De dood mag een mysterie zijn

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

In juli en augustus in deze rubriek: ervaringen van hulpverleners aan mensen in hun laatste levensfase.

„Citaten die ik gebruik in presentaties over mijn werk. Ik geef onder andere workshops voor verpleegkundigen.”

Ineke Koedam is opgeleid voor personeelswerk, of, modern gezegd, ‘human resources management’. Een „verlangen naar dienstbaarheid” bracht omstreeks het jaar 2000 een wending in haar leven. Zij begon een praktijk voor stervenden en hun naasten en ging aan de slag als vrijwilliger in een hospice.

Ze zegt: „Ik zie de dood niet als een moment. Het is voor mij geen kwestie van: je bent dood als je hart niet meer klopt en je hersenen geen zuurstof meer krijgen. De dood komt in een proces dat langere tijd kan duren en waarin mensen zeer uiteenlopende ervaringen kunnen hebben.”

Het licht is aan, het licht is uit: zo niet dus?

(lacht) „Misschien is het wel andersom: het licht is uit, het licht is aan – wie zal het zeggen? Er zijn talloze voorbeelden van sterfbedverschijnselen die niet rationeel te verklaren zijn en die we ook niet als fantasie mogen afdoen. De Britse neuropsychiater Peter Fenwick heeft hierover een fascinerend boek geschreven, The Art of Dying, waarin hij honderden bijzondere ervaringen van stervenden heeft geanalyseerd. In een vervolgonderzoek heb ik voor Fenwick tientallen medewerkers van drie hospices in Nederland geïnterviewd. Over hun ervaringen schrijf ik nu een boek.”

Zoals in het boek Eindeloos bewustzijn, waarin cardioloog Van Lommel ervaringen beschrijft van mensen die zijn gereanimeerd?

„Ja, daarin komen dergelijke waarnemingen ook voor.”

Zijn boek is niet onomstreden.

„Er zijn extreme reacties geweest. Sommigen concluderen: er is leven na de dood. Anderen roepen: wat een zweverige onzin. Voor mij ontnemen dergelijke reacties het zicht op de essentie van deze ervaringen.”

Op welke ervaringen doelt u?

„Stervenden kunnen intense dromen en visioenen hebben, waarin ze door dierbare overledenen worden opgehaald. Ze maken opmerkelijke ‘toevalligheden’ mee. Ze verlangen naar verzoening. Ze hebben momenten met scherpe inzichten. Ze wachten op de komst of het vertrek van familieleden. Ze vertellen dat ze schitterend licht hebben waargenomen en gevoelens van intense liefde hebben ervaren. Dieren kunnen plotseling opmerkelijk gedrag vertonen.”

Dieren?

„Ja, er zijn prachtige voorbeelden van reacties van huisdieren bij het sterfbed. Een man was met zijn twee honden naar een hospice gekomen. Dagenlang lagen de honden bij zijn bed. Op een goed moment staan ze op. De ene hond begint aan de hand van de man te likken, de andere begint zachtjes te janken. Op dat moment overlijdt de man. Voor nabestaanden is dat een buitengewoon tedere en troostende ervaring. Dieren zijn op een andere manier sensitief dan mensen. Het is bekend dat vluchtgedrag van dieren kan duiden op een dreigende aardbeving of tsunami. Zij voelen zoiets eerder aankomen dan mensen.”

Dieren hebben een betere antenne voor stervenden dan mensen?

„Zo algemeen zou ik dat niet wil-len zeggen. Maar als we ons meer openstellen voor ervaringen als deze zouden we een diepere betekenis voor iemands sterven kunnen vinden.”

En die diepere betekenis is ...?

„... dat ervaringen en waarnemingen op het sterfbed zoveel steun en troost kunnen bieden bij sterven en rouwverwerking. Het gaat erom dat we deze verschijnselen sneller en beter leren herkennen, net zoals plotselinge veranderingen in gedrag en taalgebruik. We kunnen dan beter reageren op behoeften van stervenden en hen naderbij zijn in het uur van de dood.”

De omgang van levenden met bijna-doden laat nu te wensen over?

„Door de medische vooruitgang leven mensen langer. Ook doodgaan is gemedicaliseerd geraakt, waardoor een kloof is ontstaan tussen het alledaagse leven en de dood. De meeste mensen sterven in een ziekenhuis of instelling. Steeds minder mensen maken van dichtbij het hele stervensproces van iemand mee.

„Het gevolg van deze ontwikkeling is: angst voor de dood en zelfs afgrijzen bij de gedachte een dood lichaam te zien. Deze collectieve angst maakt dat we onvoorbereid zijn wanneer iemand uit onze omgeving ongeneeslijk ziek wordt en gaat sterven. Hoe kunnen wij dan steun geven, wanneer we door angst en afkeer geblokkeerd zijn, wanneer ziekte, ouderdom en doodgaan niet meer passen in onze succesvolle en maakbare levens, als we onwetend en onvoorbereid zijn en niet in staat zijn met kwetsbaarheid om te gaan?”

Denkt u wel eens na over uw eigen dood? En zo ja, wat denkt u dan?

„Daarvan heb ik me door de jaren heen heel wat beelden gevormd. Inmiddels doe ik dat niet meer. Ik wil me niet hechten aan concrete gedachten of concepten, omdat die mij de ruimte ontnemen om een ontwikkeling door te maken in mijn bewustzijn. De dood mag voor mij een mysterie zijn, ik verblijf graag in het ‘niet-weten’ om straks in alle openheid de realiteit van het sterven te ondergaan.”

Tekst & foto’s

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord