Vrouwen kunnen pas later klimmen

Anne-Marie Slaughter schreef vorige week dat ze haar topbaan bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken niet meer kon combineren met haar gezin. Op deze pagina staat een aantal reacties op haar essay.

Een succesvolle Amerikaanse vrouw geeft haar high-powered baan op om meer tijd te kunnen doorbrengen met haar tienerzoons. Een storm van kritiek is het gevolg.

Wat Anne-Marie Slaughter vorige week schreef in Opinie&Debat (‘Het lukt vrouwen niet, topcarrière en gezin tegelijk’) is herkenbaar, vooral het niet de baas zijn over je eigen tijd en het vele reizen. Je aanwezigheid bij zakelijke bijeenkomsten, in andere steden en landen, betekent automatisch afwezigheid elders – bijvoorbeeld thuis, bij je opgroeiende pubers. Life is elsewhere, schreef Milan Kundera – al had hij het niet over de carrièrevrouw. De combinatie van haar zware baan in Washington en de adolescentie van haar kinderen vereiste een dubbele presentie-eis die Slaughter zelf voortdurend voelde en die ze niet herkende bij haar mannelijke collega’s, tot haar frustratie.

Ze besloot minder te gaan werken. Dit werd moeilijker gemaakt door reacties van vrouwen van haar leeftijd – ‘hoe kun jij, juist jij, dit nou doen?’ – en door haar eigen schuldgevoel tegenover de jongere generatie.

Toen ik in 2009 bij Shell vertrok – met soortgelijke overwegingen als Slaughter – kreeg ik deze reacties ook. ‘Jammer, weer een vrouw minder aan de Nederlandse top.’ Het waren altijd vrouwen die dit zeiden. Na een tijdje begon me op te vallen dat deze vrouwen geen kinderen hadden. Ook ik voelde me schuldig. Ik gaf het op, na al die jaren van doorbijten en andere vrouwen aansporen tot hetzelfde.

Toch is men hier ook relaxter dan in de Verenigde Staten. Driekwart van de vrouwen is tevreden met een parttimebaan – en we staan nog altijd hoger dan de VS op de UN Happiness Index. In Nederland hoef je niet zo nodig carrière te maken. Ik sprak laatst met een gezelschap jonge, vrouwelijke studenten over de keuzes die ik had gemaakt in mijn leven. Enthousiast vertelde ik over de flexibiliteit van mijn werkgever, de inzet van mijn echtgenoot en de voordelen van een internationaal leven voor mijn kinderen. Een jonge vrouw stak haar hand op en vroeg: is dit het allemaal wel waard geweest?

Ik moest even diep ademhalen en besloot dat het antwoord moest bestaan uit twee delen. Allereerst: de noodzaak om jezelf te allen tijde financieel te kunnen onderhouden. Dit noem ik het basiskamp. Van hieruit kun je pogen een top te bedwingen. Naar het basiskamp moet je altijd kunnen terugkeren.

Daarna: de top, of niet dus, als je niet wilt of kunt. Dit moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Wel loopt Nederland ernstig achter. Bij de vijfduizend grootste bedrijven komt het aandeel vrouwen in de leiding nauwelijks uit boven de 3 procent, schrijft Paul Schnabel in Rare jaren.

Dit getal – en dan ook nog het perspectief van Slaughter… Wordt het ooit nog wat hier?

Misschien is het nooit haalbaar dat de helft van de top bestaat uit vrouwen, maar in 30 of 40 procent blijf ik geloven – en Slaughter uiteindelijk ook. Terecht schrijft ze dat de carrièreboog anders loopt nu de leeftijdsgrenzen zich verleggen; dat meer dan één carrière mogelijk is; dat je top niet meer op 45 jaar hoeft te liggen, maar misschien wel tien jaar later of zelfs meer. Je kunt afdalen naar het basiskamp en later weer een beklimming wagen.

Alles draait om tijd. Reizen is vooral tijdverlies. Flexibel werken noemt Slaughter ook. Vergis ik me of is dit bij veel bedrijven hier al de norm? De aanwezigheidsplicht in Nederland is minder streng dan in de VS. Woon-werkfiles hebben ons hierbij geholpen. Het thuiswerken is vergevorderd – al loopt de overheid als werkgever schandalig achter.

De term work-life balance moet zijn verzonnen door een man. Een vrouw maakt dit onderscheid niet. Tussen de vergaderingen door worden de boodschappen besteld, via internet. In de pauze fietst ze langs school voor een gesprekje met een leraar. ’s Avonds is ze het liefst op tijd thuis, maar om acht uur gaat de pc aan. Het loopt volstrekt door elkaar. Je zou het als bedrijfsmotto moeten ophangen: ‘Geen E-mails Na Zes Uur ’s Avonds!’

Bedrijfsbeleid kan nog veel beter. Terecht wijst Slaughter erop hoe kortzichtig de werkgever nog is die niet de grote drive van menig full-time werkende ouder waardeert, de ouder die bereid is om flexibel te zijn als de kinderen klein zijn (tot vier jaar, bij Shell in mijn tijd), terwijl het delegeren van de verantwoordelijkheden thuis bij die leeftijd helemaal niet zo’n opgave hoeft te zijn. Het is de ouderlijke rol bij tieners, de tweede helft van de middelbare school, die zich veel lastiger laat vervangen. Je kunt dat maar één keer goed doen.

En daarna kun je altijd verder.

Margot Scheltema is beroepscommissaris (onder andere ASR, Triodos Bank, Schiphol, TNT Express, Rijksmuseum). Management Scope benoemde haar tot machtigste vrouw van corporate Nederland. Ze was financieel directeur van Shell Nederland