Is het omgekeerde van slecht, goed?

Het was een sorry met een knipoog, maar toch was ‘ie belangrijk. In 2002 bood Ben Bernanke, de huidige baas van de Amerikaanse centrale bank, de Fed, zijn excuses aan aan de Amerikaanse econoom Milton Friedman. Bernanke sprak namens de Fed toen hij op de negentigste verjaardag van de inmiddels overleden Friedman zei: „Jullie hebben gelijk: het was onze schuld en we zullen het nooit meer doen”.

De invloedrijke Friedman had er zijn levenswerk van gemaakt om (samen met Anna Schwartz) aan te tonen dat de Grote Depressie de schuld was van de Fed. Die had na de beurskrach van 1929 op de slechtste momenten de rentetarieven verhoogd en banken in financiële nood gebracht.

Het beleid van de machtigste bank ter wereld paste bij de tijdsgeest. Van hulp kreeg je luie werklozen en slechte bedrijven. Laat die banken maar failliet gaan. Niks hulp. Andrew Mellon, de Republikeinse minister van Financiën verwoordde de stemming zo: „Liquideer arbeid, liquideer aandelen, liquideer boeren en liquideer onroerend goed. Ontdoe het systeem van verrotting”.

Het effect van deze harde opstelling was desastreus. Banken gingen failliet. Daardoor haalden mensen hun spaargeld van de bank. Waardoor nog meer banken failliet gingen. De geldhoeveelheid daalde met eenderde, net als het aantal banken. Wie nog geld had, begroef het in de achtertuin. De economie viel stil. Een decennium van armoede volgde.

Volgens Friedman had de Fed het omgekeerde moeten doen: de geldkraan openzetten. Dan was de depressie een doorsnee recessie geworden.

Bernanke, een academisch expert op het gebied van de Grote Depressie, gaf Friedman zeventig jaar later namens de Fed officieel gelijk. „Wat betreft de Grote Depressie: wij van de Fed deden het. Maar dankzij jullie doen we het niet nog een keer.”

Toen in 2008 Bernanke net de baas geworden was van de Fed en de financiële crisis uitbrak, was dus al duidelijk dat hij het omgekeerde zou doen van wat de Fed begin jaren dertig deed. Bernanke pompte een ongekende hoeveelheid geld in de economie, net als de centrale banken van Engeland en van de eurozone. Centrale banken hebben nog nooit zo’n grote rol gespeeld in de geldstromen tussen banken. Hun balansen zijn explosief gegroeid.

We doen nu het omgekeerde van toen. We laten banken niet en masse failliet gaan. Mensen begraven hun geld niet in de achtertuin. Top, zou je zeggen. Geen Grote Depressie. Maar het ongemak groeit. Economen beginnen te discussiëren over de vraag: als we toen te streng waren, zouden we dan nu te ruimhartig kunnen zijn?

Hoe vaak zijn de banken al niet gered? Hoe vaak is er geld bijgedrukt, hoe vaak is de rente verlaagd? De hoop in 2008 was dat het uitzonderlijk ruimhartige geldbeleid slechts een paar jaar nodig zou zijn. In die jaren zouden de banken kunnen aansterken en zouden huishoudens hun schulden kunnen wegwerken. Als de economie na een paar jaar weer zou groeien, dan zouden de onvermijdelijke verliezen genomen kunnen worden.

Maar de economie herstelt maar niet. Niet hier en niet in de Verenigde Staten. Intussen kent het ruime geldbeleid belangrijke nadelen. Als de rente laag is, verdien je niks op je spaargeld. Daardoor kunnen mensen zich arm voelen en nog meer gaan sparen. De lage rente kan consumptie ontmoedigen.

Een langdurige lage rente zet de economische richtingaanwijzers verkeerd. Dat is niet alleen bij spaarders zo. Het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank noemden de afgelopen maanden een ander groot risico van het ruime geldbeleid. Zombiebanken. „Het risico bestaat dat, net als bij de Japanse zombiebanken in de jaren negentig, insolvabele banken nog jaren zieltogend overeind blijven, met alle misallocaties van krediet die dat tot gevolg heeft.”

Want in Japan deden die banken precies wat je niet wil als je hoopt dat de economie weer aantrekt. Om verliezen te vermijden op hun probleemleningen, verlaagden ze de rente op de kredieten aan probleembedrijven. Van excellente bedrijven gingen de banken juist meer rente vragen. Daardoor remden de zombiebanken de groei. Ze creëerden zombiebedrijven, én knepen gezonde bedrijven af.

In de jaren dertig was de tijdsgeest: laat iedereen maar kapot gaan. Nu is de tijdsgeest: red iedereen. De bange vraag die we daarbij moeten stellen is: staat het omgekeerde van slecht beleid gelijk aan goed beleid? Het eerlijke antwoord is dat we dat niet weten.

Marike Stellinga