Waarom Mitt Romney niet toeslaat

President Obama is kwetsbaar. Maar of zijn uitdager Mitt Romney hem een knock-out kan toedienen? Improviseren is zijn zwakke punt.

Mitt Romney stond erbij alsof hij een verkeerde afslag had genomen. Op de jaarvergadering van de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging NAACP, afgelopen woensdag in Houston, Texas, liepen geen Republikeinen rond, laat staan dat hij er stemmen kon winnen. En toch kwam Romney er spreken. De traditie schrijft voor dat iedere presidentskandidaat langskomt, en hij wilde aantonen dat „juist zwarte families veel te lijden hebben van het beleid van president Obama”.

Boegeroep uit de zaal.

Toen ging het over Obama’s zorgstelsel. Romney zei dat hij het zou afschaffen zodra hij president was. Opnieuw gejoel en geroep, er werd zelfs gelachen. Romney keek verrast rond, glimlachte gegeneerd, en ging verder met zijn betoog. Als een vegetariër op een feestje van veeboeren, constateerde een aanwezige Britse journalist.

Het is de tragiek van Mitt Romney in één oogopslag. De campagne is deze week echt begonnen, met busreizen door de elf staten waar het nog spannend is tussen hem en Barack Obama, de swing states. Alles is goed voorbereid. De talking points kloppen. Maar het lukt Romney maar niet een boodschap te vinden die de herverkiezing van president Obama serieus in gevaar brengt.

Alles wijst erop dat Obama kwetsbaar is. Voor het eerst in de recente geschiedenis heeft de uitdager van een zittende president meer geld voor zijn campagne ingezameld dan de president zelf. Obama haalde in juni 71 miljoen dollar op, tegen 105 miljoen voor Romney. De Republikein profiteert van vrijere regels voor zogeheten super-PAC’s, politieke actiecomités die formeel los staan van een kandidaat maar onbeperkt geld voor zijn campagne mogen inzamelen. Een paar conservatieve geldschieters – Sheldon Adelson, de Koch-broers – geven gigantische bedragen.

Obama moet het hebben van talloze kleine donateurs, die bedragen tussen de drie en de honderd dollar storten.

De grootste bedreiging voor Obama is de zwakke economie. Hoewel er elke maand banen bijkomen, blijft de werkloosheid op 8,2 procent staan. Amerikaanse kiezers pikken dat doorgaans niet. Franklin D. Roosevelt was de laatste zittende president die wegkwam met een hoge werkloosheid (7,2 procent), in het crisisjaar 1936. Obama is geen Roosevelt. Zijn approval rating, het percentage kiezers dat hem steunt, staat op 45 procent. Dat was 64 procent in januari 2009, toen hij net begonnen was, en het daalt sindsdien gestaag.

Obama is te verslaan. Maar niets wijst nog op een soepele campagne van Romney, laat staan een machtsovername in november. Peilingen laten zien dat de aanhang van beide kandidaten ongeveer gelijk is. Maar Obama doet het veel beter in de onbesliste staten. Nate Silver, een data-analist van The New York Times, geeft op zijn weblog Obama een kans van ruim 66 procent om te winnen, tegen 34 procent voor Romney.

Moeizaam improviseren

Romney is eigenlijk onafgebroken kandidaat geweest sinds 2007, toen hij voor het eerst een gooi deed naar de presidentskandidatuur. Hij vertelt al jaren hetzelfde verhaal, maar komt in de problemen als hij moet reageren op iets onverwachts. Romney is een uitstekende organisator. Dat talent hielp hem bij het organiseren van de Winterspelen van 2002 in Salt Lake City. Maar improviseren is zijn zwakke kant.

Zoals twee weken geleden. Het omstreden nieuwe zorgstelsel van president Obama werd toen tot ieders verrassing goedgekeurd door het Hooggerechtshof. De verplichte zorgverzekering met een boete voor onwilligen is toelaatbaar, zei het Hof, omdat het een soort belasting is. Dit was een kans voor Romney om Obama af te schilderen als president die de belastingen verhoogt. In plaats daarvan verklaarde Romney’s campagneteam dat het stelsel niet als belasting, maar als boete gezien moet worden. Dat is precies wat Obama zegt. Een paar dagen later veranderde Romney van gedachten en kwam hij met een andere verklaring: hij zei dat Obamacare wel degelijk een belasting is.

Geen overtuigde basis

De hardste aanvallen op Romney komen niet van Obama’s televisiespotjes, of van linkse websites. Nergens wordt Romney zo de maat genomen als in de conservatieve The Wall Street Journal en veelgelezen Republikeinse weblogs als Breitbart en The Weekly Standard. Het zegt iets over zijn geringe populariteit in het activistische, meest conservatieve deel van de Republikeinse Partij. Deze vleugel wil opgezweept worden met harde anti-Obama-retoriek, evangelische geloofsbelijdenissen of betogen over lage belastingen. Romney houdt een eigen, wat afstandelijk verhaal, en dat doet hij al maandenlang. Het gaat over ondernemerschap, zijn liefde voor Amerika en oliepijpleidingen.

Het roept zo weinig enthousiasme op dat The Weekly Standard Romney vergelijkt met twee Democraten: Michael Dukakis (1988) en John Kerry (2004). Ze dachten een impopulaire president te kunnen verslaan, maar vergaten dat er ook eigen ideeën nodig zijn om kiezers enthousiast te maken. Columnist William Kristol vroeg zich wanhopig af: „Is het te laat om Mitt Romney te vragen de automatische piloot uit te zetten en zich eens bezig te houden met de race waar hij aan meedoet?”

Een zwak campagneteam

Romney houdt niet van verrassingen en werkt daarom met een vaste groep getrouwen. Hij kent ze vooral uit zijn jaren in Massachusetts (2002-2006). Campagneleider Beth Myers was in Boston Romney’s stafchef. Oud-journalist Eric Fehrnstrom, zijn belangrijkste adviseur, is ruim tien jaar zijn woordvoerder. Maar het zijn uitgerekend zijn vertrouwelingen die het hem moeilijk maken. Het was Fehrnstrom die op televisie verwarring stichtte over de vraag of Obamacare nu een belasting of een boete is. Beth Myers moet een geschikte kandidaat-vicepresident vinden. Het zoeken is naar een game changer, iemand die de campagne dynamiek geeft. Maar alle kandidaten lijken sprekend op Romney: blanke, middelbare mannen uit de gematigde vleugel van de Republikeinse Partij, zoals Rob Portman, of Tim Pawlenty.

Het raadsel Romney

Het levensverhaal van Barack Obama was in 2008 goed om de harten van kiezers te winnen. Hij beschreef het in twee boeken en vertelde dat zijn verhaal een voorbeeld was voor iedere Amerikaan in een uitzichtloze positie. Mitt Romney is en blijft een raadsel. Hij vertelt hooguit over zijn zakenverleden bij Bain Capital en refereert aan zijn tijd als gouverneur van Massachusetts. Net als Obama maakt ook de mormoon Romney deel uit van een gediscrimineerde minderheid, maar hij houdt zich op de vlakte over zijn achtergrond. Tijdens zijn toespraak van woensdag zei Romney tegen zijn zwarte publiek dat hij zich zou gaan uitspreken over die achtergrond: „Als jullie echt weten wie ik ben, diep in mijn hart, zullen jullie op mij stemmen.” Maar aan het einde van de toespraak had hij niets nieuws verteld.