De wiet ligt weer op straat

Sinds twee maanden is de wietpas verplicht in Limburg, Zeeland en Noord-Brabant. Honderden coffeeshopklanten zijn verdwenen. De straatdealer en thuisteler komen terug.

Twee wildvreemden komen op hem af, op klaarlichte dag, op straat in Tilburg. Ze fluisteren. Of hij ‘iets’ wil. Pjotr knikt. De wietpas is net ingevoerd en Pjotrs voorraadje is op. Snel drukken de mannen een klein zakje in zijn handen. Een proefmonster, inclusief een kaartje met een telefoonnummer. „Probeer dit eens”, zeggen ze. Het telefoonnummer mag Pjotr altijd bellen. De wiet is gratis.

Op 1 mei van dit jaar werd in de drie zuidelijke provincies de wietpas ingevoerd. Coffeeshops moesten besloten clubs worden, waarvan alleen Nederlanders lid kunnen worden. De maatregel is bedoeld om drugstoerisme uit met name België en Duitsland aan banden te leggen. Op 1 januari wordt de wietpas – in feite geen pasje maar een registratiesysteem – in heel Nederland ingevoerd. Elke shop mag dan tweeduizend Nederlanders inschrijven.

Binnen en buiten de deuren van The Grass Company, een keten van vier coffeeshops in Den Bosch en Tilburg, ervaren blowers, personeel en ondernemers de gevolgen. Pjotr was vaste klant van The Grass Company in Tilburg. „Een fijne plek voor een goede kop koffie en een jointje”, zegt hij. Maar zich laten registeren als cannabisgebruiker gaat hem te ver: „Straks kan mijn zorgverzekeraar de registratielijsten van coffeeshops inzien en dan gaat mijn premie omhoog. Daar heb ik geen trek in.” En bovendien: in de eerste week dat de registratieplicht werd ingevoerd, werd Pjotr niet alleen door de twee mannen op straat benaderd, hij kreeg drie keer een proefmonstertje met telefoonnummer in handen gedrukt. Eerst via vrienden, daarna nog een keer op een feestje. Twee zakjes wiet en een portie hasj. Pjotr: „Het proefmonstertje hasj was lekker en niet duur. Die dealer heb ik gekozen.”

Blowers uit Limburg, Noord-Brabant en Zeeland mijden de coffeeshop nu ze zich moeten laten registeren. Directeur Marco de Jong van The Grass Company merkt dat juist Nederlanders niet meer komen, terwijl de regering buitenlanders wil weren uit de coffeeshop. „Dat is nooit de bedoeling geweest.” Zijn shop aan de Spoorlaan in Tilburg heeft geteld: in januari dit jaar waren er gemiddeld ieder uur iets meer dan honderd unieke bezoekers. Nu zijn dat er nog zestien.

Volgens de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod (VOC) komen deze cijfers in de buurt van de gemiddelden in de grensstreek. Daar kwam circa 20 procent van de coffeeshopbezoekers uit het buitenland. Bestuurslid Derrick Bergman: „Nu is 80 procent van de klanten verdwenen. Een hele groep Nederlandse klanten vertikt het dus om zich te laten registreren.”

Elke stad trekt zijn eigen plan als het gaat om de wietpas. De regels schrijven voor dat coffeeshopbezoekers zich moeten registeren met een legitimatiebewijs en een afschrift uit de Gemeentelijke Basisadministratie. In Den Bosch heeft burgemeester Ton Rombouts (CDA) de coffeeshops te kennen gegeven „niet specifiek” te zullen handhaven op de wietpas. Drugstoerisme is, zegt hij, in zijn stad sowieso geen probleem. Het heeft ertoe geleid dat bezoekers Bossche coffeeshops binnen mogen met alleen een identiteitsbewijs. Hetzelfde soepele beleid geldt voor Limburgse steden, Tilburg en Eindhoven.

De eerste ervaringen met de wietpas stemmen demissionair minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) niettemin positief. De invoering van de wietpas verloopt „conform verwachtingen”, schreef hij de Tweede Kamer begin juni. Volgens de demissionair minister is de straathandel weliswaar toegenomen, maar „beheersbaar”. Opstelten: „De invoering heeft nu al geleid tot een sterke afname van het aantal drugstoeristen.”

