Cowboy voor een week

Een trektocht op Amerikaanse quarter horses door een ruig Italiaans berglandschap. waant zich in een spaghettiwestern.

Te paard door het nationale park van De Abruzzen.

De benen van de paarden voor me zakken diep weg in het kletsnatte gras. Iedere hoefafdruk laat een klein plasje achter. De sneeuw op de bergtoppen in de verte is aan het smelten en vult de beken met kraakhelder water. De lentezon laat het frisgroene struikgewas fel oplichten. Wilde primula’s, orchideeën, gentianen en viooltjes zorgen voor gele en paarse kleuraccenten. Aan de boomtakken hangen draden mos.

Het kost niet veel moeite om je hier in het Wilde Westen van Amerika te wanen. De bontgekleurde paarden met hun westernzadels, de ruiters met hun lange regenjassen en cowboyhoeden, de uitgestrekte valleien en de diepblauwe bergruggen daarachter – je zou ze ook in Colorado of Montana kunnen aantreffen. Maar zo nu en dan passeren we een Mariabeeldje in een nis of klepperen de hoeven over eeuwenoude Romeinse wegen. Want dit is Molise, een afgelegen regio in het hart van Italië. Hier, op een uur of drie ten zuidoosten van Rome, runnen de Nederlandse Astrid Tielrooij en de Italiaan Carmine di Perna sinds tien jaar hun westernstal Altavia.

In de zomermaanden komen paardenliefhebbers van heinde en verre naar Altavia (‘hoge weg’) om trektochten te maken op de goedaardige paarden, stuk voor stuk afstammelingen van de beste Amerikaanse quarter horses, appaloosa’s en paint horses. Italianen zijn dol op Amerika, vertelt Di Perna. „We zijn niet voor niets de uitvinders van de spaghettiwestern.” Het stoere karakter van het western rijden sluit goed aan bij de Italiaanse machocultuur. „Italië is na de Verenigde Staten het land met de meeste quarter horses ter wereld.”

Vanuit Molise kun je te paard gemakkelijk de omringende nationale parken van de Majella en de Abruzzen bereiken. De natuur is er zo puur dat de Unesco er twee oerbossen beschermt. In de Abruzzen leven nog zo’n veertig bruine beren en een handjevol wolven. Niet voor niets gebruikte de Nederlandse kunstenaar Anton Corbijn twee jaar geleden juist dit ruige ongerepte landschap als decor voor zijn ‘Italiaanse western’ The American.

Hier kun je nog uren rijden zonder ook maar een mens tegen te komen. Wegen zijn er nauwelijks en hekken van koeienweides mogen worden geopend. Rivieren worden door de paarden zonder enige aarzeling overgestoken, ook al zijn ze soms zo diep dat je je benen hoog moet optrekken om geen natte voeten te krijgen. We galopperen over eindeloze bergweides, soms met kuddes halfwilde paarden in het kielzog. Bij iedere galopsprong ruik je de kruidige geur van oregano, tijm en rozemarijn. „Zeeën van gras”, noemt Di Perna die groene hoogvlaktes. „En je kunt iedere kant op zeilen die je maar wilt.”

Tuttebel

Astrid heeft er een kunst van gemaakt om bij iedere ruiter het perfecte paard te kiezen. Ze kan over ieder karakter in haar kudde hilarische verhalen vertellen. Dat de voskleurige ruin Bullet een voorkeur heeft voor vrouwen met lang haar bijvoorbeeld. Dat de bonte merrie Siska, een van de weinige dames in de kudde, het liefst de hele dag met mascara en lippenstift op zou lopen, tuttebel als ze is. En dat Windy, het grootste paard van Altavia, haar zojuist verteld heeft dat hij het nu wel zat is met grote kerels rond te moeten lopen. „Hij heeft deze trektocht liever een amazone.”

We volgen zoveel mogelijk de eeuwenoude veedrijversroutes die als onderhuidse aderen door het landschap lopen. In de zestiende en zeventiende eeuw floreerde de wolhandel in Italië. In het zuiden werden miljoenen schapen gehouden, die in de zomermaanden via deze ‘tratturi’ naar de hoger gelegen gebieden gedreven werden. Nu zijn de paden grotendeels overwoekerd. Maar Di Perna herkent ze desondanks aan de afwijkende kleur van het gras of de verschillende plantengroei. „De zaden werden vaak honderden kilometers meegevoerd in de vacht van de schapen”, legt hij uit. „Je vindt langs de routes dus bloemen die verder nergens in het gebied voorkomen.”

Soms versperren overhangende takken of braamstruiken de route en baant Di Perna zich met een machete een weg door de wildernis. Zijn bruin-wit gevlekte paard Billy is het gewend dat er soms halve bomen tussen zijn oren worden neergelegd. Hij wacht geduldig tot de weg weer vrij is, en zet zich tijdens het hakken goed schrap zodat zijn baas meer kracht kan zetten.

Onderweg passeren we kleine dorpjes die sprookjesachtig tegen rotswanden zijn aangebouwd. Zonder blikken of blozen lopen de paarden onder oude stadspoorten door, of beklimmen ze middeleeuwse trappen. In Castiglione, een dorpje met nog geen 150 inwoners, komen stokoude vrouwtjes hun huizen uit gelopen zodra ze ons hoefgetrappel horen. „Tot de jaren vijftig werden in dit dorp muilezels gefokt en was het drukbevolkt”, vertelt Di Perna. „Als onze paarden langskomen, worden de inwoners weer even herinnerd aan vroeger.”

Flessen wijn

De bagage wordt tijdens de trektocht met auto’s vervoerd, maar voor de lunch is er een apart pakpaard mee. Vaak zijn het de jonge paarden die de flessen wijn, de salami’s en de broden mogen dragen. Als uitgelaten honden rennen ze los achter de rest van de groep aan. Zo leren ze het rotsige terrein spelenderwijs kennen. Als pakpaard Pride zich na een inspannende klim laat zakken om het zweet van zijn lijf te rollen, schieten van alle kanten ruiters toe om hem overeind te manen: „Denk in godsnaam om de wijn!” En één keer moeten we honderden meters terug rijden omdat Pride tijdens de galop zulke bokkensprongen heeft gemaakt dat de broden uit zijn rugzak getorpedeerd zijn.

’s Avonds wordt er geslapen in berghutten, in agriturismo’s, hotels of, als het weer het toelaat, onder de blote sterrenhemel. Niets zo rustgevend als het zachte gesnuif van een kudde paarden bij het slapen gaan. Met schrikdraad wordt de groep in een kraal bijeengehouden. „Meestal gaat dat goed”, zegt Astrid geruststellend. „Maar het is wel eens gebeurd dat er een paar ontsnapten. Uren hebben we te voet moeten zoeken.”

Di Perna roostert paprika’s in het haardvuur en snijdt de paddestoelen die hij onderweg heeft geplukt. Mijn mobiele telefoon heeft al een tijdlang geen bereik meer. De bewoonde wereld lijkt verder weg dan ooit. Er wordt op de paarden geproost met rode Abruzzenwijn in tinnen bekertjes. Di Perna kijkt intens tevreden in de vlammen en zegt met een grote grijns zijn gevleugelde woorden: „Hard life, cowboy life.”