De zon zien opgaan

Een slakkenrace houden, een koe melken. Welke buitendingen moet elk kind doen voor z’n twaalfde? NRC Lux maakt met hulp van de lezers een top 50.

Kinderen komen nauwelijks meer buiten. Ze zitten liever achter de computer of met hun mobieltje op de bank. En ouders laten het vaak zo, want op straat kan het onveilig zijn. Dat moet anders, vond de Britse National Trust. De natuurmonumentenorganisatie maakte een lijst met ‘50 things to do before you’re 11 ¾’. (De titel verwijst naar het populaire boek Het geheime dagboek van Adriaan Mole, 13 ¾ jaar van Sue Townsend over een piekerende puber).

Wat moet elk kind voor zijn twaalfde hebben gedaan? Bijvoorbeeld: van een heuvel rollen; een appel rechtstreeks van de boom eten; een dammetje aanleggen; een slakkenrace houden; de zon zien opgaan.

De lijst lijkt vooral te onderstrepen dat onbezorgd buiten buiten spelen iets uit een ander tijdperk is. Veel van het buitenvertier is door de National Trust voorzien van uitgebreide veiligheidsvoorschriften. Bij ‘sneeuwballen gooien’ moeten kinderen er bijvoorbeeld op letten dat er geen steentjes in de sneeuw zitten omdat dit anders, als een sneeuwbal het gezicht raakt, verwondingen kan veroorzaken. En kinderen moeten weliswaar in bomen klimmen, maar dan alleen als onder die boom een zachte ondergrond van zand of hoog gras is. En als ze uit de boom springen moeten ze goed opletten dat ze niet op een paaltje of op iets scherps springen. Met kastanjes spelen is ook niet helemaal risicoloos. Want een kastanje kan splijten en dan ontstaan er scherpe randjes.

En bij haast elk onderdeel staat ook een waarschuwing van een beschermingsorganisatie voor landschap, planten of dieren. Na protesten van vlinderbeschermers is er nu bijvoorbeeld een helpdesk die ouders kunnen bellen om te vragen welke vlindersoort hun kind wel of niet mag vangen.

Dat zorgeloos buiten zijn, wordt voor Britse kinderen dus nog moeilijk. De Trust wijst ook precies aan waar ouders hun kinderen dan zo leuk kunnen laten buiten spelen. En het is nadrukkelijk de bedoeling dat die ouders ook fijn meedoen en de boel in de gaten houden. Dat staat allemaal juist averechts op het ouderwets op eigen houtje de natuur verkennen. Zo gaat de lol er voor het kind wel van af. En voor de ouders trouwens ook. Moeten ze ook nog een cursus ‘steentje keilen’ met afsluitend examen in het drukke weekschema opnemen.

Toch is zo’n lijst nuttig. Als geheugensteuntje – om ouders er aan te herinneren dat deze dingen bij het leven horen. Dat ze weten dat ze af en toe dus iets moeten verzinnen om hun broed in de gelegenheid te stellen wat mee te maken. Al was het alleen maar omdat je je kind herinneringen gunt: het beeld van een snoek die onder een bruggetje zwemt; een nestelende tureluur die je aanviel; een dode haas waar je bijna in stapte, een teek die opzwol door jouw bloed. Dat is toch anders dan de herinnering: ‘Weet je nog? Vroeger hadden we van die primitieve apps.’

De Trust-lijst is voor een deel erg Brits (‘Kruip achter een waterval door’ staat vrij hoog op de lijst) en schreeuwt om een Nederlandse poldervariant. Die kunt u als lezer van LUX helpen samenstellen. Welke buitendingen deed u zelf voor uw twaalfde en gunt u de bleekneuzige binnengeneratie van nu ook? Koos van Zomeren, Maarten ’t hart en Jolande Sap doen alvast een aftrap.

Gespleten grasspriet

Er zit natuurlijk ook een ideologisch kantje aan dit verhaal: het kan geen kwaad voor de groene omgeving als die een beetje gekend wordt. Misschien raakt die dan wel geliefd, en wie weet, uiteindelijk ook beter beschermd.

Er is haast, want misschien zijn we al een generatie te laat. Want waar zijn de jonge ouders die vakkundig voordoen hoe je op een gespleten grasspriet blaast voor een oerschreeuw? Of hoe je zuiver op een eikeldopje fluit? En waar is de ouder die laat zien hoe je van madeliefjes een ketting maakt? Volwassenen hebben dus wel een rol, alleen niet een controlerende en beschermende. Ze kunnen terloops wat toevoegen aan de geheimzinnige dingen die het kind net zelf heeft ontdekt.

Het blije buiten verkeren kent ook zijn duistere kantjes: de manier waarop kinderen soms omgaan met dieren. Daarom is soms een toekijkende volwassene gewenst. Want niet elk kind is als de kleine Maarten ’t Hart. „Gevist heb ik nooit”, zegt hij. „Dat vond ik niks, zo’n haakje in de vissenbek. Nou ja, ik heb wel met een hengel gestaan, omdat m’n vader vond dat ik dat hoorde te doen. Maar dan deed ik geen aas aan de haak.” En ook de kleine Jolande Sap was lief voor de dieren en ontfermde zich over de zwakkere. „Vogeltjes. Of kleine zwerfkatjes die je met een lepeltje moest voeren. Het mooie was dat het altijd mocht van mijn ouders.”

Maar kinderen kunnen ook een triomfantelijk gevoel krijgen als ze over dood en leven kunnen beschikken, zegt Koos van Zomeren. Zoals zijn kleinzoon die een fascinatie voor mieren heeft ontwikkeld. „Laatst vertrapte hij er eentje onder zijn schoen. Ik zei alleen maar ‘Waarom doe je dat nou? Nu is hij dood.’ De dag daarop zei hij, weer op diezelfde plek: ‘Deze mier laat ik leven’.” Een volwassenen moet dan geen morele verhandeling houden, zegt Van Zomeren, „maar uitleggen wat het betekent voor zo’n dier”. „Het draait om het besef dat er evenwaardig leven bestaat buiten dat van jou. Perverse jachtgenoegens, opzettelijk kwellen: daar moet je aan sleutelen.”

Ter verontschuldiging van Van Zomerens kleinzoon: die is drie. Maar ook de oudere jeugd kan buiten soms ontsporen. Dat was vroeger ook al zo: kikkers opblazen, met een hengel vissen op meeuwen of mussen, of ander vreemd vertier van creatieve jonge geesten. Van Zomeren is ook niet zonder zonde. Hij schoot als kind met een windbuks, weliswaar vanaf een te grote afstand, op mussen. „Daar doe ik al heel mijn werkende leven boete voor”, zegt de natuurschrijver.

Een beetje toezicht kan dus geen kwaad. Maar laat buitenspel verder toch vooral vrij zijn, zonder pakketten veiligheidsmaatregelen of strak geregeld toezicht. Schrik niet al te erg van een ouderwets gat in het hoofd. Maak het mobieltje en de spelcomputer van uw kinderen onklaar, en stuur ze naar buiten. Buitenavontuur ligt voor het grijpen. Gezichten in de wolken, dierenleven in de sloot, de geur van zon op gras – er zijn geen batterijen voor nodig. Het leven is verrukkelijk. Uw kinderen zullen u dankbaar zijn – als ze het overleven.