Rutte zegt lachend weinig

Vakantie voor het kabinet. Na de ministerraad werkte Mark Rutte zijn laatste van vele persconferenties af. Hoe open en lucide hij ook was, hij wilde vooral geen fouten maken.

Mark Rutte wilde niet vertellen of hij een openbare beëdiging van ministers met Beatrix had besproken. Het gerucht gaat dat de koningin dit blokkeert. Toen journalisten hem tegenwierpen dat hij over alles gaat wat met Beatrix te maken heeft, zei de premier: „Ik scheer daar toch ook de heg niet?” Discussie gesloten, angel eruit.

Het was gisteren de laatste keer dat Rutte zijn persconferentie na de ministerraad afwerkte. Pas als er een nieuw kabinet zit zal de premier daarvan zich weer wekelijks in Nieuwspoort vertonen. De bijeenkomst is een oud gebruik, de wekelijkse kans voor de premier om publiek verantwoording af te leggen, en voor journalisten om die verantwoording af te dwingen. Dat is althans de idee.

De persconferenties van Rutte waren een verademing vergeleken met zijn voorganger Jan Peter Balkenende. Vragen aan deze CDA-leider stellen had nauwelijks zin. Zelfs als een eenvoudig antwoord voor de hand lag, verloor deze zich in onnavolgbare zinsconstructies.

Hoe anders was Rutte: lucide, soms grappig, vaak bevlogen. Maar na twee jaar blijkt dat de stijl mag verschillen, maar het doel van beide premiers hetzelfde is: de eigen boodschap verkopen met zo min mogelijk ruis. Ook Ruttes houding is in essentie defensief: geen fouten maken.

Dat voorkomt hij door op geen enkele wijze in te gaan op onderwerpen die problemen kunnen veroorzaken. Dat waren er nogal wat tijdens zijn premierschap: de meningsverschillen over de eurocrisis, met andere landen en nu ook met regeringspartner CDA. De provocaties van zijn voormalige gedoogpartner Geert Wilders. De wankele basis van zijn minderheidskabinet.

Rutte heeft een heel repertoire. Als hij niet wil reageren op uitspraken van anderen gebruikt hij vaak (een variatie van) de volgende zin: „Nu trekt u mij in een domein waar ik als minister president überhaupt niet op inga, namelijk de commentatorstand.” Wil hij kritiek van andere Europese leiders op zijn eurostandpunt ontwijken, dan komt deze zin van pas: „Ik recenseer geen opmerkingen van leiders van andere landen.” Vragen naar journalistieke publicaties is meestal vruchteloos: „U weet dat ik nooit inga op wat ik denk over stukken in de krant.” Willen journalisten wat weten over zijn eigen partij: „Ik sta hier als premier, niet als leider van de VVD. Het zou unfair zijn om van deze positie misbruik te maken.”

De premier brengt zijn ontwijkingen als principiële stellingnames, maar dat zijn ze niet. Neem 25 mei. Even nadat hij weer eens had uitgelegd dat hij tijdens de persconferentie premier is, een geen VVD-leider, zei hij: „Stel er komt een links kabinet, onder leiding van de heer Roemer. Laten we het niet hopen, maar stel dat het gebeurt, het zou voor het land heel slecht zijn.”

Soms, en dat gebeurde hier ook, wijzen journalisten hem op zijn inconsequenties. RTL-verslaggever Frits Wester vroeg of Rutte de opmerking over Roemer ook „als premier” had gemaakt. De premier trok zijn breedste grijns: „Ik probeer u ook een beetje tegemoet te komen.”

Een paar minuten nadat hij een vraag weigerde omdat hij „nooit” in „de commentatorstand” staat, gaf hij uitgebreid negatief commentaar op het plan van PVV-leider Geert Wilders om uit de EU te stappen. Toen de PVV-leider het kabinet nog gedoogde, weigerde Rutte het meestal over hem te hebben. „U kunt mij niet vragen om op alle uitspraken van politici te reageren.” De premier legde eens uit waarom hij Wilders probeert te negeren. Die gooit soms „een stuk rood vlees in de arena”, en profiteert ervan als andere politici daar dan schande van spreken.

Soms gaat dat mis: toen Rutte werd gevraagd naar het Polenmeldpunt van de PVV, weigerde hij commentaar. Juist die weigering werd een Europees relletje, waarmee Wilders alsnog zijn publiciteit haalde.

Tijdens de bezuinigingsbespreking in het Catshuis bereikte zijn zwijgzaamheid een hoogtepunt. Op een gegeven moment probeerde hij journalisten ervan te overtuigen dat ze niets moesten vragen over de besprekingen: „Vorige week hebben we een half uur staan duwen en trekken. Het zou goed zijn om dat soort pogingen tot Italiaans voetbal nu achterwege te laten. Ik geef u twee pogingen.” Na de zesde vraag over het Catshuis probeerde de premier een verontschuldiging: „Ik baal er net zo van als u. Ik vertel u liefst precies wat er gebeurt, maar dat is niet in het belang van het proces.” Het hielp niet: na zeven weken Catshuis viel zijn kabinet. Met dank aan de man die Rutte publiekelijk het liefst negeerde.