Buitenlands kenteken

De kleine straatjes en binnenweggetjes achter The Grass Company op het Emmaplein in Den Bosch bruisen van het leven. Medewerker Mark, die net als ander personeel van de shops niet met zijn achternaam in de krant wil, omdat hij niet wil dat toekomstige werkgevers weten dat hij in de shop heeft gewerkt – vertelt dat het in de wijk weer „net als vroeger” is. „Deze wijk had vroeger een heel slechte naam, voornamelijk vanwege de drugsdealers die hier stonden. Zij zijn weer terug. De auto’s met buitenlands kenteken die naar onze shop kwamen, rijden nu de wijk in.”

In de shops is het doodstil. De kranten voor op de stamtafel zijn opgezegd. De keukens gesloten en de openingstijden minder ruim. Directeur De Jong vertelt dat de omzetten zijn gedaald „tot een paar procent”. „Van de 73 werknemers moeten we er 50 ontslaan. We zijn nu dag en nacht bezig om voor hen een nieuwe baan te vinden bij een ander horecabedrijf.” Uit cijfers van de Stichting Belangenbehartiging Coffeeshoppersoneel Nederland (SBCN) blijkt dat in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland al zeker 600 coffeeshop-medewerkers zijn ontslagen. Vorige week concludeerden de Tilburgse criminoloog Nicole Maalsté en onderzoeker Rutger Jan Hebben in een zogenoemde ‘quickscan’ dat de wietpas „zijn doel voorbijschiet”. Zij onderzochten de gevolgen van de wietpas, in opdracht van een stichting die geleid wordt door een groep coffeeshophouders, en ontdekten dat de illegale straathandel fors is toegenomen. Bovendien is er, schrijven ze , een „groot en ongrijpbaar netwerk” ontstaan van nummers die gebeld kunnen worden voor de levering van wiet.

Achter de bar in zijn shop aan de Maastrichtseweg in Den Bosch kijkt bedrijfsleider Jeroen somber voor zich uit. Hij vertelt hoe een week geleden een man de zaak binnenkwam. Hij was net ontslagen uit een afkickkliniek, waar hij zat wegens een verslaving aan harddrugs. Nu was hij clean, maar als onderdeel van zijn afkickproces mocht hij wel een jointje roken. „Die wilde hij bij ons halen, omdat wij betrouwbare producten hebben”, zegt Jeroen. „Hij had geen wietpas, dus ik moest hem weigeren. Hij werd boos en even later zie ik hem een telefoontje plegen. Binnen vijf minuten rijdt de auto van een bekende dealer voorbij. De man stapt in en ze rijden weg. Toen dacht ik: verdomme, net uit de afkickkliniek en nu alweer toegang tot harddrugs.”

Growshop

Vraag coffeeshopeigenaren waar al hun klanten zijn gebleven en ze geven twee antwoorden. „Straathandel” en „thuisteelt”. Eigenaars van growshops, winkels die producten verkopen voor (grootschalige) thuisteelt van cannabis, bevestigen deze vermoedens. Sinds de wietpas is ingevoerd, beleeft een aantal growshops een forse groei van klanten en omzet. De eigenaar van een growshop in Maastricht heeft 20 procent extra omzet. Hij zegt, anoniem: „Veel mensen gaan zelf in hun behoefte voorzien. Dat gaat veel cannabis opleveren. De groene lawine gaat nu pas echt over Europa rollen.”

Cannabisgebruiker Marco – ook hij was vaste klant van The Grass Company – heeft een andere oplossing gevonden. „Eens in de zoveel tijd rijden we met een groepje vrienden naar Nijmegen en gaan we een paar shops af. Je mag overal vijf gram halen. Hoppa, dan is de voorraad zo weer binnen”, zegt hij.

Dat kan in 2013 niet meer, als de wietpas landelijk wordt ingevoerd. Net als Pjotr regelt Marco zijn zaakjes wel. Is het niet in de coffeeshop, dan maar buiten. Als hij zich maar niet hoeft te registreren als cannabisgebruiker.

Marco: „Ik moet steeds maar denken aan de drooglegging in Amerika. Ook dat waren gouden tijden. Voor de maffia.”