Elektronica: alles hangt van China af

Aan wie moeten elektronicabedrijven hun televisies, scheerapparaten, navigatiesystemen en MRI-scanners verkopen? Philipstopman Frans van Houten zei een paar maanden geleden dat de groei van de wereldeconomie circa 2 tot 3 procent moet bedragen, wil Philips redelijkerwijs de winstdoelstellingen behalen. Volgens het Internationaal Monetair Fonds bedraagt de groei dit jaar 3,5 procent. Maar, IMF-baas Christine Lagarde zei vorige week op een congres in Japan dat dat percentage deze maand mogelijk naar beneden wordt bijgesteld. Als dat een forse bijstelling van groei is, wordt het moeilijk voor Philips om tegen het einde van volgend jaar de gewenste omzetgroei van 4 tot 6 procent daadwerkelijk te behalen.

De divisie van Philips die apparatuur maakt voor de gezondheidszorg kampt met de nadelige gevolgen van de eurocrisis, gaf Van Houten in mei toe op een conferentie waar journalisten van het Amerikaanse persbureau Bloomberg aanwezig waren. Sla het jaarverslag van Philips open en de strategie is overduidelijk: alle ballen op snelgroeiende landen. Philips denkt dat er vooral in landen die een toenemende welvaart genieten de komende jaren grote sprongen gemaakt worden in de investeringen en kwaliteit van de gezondheidzorg. Daarom wil het bedrijf graag meer doen in India, Latijns-Amerika en China.

Maar dan moeten die landen wel blijven groeien. China maakte vrijdag bekend dit jaar met slechts 7,6 procent te groeien, het laagste officiële groeicijfer in drie jaar. Sommige analisten twijfelen aan de cijfers en schatten dat China in werkelijkheid circa 4 procent groeit. Minder groei, betekent minder welvaart, minder ruimte om te consumeren en te investeren in elektronicaproducten van bedrijven als Philips.