Niet met een pen, maar met een spijker

Als verkiezingswaarnemer was Philip Jol afgelopen week op Oost-Timor, tien jaar na de onafhankelijkheid. „Doorweekt van het zweet, kloppende slapen en duizelig.”

Waarnemer Philip Jol Foto Leo van Velzen

Woensdag 4 juli

Om zes uur ’s ochtends vertrek ik met een collega-waarnemer, een diplomate uit Litouwen, en een chauffeur vanuit Dili naar Pante Macassar. Dat is de hoofdstad van Oecusse, een enclave in Indonesië die bij Oost-Timor hoort. We doen 8,5 uur over de 215 kilometer. Douane en immigratie kosten tijd. Daarnaast zijn de wegen in erbarmelijke staat. Het land is arm. Ruim eenderde van de inwoners leeft van minder dan één euro per dag, veertig procent is ondervoed.

In Oecusse zullen we de parlementsverkiezingen bijwonen, tien jaar na de onafhankelijkheid. Als die voorspoedig verlopen en het daarna rustig blijft, kunnen de blauwhelmen vertrekken. We moeten controleren of de verkiezingen aan de nationale wetten en internationale afspraken voldoen. Daarvoor zijn de waarnemers drie dagen door de waarnemingsmissie in Dili getraind. Hoofdpunten: hoe moet je ‘waarnemen’ en hoe let je op fraude en intimidatie?

In een tot de nok toe gevulde Toyota Landcruiser rijden we naar een gehucht ver in de bergen, Passabe. Daar is niets. Daarom hebben we een tent, een generator, slaapzakken, muskietennetten, malariapillen, water, medicijnen, toiletrollen, een schep en nog veel meer meegesleept. Tot ‘Meals Ready to Eat’ aan toe, geprepareerde militaire maaltijden. En de tent is voor nood, mocht de familie waar we gaan logeren niet thuis zijn. De EU denkt aan alles.

In Pante Macassar worden we warm ontvangen door twee waarnemers die hier voor langere tijd gestationeerd zijn. Mijn collega en ik zullen hen helpen tijdens het stemproces en bij het tellen. We eten en drinken wat en daarna ga ik doodmoe slapen. Morgen een briefing over de lokale politiek van Oecusse.

Donderdag

Vanochtend zijn we aan de kiescommissie en lokale autoriteiten voorgesteld. ’s Middags krijgen we een politieke briefing van onze collega’s. In Oecusse blijkt de Partai Demokrat (PD) sterk. In de rest van Oost-Timor zijn Fretilin en het Nationaal Congres voor de Wederopbouw van Timor (CNRT) de grootste. De verwachting is dat het CNRT van Xanana Gusmao, de charismatische leider van het verzet tegen Indonesië, landelijk de verkiezingen wint. De veteranen die tegen Indonesië hebben gevochten, zijn op hun hand.

Ons wordt verteld goed op te letten dat iedereen een stemkaart heeft, want de kiescommissie heeft van het uitgeven ervan een rommeltje gemaakt. We moeten er ook op letten dat vrouwen afzonderlijk van hun man stemmen. Hoewel vrouwen in huis de baas zijn, hebben zij elders nog een inhaalslag te maken. ’s Avonds eten we op de compound van de Verenigde Staten. Het is er klein maar gelukkig maken ze pizza’s. Even iets anders dan kip met rijst.

Vrijdag

Vandaag overhandigt de kiescommissie het stemmateriaal aan de sub-districtshoofden die het met kleine vrachtwagens verder het district in zullen sturen. Hooggeplaatste individuen spreken door piepende microfoons terwijl een zanger op synthesizer de bijeenkomst luister bijzet. Tegen het einde van de ceremonie valt de synthesizer van het podium. Direct gaat men over tot de orde van de dag en worden de vrachtwagens volgeladen.

Daarna beginnen we aan onze tocht naar Passabe. We stoppen bij stemlokalen. De meeste beschikken al over stemmateriaal en stembiljetten. Plaatselijke agenten bewaken de lokalen en de VN-politie rijdt op en neer om een oogje in het zeil te houden.

Op de gps zie ik dat we bijna duizend meter zijn geklommen. Het temperatuurverschil is voelbaar en er staat een harde wind. De mensen hier lopen rond in jassen en mutsen. Iets buiten Passabe vinden we het huis van onze gastfamilie. We worden ondergebracht in een klein houten onderkomen en krijgen kaarsen voor de avond. De militaire maaltijden blijven dicht, er is kip met rijst.

