Het liefst begin ik de dag met champagne

Nicole van Vessum (47) is artistiek directeur van rondreizend theaterfestival de Parade. Ze is opgeleid als beeldhouwer en werkte als tentenbouwer. „Ik kan een zigeuner zijn maar ook een prinses.”

Gorilla

„We krijgen elk jaar driehonderd aanvragen van artiesten die op de Parade willen spelen en daar kan ik er maar vijftig, zestig van selecteren. Ieder jaar moet ik nee zeggen tegen mensen, terwijl ik dat niet wil. Ik wacht er altijd heel lang mee, soms te lang, in de hoop dat het tóch lukt. Vaak horen artiesten dan pas in april dat het niet doorgaat, dat nemen ze mij soms kwalijk. Dan vinden ze me vervelend of arrogant, maar dat is gewoon omdat ik me slecht een houding weet te geven.

„Ik trek me dat erg aan. Ik sla het op en daardoor loop ik aan het eind van de zomer vaak rond als zo’n oude gorilla, met van die kromme schouders. De rest van het jaar kan ik dan weer herstellen.

„Maar ik ben zeker geen eitje, ik kan ook hard zijn, als dat naar mijn mening moet. Als mensen maar blijven zeuren: vette pech, donder dan maar op. Ik heb een enorme hekel aan verongelijkte mensen.”

Nivea

„Sinds ik artistiek directeur ben, nu vijf jaar, zijn we de koers aan het wijzigen. Met meer ‘moeilijke’ voorstellingen: moderne dans, opera. Dat is goed gelukt, maar het betekende wel dat bepaalde Paradeartiesten van het eerste uur niet meer vanzelfsprekend terugkwamen. Dat heeft bij sommigen kwaad bloed gezet. Maar je moet zo’n festival wel verversen en die artiesten moeten zichzelf óók vernieuwen. Soms pakt zo’n wissel goed uit. Tegen Ellen ten Damme hebben we een paar jaar geleden gezegd: even een poosje niet. Zij verkocht altijd de grootste tent uit, en nu is ze terug met een intieme solo in een heel klein tentje. Dat vindt zij zelf – uiteindelijk – gelukkig ook leuk.

„De Parade lijdt nog niet erg onder de crisis, lijkt het. Maar we hebben wel drie slechte zomers gehad, dus moesten we dit jaar een half miljoen bezuinigen. Alle medewerkers hebben 10 procent salaris ingeleverd, ik ook. Ik koop normaal altijd dure crèmes, maar nu zijn het dus even potjes van Nivea.”

Vier uur slaap

„Als het moet, kan ik die paar zomermaanden toe met vier uur slaap. Jonge artiesten en Parademedewerkers gaan vaak tot ’s nachts vier uur door en zeker in het begin wilde ik daar altijd bij zijn. Maar ik had ook mijn gezin en was ’s ochtends weer om acht uur op. Ik heb veel energie en kan heel lang doorgaan, maar met het gevaar dat ik door mijn hoeven zak. Nu maak ik het meestal niet meer zo laat, of ik verzin trucs om het vol te houden. Van de week was er een medewerkersfeest en daar stond ik achter de bar. Zo hou ik mezelf wakker.”

Toewijding

„Soms werk ik wel iets te hard. Elf jaar geleden was mijn eerste jaar op de Parade en had ik net mijn zoontje gekregen. Toen werkte ik vaak tot diep in de nacht en racete dan als een gek naar huis om borstvoeding te geven. Ik vind dat een kwestie van je verantwoordelijkheid nemen. Je wilt die baan graag, maar dat kind is er ook, dus doe je dat. Andere mensen geven volgens mij vaak wat te snel op.

„Die toewijding brengt me ver, maar soms ga ik zo lang door dat ik fouten ga maken. Ik ben wel eens van vermoeidheid van de trap gevallen. Maar kunstenaars doen het ook: een danser gaat met gebroken tenen ook weer op z’n spitzen staan. Het is een manier van leven. Voor mij zou het niet anders kunnen, al kan ik heel soms wel jaloers kijken naar mensen met een baan van negen tot vijf.”

Warme chocolademelk

„Toen mijn kinderen jong waren, was het moeilijk die drukke baan en het gezin te combineren. Nu ze ouder zijn, elf en dertien, gaat het beter. Ze komen langs op de Parade, en mijn dochter heeft er al eens een klusje gedaan. Ik kan nu al fantaseren over hoe ze hier over twee jaar zal komen werken.

