Job Cohen pleit voor één grote progressieve partij

De linkse politieke partijen moeten één grote progressieve volkspartij vormen. „Niet nu, maar in de komende jaren”, zegt oud-PvdA-leider Job Cohen vandaag in deze krant.

Cohen, die voor het eerst sinds zijn vertrek in februari dit jaar uitvoerig terugblikt op zijn mislukte excursie naar de Tweede Kamer, zegt: „Sta je er wat verder vanaf, dan denk je, jongens wat moeten we in vredesnaam met al die partijen? Waarom kan dat niet gewoon in één club? […] Het zou een zegen zijn voor het land.”

Een „grote progressieve volkspartij” zou volgens Cohen „zoveel sterker staan; dan zou je veel meer kunnen bereiken”.

Cohen kijkt kritisch terug op zijn functioneren als partijleider van de PvdA en op de samenwerking in de Tweede Kamerfractie. „Ik probeer voortdurend met anderen samen tot ideeën en standpunten te komen”, zegt Cohen. „Dat is iets wat ze niet gewend waren van een partijleider en waar ze ook niet zoveel mee konden. […] Dat antiautoritaire van mij is voor dit vak dus niet verstandig, heb ik geleerd.”

De PvdA-fractie vond hij „een heel moeilijk leesbaar gezelschap”. Over de fractieleden Nebahat Albayrak, Frans Timmermans en Diederik Samsom zegt hij achteraf, dat hij die misschien dichter naar zich toe had moeten halen. Een mengsel van Samsoms goede eigenschappen en de mijne, zegt Cohen, „dat zou mooi zijn geweest ”.

Cohen gaf in februari dit jaar zijn partijleiderschap op en verliet de Tweede Kamer. Dat gebeurde nadat hij in een dubbelinterview met partijvoorzitter Hans Spekman in Trouw had gezegd dat de PvdA en de SP zeer dicht bij elkaar stonden en Kamerlid Frans Timmermans daarover een boze mail aan de fractie had gestuurd. Die mail lekte uit. Cohen gelooft niet dat Timmermans daar zelf de hand in heeft gehad.

Overigens gaf dit incident niet de doorslag bij zijn vertrek, zegt Cohen. „Ik was al een hele tijd aan ’t nadenken over de vraag of ik moest doorgaan. Ik vroeg me af of ik de oppositie tegen het toen nog verwachte Catshuisakkoord [van VVD, CDA en PVV] zou kunnen leiden. Die dag stelde ik vast: ik ga het niet redden als fractievoorzitter van de grootste partij.” Er waren daarvoor al, zegt hij „mensen naar me toegekomen die hebben gezegd: hoor eens, we geloven niet dat je het nog hebt, je moet ermee ophouden. Die mensen die hebben het ook recht in het gezicht gezegd hoor. Niet leuk maar wel eerlijk. Dat was in het najaar 2011.”

Interview Job Cohen: pagina 10-13