Knuffel van moeder nodig

Tijdens de Tour doe je alles om je benen te sparen. Dat heb ik als jonge renner overgenomen van mijn Spaanse oud-collega Juan Carlos Domínguez. Die nam zelfs de lift naar de eerste verdieping, uit principe. Sindsdien neem ik ook altijd de lift.

Donderdag sliep ik op de derde verdieping van een hotel, en was er geen lift. Mijn verzorger sliep in een ander gebouw, ook op de derde. Moest ik al die trappen op voordat ik gemasseerd kon worden. En naar de eetzaal moesten we ook bergop lopen. Toen had ik het wel even gehad.

Als ik op de ochtend van een voorjaarsklassieker wakker wordt, voel ik wel eens dat ik goede benen heb. Dat er een goede spanning op staat. Maar zo goed voelt het in de Tour nooit, de Tour is een slijtageslag. Ik kon de afgelopen week wel goed mee bergop. Als ik ging staan kon ik dat een tijdje volhouden, en ik had de kracht voor tempoversnellingen.

In de Alpenetappes werd ik flink aangemoedigd door Nederlandse supporters. Dat is altijd erg leuk. Ik word wel vaak aangezien voor mijn ploeggenoot Bram Tankink, omdat we een beetje op elkaar lijken. In de eerste Tourweek werd regelmatig ‘hup, Bram’ naar mij geroepen.

Het hele peloton is moe na de Alpen. Je ziet het aan de tijdverschillen in het klassement, die zijn heel groot. Nummer twintig staat al op meer dan een half uur en de Pyreneeën moeten nog komen. Dat vind ik echt opvallend. En Team Sky rijdt zo goed, dat is soms wel demotiverend. Donderdag dacht ik dat ze wel eens konden kraken. Maar toen ik in de ontsnapping zat, hoorde ik in mijn oortje dat ze met vier man op kop reden, terwijl de rest op apegapen lag.

Donderdag zat ik mee in de ontsnapping en heb ik de hele dag op mijn allerhardst gereden. Ik had daardoor weinig tijd om te eten. Bij de finish heb ik veel gegeten, en ’s avonds in het hotel nog een keer. Maar ik werd alsnog om zes uur ’s ochtends wakker met ontzettende honger, toen heb ik twee energierepen gegeten en om acht uur weer ontbeten. Ik was ook zo kapot toen ik over de finish kwam, dat ik een knuffel van mijn moeder nodig had om weer door te kunnen. Mijn ouders waren naar Frankrijk gekomen.

Na twee weken Tour begin ik mijn vrouw Thessa en zoontje Jens ook te missen. Jens is pas twaalf weken oud. Als ze naar de rustdag komen, zal hij weer ontzettend gegroeid zijn. Dat zei ik van de week ook tegen Cadel Evans, toen we het in het peloton over onze kinderen hadden.

Voor de tijdrit van maandag ben ik zelf een uurtje gaan fietsen. Om de hectiek van de Tour te ontvluchten, dat heb ik wel eens nodig. Ik heb toen een heel mooi fietspad ontdekt, vlakbij Besançon.

De tip van Laurens: Chateau de la Barge in Crêches-sur-Saône, vlakbij Mâcon. Daar sliepen we op de rustdag met de ploeg. Prachtig hotel, lekker eten en goede wijn.

Laurens ten Dam (31), renner van de Rabobankploeg, vertelt wekelijks over zijn belevenissen.