Kóópavond? Het is al heel wat als er drie klanten zijn Ook de tweede helft van 2012 belooft weinig goeds voor het bedrijfsleven

Het cijferseizoen barst volgende week los. Philips, AkzoNobel en KPN komen met halfjaarcijfers. Het is economisch een zware tijd voor bedrijven. Dat is te zien aan de dalende olieprijs, de Chinese groeivertraging, maar ook aan de oorverdovende stilte in Megastores Den Haag, het grootste overdekte winkelcentrum van Nederland.

Alsof het een half uur voor openingstijd is. De winkels liggen er netjes bij, de deuren staan open en de winkelier drinkt een kop koffie voor de klanten komen. Zo ziet het grootste overdekte winkelcentrum van Nederland, Megastores in Den Haag, eruit op een doordeweekse ochtend.

Maar schijn bedriegt: het winkelcentrum van meer dan 85.000 vierkante meter is al anderhalf uur open. Er zijn amper klanten. ’s Middags wordt het iets drukker, met name in de rechtervleugel, met zaken als Kruidvat, Blokker en Xenos, maar in de vleugel met de woonzaken blijft het uitgestorven. Zo is het hier vrijwel altijd, leert navraag.

„Het is hopeloos”, beaamt Marcel van ’t Hoff, verkoper bij Wooning Keukens & Sanitair. Vorige week heeft hij één keuken verkocht. In goede weken zijn dat er drie of vier. Hij verkoopt eerder een losse kookplaat, of een vaatwasser. „Het is schrapen. Klanten willen meer luxe, maar minder betalen.” En de concurrentie is groot. Wooning zit ingeklemd tussen de Keukenconcurrent en Küchen Direct. Even verderop zit Woonexpress XL, een Ikea-achtig woonwarenhuis dat ook keukens verkoopt, en een verdieping lager zit Bruynzeel Keukens.

„We kunnen wel gaan jammeren van ‘vroeger stonden er honderd mensen binnen, nu tien’, maar dat is de realiteit”, zegt Ercan Demir, bedrijfsleider van meubelzaak Hoogenboezem. „Mensen geven minder uit. Maar ze hébben wel geld. Soms rolt er ineens een order uit van zeven mille.” Fabrikanten gaan nu flexibeler om met specifieke verzoeken, merkt hij. „Wil de klant een tafel twee centimeter korter? Dat kan.”

Niet alle winkeliers willen met hun naam in de krant. Maar de meesten willen wel vertellen hoe moeizaam de zaken gaan. Zo vertelt de bedrijfsleider van een grote lampenwinkel dat hij op een donderdagavond blij mag zijn met drie klanten. Soms komt de eerste klant pas om drie uur ’s middags binnen. „Het is schrikbarend”, zegt hij. „Dit kan niet lang zo doorgaan. Met acties proberen we de verkopen te stuwen, maar dan moet je wel passanten hebben.”

Ook in de elektronicawinkels is het rustig. Kopen klanten hun laptops en fototoestellen liever via internet? De bedrijfsleider van BCC mag niet met de media praten, vertelt hij. „We hebben alleen baat bij positieve berichtgeving.”

Alp Acarer, een veertiger van Turkse komaf, is bij Block Electrostore op zoek naar een printer. „Ze helpen je hier goed”, zegt hij. En: „Ik wil ook niet alleen maar vanachter de computer kopen.” Volgens bedrijfsleider Satish Jhamai willen klanten kunnen vragen: heb ik hier een goede koop aan? Of: als ik moet kiezen uit deze twee, welke zou u dan adviseren? „Dat vind je op internet niet.” Toch is het aantal klanten bij Block teruggelopen, net als de omzet. „In 2001 draaiden we op een drukke zaterdag tussen de 50.000 en 100.000 gulden omzet. Nu is dat 10.000 tot 15.000 euro.”

Rond lunchtijd zijn de terrassen van McDonalds en LaPlace Café aardig gevuld. Een jong stel met twee kleine kindjes heeft bij de Jumbo broodjes, beleg en jus d’orange gehaald en zit op het McDonalds-terras broodjes kaas te smeren.

René te Pas eet twee tot drie keer per maand fastfood. „Maar echt lekker is het niet”, geeft hij toe. „En goedkoop ook niet. ” Hij wijst op zijn dienblad. „Zeven euro vijftig voor een hamburger, een frietje en een cola!”

Bij McDonalds hebben ze niet veel last van de recessie, legt assistent-bedrijfsleider Az-Eddine Bakkali uit. „Mensen met een minimuminkomen die voorheen regelmatig bij McDonalds aten, eten nu vaker thuis. Maar mensen die eerst wat duurder uit eten gingen, vallen nu terug op een hamburger.”

Bij de bouwmarkten hadden ze in het begin weinig last van de recessie, zegt assistent-filiaalleider Robert Jan van der Cingel van de Gamma. Mensen gingen zelf klussen. Als ze hun huis niet verkocht kregen, knapten ze het op. „Maar dat is nu ook niet meer zo. Vooral bij de kleinere Gammavestigingen zie je dat het nijpend wordt. Die zetten nu op een zaterdag geen 20.000 euro om, maar 12.000 euro.” Deze Gamma, een groot filiaal vlak bij de Megastores, loopt bovengemiddeld goed. Hoe dat komt? Van der Cingel durft het niet te zeggen.

Op industrieterrein Binckhorst zit bedrijfsleider Mike Mooijman van CarpetRight met twee collega’s aan de koffie. Er zijn geen klanten in de winkel. Beide buren van CarpetRight, Artana Vloeren en LEEFtrends, zijn failliet gegaan, vertelt Mooijman. „Als je geen maatregelen neemt, overleef je de crisis niet.” Bij CarpetRight werken nu zeven mensen, dat waren er dertien. Het magazijn is vier keer zo klein als vroeger. „In vergelijking met drie, vier jaar geleden hebben we 30 tot 40 procent minder klanten”, zegt Mooijman. „Dat scheelt tonnen omzet per jaar. Door de kostenbesparingen kunnen we het bedrijfsresultaat nog enigszins op peil houden.”

Bij de Mazda-dealer aan de Mercuriusweg spreken ze niet over crisis, zegt autoverkoper Paul Staal. Cijfers noemt hij niet. „Maar het afgelopen jaar was een heel goed jaar. We zaten op 226 procent van de doelstelling van de importeur.” De Mazda’s in de showroom kosten tussen de 12.000 en 40.000 euro. „Die van twaalf verkoop je nooit”, aldus Staal. „Terwijl klanten elkaar bijna de hersens hebben ingeslagen voor deze CX5.” Hij wijst op een SUV-achtige auto, verkrijgbaar vanaf zo’n 26.000 euro.

Om de hoek, bij het Occasionhuis, staan 60 auto’s binnen. Normaal zijn dat er bijna 100, zegt een verkoper. Het Occasionhuis werkt met twee eigen leasemaatschappijen en zestien autodealers die hun inruil doorsturen. „Er komen minder auto’s én minder klanten bij ons binnen.” Hij maakt een radeloos gebaar. „Het enige wat je kunt doen, is lijdzaam afwachten.”