„Ik heb vroeger wel eens getwijfeld of ik een goede moeder was; het is maar wat je goed noemt. Ik zal in elk geval nooit een gebruikelijke moeder zijn. Maar ik ben denk ik wel een leuke moeder. Wij logeren vaak met zijn drietjes in mijn caravan op het Paradeterrein, en warmen dan gezellig samen blikjes chocolademelk op. En doordat ik mijn eigen werktijden bepaal kan ik bijvoorbeeld wel overdag mee naar de beugeltandarts.”

Roadie

„Door mijn eigen moeder ben ik met veel vertrouwen opgevoed. Op mijn achttiende werd ik roadie, hing ik ’s nachts tussen de kerels in de Mazzo. Dat vond ze afgrijselijk, maar het mocht wel. Daardoor heb ik veel lef gekregen. Ik hoop dat ik zelf straks ook zo ruimdenkend kan zijn tegenover mijn dochter. Het heeft me veel gebracht: als roadie van Bram Vermeulen in België ’s ochtends ontbijten met bier, dat soort dingen. Ik heb heel veel meegemaakt, en ik ben niet snel bang.”

Lijmset

„Als kind hield ik al van techniek, dat heb ik van mijn vader. Mijn ouders scheidden toen ik jong was, maar ik heb een goeie band met hem. Van mijn moeder kreeg ik altijd een lijmset voor Sinterklaas en van het eerste geld dat ik verdiende, heb ik Festo schuurmaterialen en zagen gekocht.

„We hadden met z’n drieën thuis een taakverdeling: mijn moeder zorgde voor het geld, mijn zus ruimde het huis op en ik deed de reparaties. Dus repareerde ik al heel jong de dakgoot. Met kauwgum, dat wel. Elektriciteit vond ik ook interessant, maar dat ging nooit zo goed; we hadden vaak kortsluiting. Ik ben opgeleid als beeldhouwer en had een tijd mijn eigen decorbedrijf. Nog steeds vind ik klussen leuk. Als een artiest op de Parade worstelt met zijn decor, dan help ik vaak even mee.

„Ik was al jong zelfredzaam, maar ik ben ook lang kind geweest: op mijn zestiende speelde ik nog met Barbies. Soms kan ik nog steeds niet geloven dat ik volwassen ben. Dan loop ik in Albert Heijn en denk ik: wow, ik kan net zoveel Snickers kopen als ik wil!”

Prinses

„Na de havo en een jaartje modeacademie werd ik roadie en later technicus bij Het Werkteater. Dat vond ik leuk: bouten en moeren aandraaien, microfoons aansluiten. Bij de Boulevard of Broken Dreams was ik de eerste vrouwelijke tentenbouwer. Liep ik, terwijl ik heel erg van jurkjes en hakken hou, rond in tuinbroek en op gympen. Hoe rommelig ik ook ben – mijn administratie zit in plastic zakken – ik zie er altijd verzorgd uit. Ik kan een zigeuner zijn, maar ook een prinses. Het liefst zou ik elke dag beginnen met een glas champagne.

„Als vrouw in een mannenwereld ben ik vaak op vooroordelen gestuit. Pislink werd ik daarvan. Nog steeds ben ik soms bang om alleen als poppetje te worden gezien. Ik weet dat ik me intussen heb bewezen, maar ik geniet wel als zakelijk leider Ray van Santen in een gesprek naar mij wijst: maar zíj is de artistiek directeur, hoor!”

Hel

„Ik ben door mijn baan een soort publieke persoonlijkheid, maar dat ligt me niet zo. Speechen bijvoorbeeld vind ik de hel. Ik heb van die kaartjes geprobeerd: niks voor mij. En ik vind het ook gênant om met zo’n trillend velletje te staan, dus doe ik het nu maar uit mijn hoofd. Dat zijn vaak heel korte speeches.

„Ik ben er beter in geworden, maar ik vond het lang moeilijk om mijn mening goed te verwoorden. Ik heb geen theateropleiding gevolgd en dat maakte me soms wat onzeker in gesprekken. Ik had nog graag theaterwetenschappen gestudeerd. Maar ik heb mijn ervaring in de praktijk opgedaan. ”

Grote bek

„De keuze voor artiesten maak ik intuïtief. Als je een emotionele beslissing neemt, verleg je grenzen. Als ik alles met mijn hoofd bedenk, wordt het saai. Door me te laten leiden door mijn gevoel blijft het spannender, voor mij, en voor het publiek. Sommige mensen gruwen ervan, van emotioneel handelen, die begrijpen het niet. Maar ik hou juist niet van vrouwelijke managers die hun vrouwelijkheid compenseren met een grote bek. Wij willen allemaal een beetje te weinig kwetsbaar zijn. Terwijl kwetsbaarheid je ver kan brengen, ook in je werk. Het is eng, maar het werkt wel.”