Ooit was Rabo het voorbeeld voor iedereen

Sky en Rabobank: twee ploegen, twee jarenlange wielerprojecten. Maar waar Sky in alles uitstraalt dat het ‘the limit’ wil, zit Rabo onder een deken van het verleden.

Glunderend stond Harold Knebel naast de mobiele waterverstuiver die zijn renners koel hield tijdens de warming-up voor de proloog van de Tour de France in Luik. „Zelfs Sky is net bij ons wezen kijken”, sprak de directeur van de Rabo Wielerploegen trots over de opvallende innovatie. Maar zou Rod Ellington, de trainer van de Britse succesploeg die Rabo bespiedde, echt zijn geschrokken van een waterverstuiver?

„Groot-Brittannië domineert het wielrennen wereldwijd”, sprak Mark Cavendish vorig jaar na het behalen van zijn wereldtitel in Kopenhagen. Ritzeges in Giro, Tour, Vuelta. Historische podiumplaatsen in de Vuelta voor Christopher Froome (tweede) en Bradley Wiggins (derde). En dit jaar, met de Olympische Spelen in Londen in het vizier, scoren de Britse renners ook ongeëvenaard op het allerhoogste podium, de Tour. Vier ritzeges na twee weken: Cavendish, Froome, Wiggins en gisteren routinier David Millar. De gele leiderstrui stevig om de schouders van Wiggo, en misschien is nummer twee Froome zelfs sterker bergop. Hun ploeg Sky heeft de Tour in een wurggreep.

En de Raboploeg? Nul overwinningen, nog vier van de negen renners in koers.

Twee ploegen, twee jarenlange wielerprojecten met een contract tot en met 2016. Net als Rabobank sponsort media-imperium Sky naast de profploeg ook de nationale bond, British Cycling. Met één belangrijk verschil. In Nederland is Rabobank vanaf de start in 1996 betrokken bij het wielerplan. Sky, van eigenaar Rupert Murdoch, stapte pas in 2008 in als sponsor bij de Britse bond, die op dat moment al kon pronken met grote successen op de baan. De profploeg, weer een jaar later opgericht, steunde op de infrastructuur van de baan en bij de jeugdopleiding.

„Ik heb zelden zo’n geperfectioneerd systeem gezien”, zegt Johan Kaggestad, voormalig technisch directeur van het Noors olympisch comité (Olympiatoppen) en in de Tour als tv-commentator. Hij bezocht in 2005 de British Cycling Academy in Manchester. „Topsport van het allerhoogste niveau. Ze wisten alles van iedere renner. En er werden uren gemaakt. Jonge renners die al keihard trainden. Zo had ik het nooit gezien in Noorwegen, waar de wintersporten toch ook van hoog niveau zijn.”

Volgens Kaggestad is het geen toeval dat Peter Keen, grondlegger van het Britse baansucces, inmiddels prestatiemanager is van de peperdure Britse topsport op weg naar de Spelen in Londen. „Een enorme blijk van erkenning voor de Britse wielersport, die voor 1997 zo goed als niets voorstelde.”

Tijdritspecialist Chris Boardman liep op zijn laatste benen, David Millar en Roger Hammond waren de twee andere Britse profs die op de weg op het hoogste niveau fietsten. Keen koos er bewust voor om de sponsormiljoenen van de Britse loterij in te zetten op de baan. Het wegwielrennen vertrouwde hij niet. „Naar mijn mening werd het in die tijd gedomineerd door een cultuur van drugs”, stelde hij in 2011 in het boek The Sky’s The Limit.

Die dopingcultuur vormde voor de Rabobank geen belemmering om aan een profploeg te beginnen, naast junioren en beloften. Het Nederlandse wielrennen, in de jaren zeventig en tachtig verwend met succes, moest worden gereanimeerd. Met een goed gestructureerde begeleiding streefde manager Jan Raas naar succes in klassiekers en de Tour. Michael Boogerd en Erik Dekker werden boegbeelden, de opleiding produceerde talent op talent. Buitenlandse ploegen keken bewonderend toe. „Rabo is een voorbeeld voor ons allemaal”, zei de Belgische manager Patrick Lefevere (Mapei) al in 1999.

Tot in 2007 Raborenner Michael Rasmussen door sportdirecteur Theo de Rooij in gewonnen positie uit de Tour werd gehaald. Onder de opvolger van Raas had de sponsor een grotere inbreng in het beleid. Met buitenlandse kopmannen moest de ploeg op jacht naar het geel, vond de bank, tot ongenoegen van de ploegleiding. Maar toen het met Rasmussen zover leek, mocht het feest niet doorgaan. De Deen had gelogen over zijn verblijfplaats in de aanloop naar de Tour, waarmee hij dopingcontroles ontliep. En het nette imago van de bank ging vóór sportief succes met een smet. Ex-bankier Harold Knebel volgde De Rooij op. Nu was de bank volledig baas over de ploeg.

De Britten waren intussen onder David Brailsford bezig aan een goldrush op de baan op het WK in Manchester (2007) en de Spelen van Peking (2008). De wetenschappelijk geschoolde ex-prof perfectioneerde het systeem van de marginal gains, de kleine verbeteringen die samen een beslissend verschil maken. Sponsor Sky mag voor veel geld zijn naam plakken op het succesvolle project. „Hun budget is twee keer zo hoog als dat van ons”, zei Rabotrainer Louis Delahaye onlangs.

Met dat hoge budget – tegen de 20 miljoen euro – kopen de Britten het beste materiaal en vooral de beste renners. Wiggins, bij Garmin in 2009 vierde in de Tour, werd gehaald in 2010. Dit jaar kwam wereldkampioen Cavendish. Miljoenentransfers, maar wel renners die al deel hadden uitgemaakt van de Britse opleidings- of baanploeg en van wie elk detail bekend was.

Toen de ploeg in 2010 niet direct succes haalde, schroomde Brailsford echter ook niet om mensen van buitenaf aan te trekken. Jonge ploegleiders Steven de Jongh en Servais Knaven, die dicht bij de renners staan en de parcoursen kenden. Zelfs haalde hij voormalig Rabo-arts Geert Leinders naar Sky, hoewel hij wist dat een arts uit het ‘oude wielrennen’ gevoelig lag. Maar de Belg hield wel jarenlang zijn ploegen gezond, dat telde.

„Leinders is een wielervisionair”, zegt Raboploegleider Adri van Houwelingen. Toch was Rabo hem in 2009 na dertien jaar liever kwijt dan rijk. Zoals afstand wordt genomen van bijna alles van voor 2007. Aan de andere kant blijft de ploegleiding al jaren hetzelfde en zijn er weinig verfrissende invloeden van buitenaf. In augustus dreigt het vervolg van de rechtszaak waarin Rasmussen 5,6 miljoen euro schadevergoeding eist. Bij teveel negatieve publiciteit komt het sponsorcontract in gevaar. Waar Sky in alles uitstraalt dat het ‘the limit’ wil, zit Rabo onder een deken van het verleden. Imago gaat voor prestatie.

„Je moet het model Sky niet heilig verklaren”, vindt Van Houwelingen. „Wij hebben met Mensjov in 2009 ook de Giro gewonnen tegen de beste Italianen. Het blijft altijd gaan om de mensen die het uitvoeren. Allereerst moet de sporter alles uit zichzelf willen halen. Daarbij helpt het als alles om hem heen goed is geregeld en hij deel uitmaakt van een winnende omgeving. Dan ga je ergens in geloven. Zo ontstaat vaak succes.”

En daarvoor is meer nodig dan een waterverstuiver.