Column

Vitaliteitssparen: fiscaal speeltje voor zzp’ers

Ik vraag mij af of ik mee zal doen met de vitaliteitsregeling. De 20.000 euro die ik daarin maximaal kan sparen, wil ik later gebruiken voor hypotheekaflossing. Is dit een goed idee? Of kan ik beter gewoon sparen? Ik twijfel, omdat je over opnames uit de vitaliteitsregeling belasting moet betalen.

Veel dertigers en veertigers hebben het zwaar. Ze moeten tegelijkertijd carrière maken, opgroeiende kinderen verzorgen, schulden aflossen en – steeds vaker – ook nog hun bejaarde ouders ondersteunen. Al een dikke tien jaar experimenteert de overheid met verlofregelingen om dit ‘spitsuur van het leven’ draaglijker te maken.

Dit begon in 2001 met verlofsparen. Slechts een handjevol werknemers deed eraan mee. In 2006 kregen we levensloopsparen. Hierin spaarden zo’n 300.000 werknemers maximaal 12 procent van hun bruto jaarsalaris. Eind 2011 hadden ze samen 4,6 miljard euro, met fiscaal voordeel, opgepot.

Maar geld opnemen, ho maar, want zo’n bedrag wordt bij je belastbaar inkomen opgeteld. Hierdoor eindigt levenslooptegoed te vaak als eerder of extra pensioen voor babyboomers met een hoog salaris en al een dijk van een pensioen. Onze dertigers en veertigers blijven ondertussen zwoegen. Zeker in crisistijd kunnen en durven maar weinig spitsuurouders hun carrière een tijdje in de steek te laten.

Toch komt er in 2013 een derde poging om onbetaald verlof te faciliteren: het vitaliteitssparen, bereikbaar voor werknemers, ondernemers en zzp’ers. Allemaal mogen ze jaarlijks maximaal 5 mille fiscaal aftrekbaar sparen tot maximaal 20 mille is opgebouwd.

Het tegoed is vrij van vermogensrendementsheffing, maar over opnames moet natuurlijk inkomstenbelasting worden betaald. Wie jonger dan 62 jaar is, mag zoveel opnemen als hij wil. Een 62-plusser mag jaarlijks hooguit 10 mille ontsparen om te voorkomen dat men gaat prepensioneren van de regeling.

Werknemers zullen ontdekken dat de vitaliteitsregeling eigenlijk slechts geschikt is voor onbetaald verlof. Stel je spaart vier jaar achtereen 5.000 euro van je bruto salaris van 30.000 euro. Dan betaal je vier jaar inkomstenbelasting alsof je inkomen 25.000 euro was. In jaar vijf neem je 20.000 euro op om een tijdje te reizen. Na belasting levert je dat bijvoorbeeld 13.000 euro op. Vitaliteitssparen is dus geen leuke bespaartruc om je hypotheek mee af te lossen of een auto van te kopen. Maar waarom zou je voor aflossing jaren sparen? Dat kun je elk jaar doen, tot het boetevrij aflosbare bedrag.

Vitaliteitssparen kan wél een leuk fiscaal speeltje zijn voor ondernemers en zzp’ers met een sterk wisselend inkomen. Stel je betaalt van 2013 tot en met 2016 52 procent belasting over de top van je inkomen. Je voorziet dat je inkomen in 2017 negatief zal zijn. Dan scheelt vier jaar 5.000 euro vitaliteitssparen in de vette jaren je 10.400 euro inkomstenbelasting en mogelijk 600 euro vermogensrendementsheffing, terwijl je over de in 2017 uitgekeerde 20 mille niet of nauwelijks belasting betaalt. Zo is vitaliteitssparen wél een mooie omweg om fiscaal vriendelijk voor hypotheekaflossing te sparen.

Maar de meeste spitsuurouders hebben gelijkmatige inkomens. Aan hen gaat zo’n truc voorbij.

Meer info: informatieblad vitaliteitssparen op www.rijksoverheid.nl