet ze nu opeens volop aan het werk, met nóg minder uitzicht op verbetering aangezien ze er alleen voor staat.

De oplossing ligt voor de hand: mannen zouden een evenredige verantwoordelijkheid moeten nemen en krijgen voor de zorg voor hun gezinnen. Ook na een scheiding. Werkgevers dienen te beseffen dat ze goede werkkrachten verliezen als ze de gezinszorg ondergraven. Die zorg is tijdrovend, maar niet moeilijk. Leuk zelfs, ook voor de kinderen. Maar een baan buitenshuis is blijkbaar toch een stuk aantrekkelijker dan een huishouden runnen.