Dan maar een paria

De deur van de gevangeniscel sloeg achter hem dicht en David Millar wist dat hij alles kwijt was. Zijn salaris. Zijn huis. Zijn auto. Zijn fiets. Zijn ploeg. Zijn sport. Alles om hem heen was zwart, en binnen in hem was het nog veel zwarter. Zijn leven was over.

Het is inmiddels acht jaar later, acht jaar nadat David Millar door de Franse politie werd opgepakt wegens dopinggebruik. David leeft nog steeds, of beter gezegd: hij leeft opnieuw. Hij heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Hij heeft de gruzelementen van zijn vorige ik bij elkaar geveegd en ze terug in elkaar gezet.

Millar had voor de makkelijke weg kunnen kiezen, zoals zoveel zondaars vóór hem deden. Ontkennen, bek houden en zo snel mogelijk terugkeren in het peloton – het lag zo voor de hand. Maar Millar besloot dat het anders moest. Met hemzelf, maar ook met de wielersport. Hij trok de beerput open.

Alles vertelde hij aan de Franse justitie. Maar hij deed zijn verhaal ook bij de UCI, de Engelse anti-dopinginstanties én in de media. Waar hij ook moest opdraven, hij deed het. Millar werd de afgekickte junk die met een kapotgesnoven neusschotje scholen en wijkcentra langsgaat om te vertellen hoe slecht drugs voor je zijn. Hij werd een man met een missie: wielrennen moest weer wielrennen worden, in plaats van een farmaceutische wedloop. En hij zwoer om aan te tonen dat je ook zonder spuiten, bloedzakken en dubieuze doktoren wedstrijden kunt winnen.

Een deel van zijn collega's kotste hem uit. Ze verweten hem dat hij zijn hoge hematocrietwaarde had verruild voor een nog hogere hypocrietwaarde. Maar Millar haalde zijn schouders erover op. Dan maar een paria. Hoe meer weerstand hij kreeg, hoe harder hij schreeuwde. En met succes. Acht jaar geleden was hij een roepende in de woestijn; nu wordt er naar hem geluisterd. Zijn biografie, het beste inkijkje in het profpeloton van het begin van dit millennium, is een bestseller.

Het wielrennen is veranderd, samen met Millar. Door toedoen van verbeterde controles en de invoering van het bloedpaspoort, maar ook doordat Millar de deur naar mentaliteitsverandering heeft opengezet. De tijden zijn voorbij dat renners met een drieletterig wondermiddel zo hard tegen cols opreden dat ze moesten remmen in de haarspeldbochten. Er wordt steeds langzamer geklommen, coureurs die in het rood gaan betalen de volgende dag de prijs. Wielrenners zijn weer mensen. Twee maanden geleden won Ryder Hesjedal, ploeggenoot van Millar, de Giro d'Italia. Hij trapte tijdens de beklimmingen wattages waarmee hij jaren geleden zou zijn uitgelachen. In de woorden van Millar: „Het is een nieuwe sport, beter dan ooit.”

Doping zal nooit helemaal verdwijnen uit het peloton. Er zullen altijd renners of ploegen zijn die bezwijken voor de verleiding van de spuit, en het zal nog tien miljoen jaar duren voordat wielrennen z'n geloofwaardigheid heeft teruggewonnen bij het grote publiek – maar het lijkt er verrekte veel op dat we de goede kant op fietsen.

Gisteren won David Millar de etappe. En de rest van de wielersport won met hem.

Thijs Zonneveld is NRC-sportredacteur en oud-wielrenner.