De man die voorop liep

Homerus, Winnie-the-Pooh, de femme fatale, het Bauhaus. Europa is meer dan schulden-bergen en bodemloze putten. In een serie over de cultuur die het continent bindt: het profetisch realisme van Rodin.

Eigenlijk valt het nog mee. Typ ‘Rodin’ en ‘Denker’ in bij Google Afbeeldingen en je ziet behalve het beroemde beeld zelf een half dozijn parodieën: de Denker in origami, een gorilla met zijn hand onder zijn kin, twee gespiegelde boekensteunen, een nadenkend jongetje op een glijbaan, een koolmees en zelfs een vlieg in typische denkerspose. Een bescheiden score voor een van de toppers van de moderne beeldcultuur, voor de brons geworden filosoof, voor de belichaming van Descartes’ cogito ergo sum. Maar daar staat tegenover dat internet wemelt van de variaties op andere Rodin-sculpturen, of het nu De kus is (een innige omhelzing door twee geliefden) of De Hand van God (Adam en Eva in een handpalm).

François-Auguste-René Rodin (1840-1917) is de populairste beeldhouwer aller tijden – op één na: Michelangelo, en die was dan ook zijn belangrijkste inspiratiebron. Het was een reis naar Italië – en de kennismaking met het werk van Donatello en Michelangelo – die de 35-jarige decorateursassistent Rodin naar eigen zeggen bevrijdde van het academisme waarmee hij was opgegroeid. Niet dat Rodin in de jaren daarvoor had gegolden als een traditionele kunstenaar; de eerste sculptuur die hij had ingezonden voor de Parijse Salon van 1864, De man met de gebroken neus, was geweigerd omdat het portret van een oude portier brak met de academische traditie. Vrij letterlijk zelfs: de buste leek afgebroken bij de hals en had ook geen achterkant, aangezien het kleimodel al in het atelier was beschadigd, wat de kunstenaar zo had gelaten omdat hij hield van alles wat een beetje onaf was. Maar na 1875 vond Rodin snel zijn eigen, realistische stijl, die zich niets gelegen liet liggen aan het idealiserende van de Griekse beeldhouwkunst of het decoratieve van de barok. Te beginnen met De Bronstijd, een levensgroot beeld van een staande naakte man met zijn rechterknie gebogen en zijn rechterarm boven zijn hoofd.

De Bronstijd werd geëxposeerd op de Parijse Salon van 1877 en oogstte een storm van kritiek. Niet alleen omdat het pseudoheroïsche beeld geen mythologische of historische identificatie bood – Rodin wilde juist iets maken dat nergens naar verwees – maar vooral omdat het zo levensecht was. De kunstenaar werd ervan beschuldigd dat hij eerst een gipsafgietsel had gemaakt van zijn model – een artistieke doodzonde waarvan Rodin zich alleen met grote moeite kon vrijpleiten. Om te bewijzen hoe goed hij wel niet was, voltooide hij het jaar daarna een beeld van een man dat meer dan levensgroot was en dat bovendien een enorme dynamiek tentoonspreidde. Hij gaf het een bijbelse titel, Johannes de Doper aan het preken, en behaalde er de derde prijs mee op de Salon van 1880.

Anders dan Michelangelo was Rodin een ‘kleier’, niet iemand die zijn beelden uit steen hieuw; hij maakte gipsmodellen van zijn boetseerwerk en liet die afgieten in brons of hakken uit marmer. Dat De denker en De kus de indruk geven dat ze uit het materiaal zijn weggehakt, mogen we opvatten als een eerbetoon aan Rodins grote voorbeeld. De Renaissance was ook de inspiratiebron voor het grand travail waaraan Rodin vanaf 1880 werkte: het toegangsportaal voor het nieuw te openen Museum van Toegepaste Kunst in Parijs. Met een knipoog naar de ‘Paradijspoort’ die Lorenzo Ghiberti in 1425 voor het Sint Jansbaptisterium in Florence had gemaakt, noemde Rodin zijn sculptuur De poorten van de hel, waarbij hij zich niet op de Bijbel baseerde maar op La Divina Commedia. De centrale figuur boven de deuren van zijn bronzen portaal beeldde Dante af en werd door Rodin De dichter gedoopt toen hij het beeld op veel groter formaat uitvoerde. Als De denker zou deze spin-off van De poorten van de hel wereldberoemd worden, zoals twee verdoemde geliefden uit de hel eeuwige roem verwierven toen ze in 1889 als De kus werden uitvergroot.

De poorten van de hel zouden nooit het Museum van Toegepaste Kunst sieren (dat werd namelijk niet gebouwd), maar de 180 figuurtjes vormden een soort oerwerk dat aan de basis lag van veel van Rodins successen, van De schaduw tot De vallende man. Op het gebied van prestigieuze opdrachten was Rodin wel vaker ongelukkig. Zijn tegenwoordig beroemde beeldengroep De burgers van Calais (zes helden uit de Honderdjarige Oorlog) werden door de stad Calais in 1895 zeer tegen zijn zin op een sokkel en in een perk gezet. Het Parijse Monument voor Victor Hugo (dat de dichter afbeeldt met twee van zijn muzen achter zich) moest keer op keer over en werd pas in 1964 in brons gegoten. En zijn majestueuze beeld van Balzac, de schrijver van La comédie humaine, werd bij de eerste expositie in 1898 zwaar bekritiseerd, twintig jaar later nog beschreven als ‘een komisch masker boven een badjas’, en uiteindelijk 22 jaar na Rodins dood in brons gegoten.

Rodin was met bijna al zijn sculpturen zijn tijd vooruit en misschien wel het meest met De man die loopt (1900), een hoofdloos beeld dat hij had samengesteld uit twee meer dan twintig jaar oude brokstukken uit zijn atelier. Onaf, abstract en getuigend van artistieke vrijheidsdrang, werd het een bron van inspiratie voor de beeldhouwkunst van de twintigste eeuw, van Giacometti tot Zadkine; het mooiste monument voor de hand van Rodin, die door diens grote fan George Bernard Shaw werd gelijkgesteld aan de Hand van God.

Pieter Steinz