Hoe relevant is econoom Friedman in de crisis?

Titel: Red de vrije markt

Auteur: Johan Van Overtveldt

Uitgever: De Bezige Bij, 224 blz.

ISBN: 9789085423607, €19,95

Elke crisis schreeuwt om verklaring. En van verklaring kom je vanzelf bij de oorzaken en de schuldigen. Zeker nu, in de grootste schulden-, banken- en economische crisis sinds de depressie van de jaren dertig in de vorige eeuw. Wie moeten we er vandaag op aankijken? Roekeloze handelaren? Graaiende bankbazen? Falende accountants en rating agentschappen? Of toch de speculerende huizenbezitters?

Voor Johan Van Overtveldt, hoofdredacteur van de Belgische economische tijdschriften Knack en Trends, zijn zij niet de ware zondebokken. De crisis van nu is, evenals de economische depressie van de jaren dertig „in veel belangrijker mate toe te schrijven aan het falende overheidsbeleid dan aan de gruwel van de vrije markt”, schrijft hij in zijn inleidend hoofdstuk getiteld Een dag in Athene. Geen toeval, gezien zijn vorige boek: Het Einde van de Euro.

Zijn nieuwste, Red de vrije markt, over de Nobelprijs winnende econoom Milton Friedman is in wezen een vervolg op een eerder boek over de economen van de Universiteit van Chicago. Friedman doceerde daar van 1948 tot 1977.

Van Overtveldt vlecht met oog voor persoonlijk detail het gedachtengoed van de vrijheid verkondigende en adorerende Friedman (1912-2006) soepel en kundig door een eeuw economische geschiedenis en de lopende crisis.

Milton Friedman maakte naam met een onderwerp dat buiten de gangbare belangstelling van economen viel. Zijn standaardwerk A monetary history of the United States draait om de wijzigingen in de geldhoeveelheid en de hoofdrol van centrale banken in de economische ontwikkeling. Dat was (en is) voor talloze economen een onderwerp voor technici, zoals centrale bankpresidenten eertijds geacht werden het geldverkeer te leiden en zich niet te veel te bemoeien met de ‘echte’ economie.

De ‘echte’ economie draait om het bestedings- en investeringsbeleid van de overheid dat economische groei en volledige werkgelegenheid moet nastreven. Hun held is Keynes, hun glorietijd waren de jaren vijftig tot en met de jaren zeventig van de vorige eeuw. De decennia daarna (liberalisering, belastingverlaging, China koerst op kapitalisme) waren voor Friedman.

Aanhangers van Keynes concentreren zich op lage werkloosheid, aanhangers van Friedman op lage inflatie. Keynesianen zitten politiek eerder in linkse hoek, monetaristen in de liberaal/rechtse.

Van Overtveldt schetst Friedman, die hij drie maal ontmoette, als compromisloos. Scherp in het debat en vol geldingsdrang om een groot publiek voor zijn opvattingen te winnen. Hij beschermt hem tegen de aanvallen van linkse politici in de jaren zeventig en later.

Wat is Friedmans relevantie nu?

De angst dat de schuldencrisis ons boven het hoofd groeit, grijpt weer terug op Friedman.

Van Overtveldt doet zijn best om bij ontstentenis van de monetaire maestro zelf de crisis à la Friedman te verklaren. Dat lukt niet bevredigend. Per saldo is de crisis volgens hem het gevolg van overheidsregels en -ingrijpen, zoals de verwachting van grote financiële instellingen dat zij altijd gered worden door de overheid.

Van Overtveldt noemt een aantal zinnige factoren die een rol spelen, van de angst voor het onbekende bij beleidsmakers (die daarom toch ingrijpen) tot de machtspositie van banken en de noodzaak van hogere financiële buffers bij banken. Hij erkent (Nobody is perfect heet de epiloog) lacunes in het gedachtengoed van Friedman, zoals wangedrag van bankbestuurders en kredietbeoordelaars. Juist die lacunes zijn opmerkelijk gezien de treffende overeenkomsten met de beurscrash van 1929, een periode die Friedman ook bestudeerde.

De manipulatie (libor), de minachting van vertrouwen van klanten, de oplichterijen en de hebzucht – het zijn herhalingen van gedrag bij banken en andere partijen die niet louter te verklaren zijn vanuit het gezichtspunt van overmatig of dom overheidsingrijpen.