Clovis was niet alleen, blijkt uit stenen drollen

Drie van de speer- of pijlpunten die Dennis Jenkins en zijn team vonden in een grot in Oregon. Foto Science

In een grot in de Amerikaanse staat Oregon zijn pijl- en speerpunten gevonden van zo’n 14.000 jaar oud. Dat is even oud als, of iets ouder dan de beroemde Clovispunten, die lang zijn beschouwd als het werk van de alleroudste bewoners van Amerika. De punten uit Oregon zijn van een ander type – smaller en korter – dan de langwerpige Clovispunten. In dezelfde grot in Oregon zijn versteende uitwerpselen (coprolieten) gevonden met menselijk DNA, ongeveer even oud als de projectielpunten. Beide vondsten werden gisteren gepubliceerd in het tijdschrift Science.

Eerste auteur en projectleider David Jenkins, als archeoloog verbonden aan de University of Oregon, doet al jaren onderzoek in de Paisley Caves, acht grotten in een rotswand, 1.500 meter boven de oevers van Lake Summer. Zo’n 14.000 jaar geleden stond het water veel hoger en woonden de grotbewoners aan de oever van dit bergmeer in het zuiden van Oregon.

Jenkins en zijn team schreven al in 2008 over de coprolietenvondst. Zij maakten uit de grootte, de vorm en de kleur op dat dit uitwerpselen van mensen waren en lieten ze onderzoeken door Eske Willerslev en Thomas Gilbert van de Universiteit van Kopenhagen. Deze deskundigen op het gebied van zeer oud DNA vonden in zes coprolieten mitochondriaal DNA met een genetische signatuur – haplogroep A – die uniek is voor inheemse Amerikanen.

Toch stuitte Jenkins destijds op scepsis, erkende hij donderdag tijdens een persconferentie: „Verschillende collega’s suggereerden dat het menselijke DNA in die uitwerpselen het gevolg was van besmetting. Zolang we in de directe omgeving geen werktuigen vonden van vergelijkbare ouderdom, viel deze twijfel moeilijk weg te nemen.”

En die zijn er nu. Jenkins en zijn team troffen in de vloer van de grot vier speer- of pijlpunten aan met twee scherpe kanten en een stukje ‘steel’, de aanhechting aan een pijl of speer. Tot voor kort werd aangenomen dat deze technologie van zogenoemde Westelijke Steelprojectielen, waarvan al eerder exemplaren zijn gevonden elders in de Verenigde Staten, jonger was dan, en de opvolger was van de Clovistechnologie. Maar uit deze vondsten blijkt dat er gelijktijdig met, of zelfs eerder dan de jagers van Clovis een afzonderlijke cultuur bestond in het verre westen van Noord-Amerika.