‘Meer dan honderd doden’ bij nieuwe bloederige dag in Syrië

Syriërs rouwen om de dood van Mohammed Hafez, een strijder van het Vrije Syrische Leger die gisteren werd gedood door Syrische troepen in de provincie Aleppo. Foto AFP / Vedat Xhymshiti

Bij geweld in Syrië zijn gisteren, de dag na het bloedbad in het stadje Taramseh, meer dan honderd mensen om het leven gekomen. VN-chef Ban-Ki Moon zei gisteravond dat er “consequenties” voor president Assad zullen volgen als het geweld niet stopt.

Het Syrisch Observatorium voor Mensenrechten, een in Londen gevestigde en aan de oppositie gelieerde mensenrechtenorganisatie, meldde vanochtend dat bij gewelddadigen in Syrië gisteren minstens 118 mensen zijn gedood. Volgens de organisatie kwamen 37 militairen en 32 gewapende strijders van de oppositie om bij gevechten. Daarnaast zouden zeker 49 burgers zijn doodgeschoten bij demonstraties tegen het regime.

De berichten over de tientallen slachtoffers komen een dag nadat bekend werd dat het Syrische leger donderdag met behulp van regeringsgezinde milities een bloedbad aanrichtte in Taramseh in de provincie Hama. Volgens activisten van de oppositie kwamen bij een aanval van het leger en de milities meer dan 220 mensen om het leven. Sinds het begin van de opstand tegen Assad in maart 2011 zijn in Syrië naar schatting 17.000 doden gevallen.

‘Serieuze consequenties’ als Assad niet meewerkt aan vredesplan

VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon zegt in een gisteravond uitgegeven verklaring dat er “serieuze consequenties” voor het regime van Assad dreigen als Syrië niet gaat meewerken aan het vredesplan van internationaal bemiddelaar Kofi Annan. Annan veroordeelde “de verschrikkingen” in Taramseh gisteren en reist komende maandag naar Moskou om met de Russische regering te praten over de ontwikkelingen in Syrië. Rusland is de belangrijkste bondgenoot van Assad.

De VN-Veiligheidsraad komt naar verwachting snel bijeen om naar aanleiding van het bloedbad in Taramseh over de situatie in Syrië te spreken. Frankrijk, een van de vijf leden van de raad met vetorecht, zei dat de Veiligheidsraad nu “zijn verantwoordelijkheid moet nemen”. De Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague noemde het bloedbad in Taramseh “walgelijk” en zei dat een “eensgezinde reactie van de internationale gemeenschap” nodig is.