Zaterdag

De grote dag. Onze eerste klus is bij de school van Passabe. Om half zeven staat er al een lange rij mensen. De muren van het schoolgebouw zitten vol gaten, geen ramen of deuren te bekennen. Na controle van hun kieskaart krijgen de kiezers een stembiljet. Het daarvoor bestemde vakje mogen ze aanvinken of met een spijker doorprikken. De meesten prikken, want pennen zijn schaars.

De stemhokjes staan te dicht op elkaar, dat is het eerste dat opvalt, er is te weinig privacy. Iedereen blijkt wel in het bezit van een stemkaart. Zelfs de meeste vrouwen brengen zelfstandig hun stem uit. Slechts hier en daar grijpt de voorzitter in – waarschijnlijk omdat wij er zijn.

Om het half uur trekken we naar een volgend stemlokaal. Zo doen we tien kiesstations op de weg terug naar Pante Macassar. In de laatste stop voor de stad bekijken we het proces rond de sluiting van drie uur en het tellen van de stemmen. Hier zijn het elfhonderd stembiljetten: drie stembussen vol.

Elk biljet wordt door de voorzitter zorgvuldig bekeken alvorens het aan het publiek te tonen en de partijnaam te roepen waarop is gestemd. Dat doet hij met een zekere gedrevenheid. Een horde van zo’n dertig partijwaarnemers, sommigen in het klaslokaal langs een muur gezeten en anderen van buiten door raamgaten starend, documenteert de stemmen nauwkeurig in kleine schriftjes. Bij elke stem mompelt een van hen wel iets onverstaanbaars.

Vijf uur later wordt de laatste stem omgeroepen. Ik ben doorweekt van het zweet, heb kloppende slapen en voel me duizelig. De voorzitter lijkt nog even fit als toen hij begon.

Na het tellen wordt de boel ingepakt en naar het districtkantoor gereden. In het donker worden we gevolgd door een stoet brommertjes. Met veel kabaal en getoeter komen ze Panta Macassar binnen gereden. Ons station blijkt het zevende van de 29 die zich die avond moeten melden voor de overhandiging. Dat heeft de voorzitter dus redelijk snel gedaan. Om half twee ’s ochtends mogen we naar ons guest house om te rusten. De vaste waarnemers blijven wachten op de laatste stations. Ik val als een blok in slaap.

Zondag

’s Middags krijg ik van mijn collega’s de resultaten van het district Oecusse te horen. CNRT heeft gewonnen, gevolgd door Fretelin en daarachter PD. We kunnen in ieder geval concluderen dat de verkiezingen best goed zijn verlopen. Hier en daar een aanmerking maar dat zijn details. Vandaag houdt het hoofd van onze verkiezingsmissie in Dili een persconferentie. Zij spreekt zich positief uit over de democratische toekomst van Oost-Timor. Dat geeft hoop. Voor CNRT zijn de verkiezingen landelijk het best verlopen. Xanana Gusmao kan premier blijven.

Onze chauffeur meldt dat de radiator kapot is. Die belooft hij te repareren voordat we morgen aan de terugreis beginnen. Er is altijd wel wat.

Maandag

De terugreis naar Dili gaat sneller dan heen. We doen het in zeven uur. Alle spullen ingeleverd. ’s Avonds receptie. Veel leuke en bijzondere verhalen van de andere waarnemers.

Dinsdag 10 juli

’s Ochtends een debriefing. Onze bevindingen belanden in een eindrapport voor de Oost-Timorese kiescommissie. ’s Middags naar het Resistance Museum, over de meer dan twee decennia lange strijd tegen het Indonesische bezettingsleger. Ik zie de korrelige kleuropname van een jongen op de vlucht. Hij rent voor zijn leven. Tot hij stuit op een sympathisant van het Indonesische leger. Die slaat hem neer met de kolf van zijn geweer. De jongen valt, krabbelt weer op, wil verder rennen. Vier mannen stormen met machetes op hem af. Hij moet zich hebben gerealiseerd dat wegkomen niet meer zou lukken. Geschreeuw, ijselijk gegil. Als hij dood is, blijven de mannen doorhakken. Ik voel me een naïeve, onwetende westerling.