Belofte 3: duurzaamheid. De vlam is totaal mislukt

Er zijn honderden vleermuishuisjes aangebracht, maar de beloofde windmolen kwam er niet en sponsor BP heeft een grote olieramp op zijn naam staan.

‘De titel van groenste Spelen ooit gaat naar het oude Athene. Maar wij kunnen ernaar streven om de groenste Spelen van de moderne tijd te zijn.”

Dat was de belofte die toenmalig premier Tony Blair in 2005 deed toen Londen de Olympische Spelen kreeg toegewezen. Daar kwam nog een belofte bij: de Britten wilden niet alleen de groenste Spelen organiseren, maar ook de meest duurzame op sociaal en ethisch gebied. London 2012 zou „een spraakmakend voorbeeld van duurzaamheid” worden: een One Planet Olympics.

Bij de belofte hoorden ambitieuze doelen. Het olympisch dorp moest een kwart energiezuiniger zijn dan de gangbare Britse bouwvoorschriften eisen, de CO2-uitstoot zelfs de helft lager. Een grote windturbine zou 20 procent van de energie voor Olympisch Park en dorp leveren. Van het bouwmateriaal zou 20 procent gerecycled zijn, en 90 procent van het sloopafval van de gebouwen die sneuvelden om plaats te maken voor het Park zou worden hergebruikt. Al het eten zou, waar mogelijk, fair trade of biologisch zijn, of uit de regio komen. Afval zou worden gescheiden.

Zijn die beloften waargemaakt? Stuart McCarthy hield als voorzitter van de Commission for a Sustainable London 2012 de afgelopen zeven jaar toezicht op de bouwwerkzaamheden. Want dat deden de Britten slim: al in 2005 werd deze onafhankelijke commissie opgericht om de organisator van de Spelen (Locog) en de Olympic Delivery Authority (ODA), die de stadions bouwde, aan de belofte van duurzaamheid te houden.

„De lat lag natuurlijk niet hoog”, erkent McCarthy, als je het beter moet doen dan Peking of Athene. En natuurlijk is er „niet zoiets als duurzame Spelen” als het gaat om een evenement dat twee weken duurt en zeven jaar kost om op te bouwen.

Desondanks is McCarthy tevreden. Hij wijst op de velodroom, die met de helft minder materiaal is gebouwd dan de wielerbaan in Peking. Het dak in Londen is niet volledig van staal, maar gemaakt van stalen kabels die tot een soort net zijn ‘geweven' – goedkoper en duurzamer. En door het gebruik van natuurlijk licht is de velodroom ook 30 procent energiezuiniger. McCarthy: „De eisen die de ODA stelde, dwongen bedrijven te vernieuwen. We zien dat dit doorwerkt: het bedrijf dat de flats voor de sporters bouwde, heeft zichzelf bij de bouw van flats in Sydney dezelfde doelen gesteld.”

Hij is ook tevreden over de manier waarop het Olympisch Park is schoongemaakt. Het ligt in een gebied dat door jaren industrieel gebruik ernstig was vervuild, onder meer met zware metalen, arsenicum, cyanide en olie. „De ODA had een traditionele manier kunnen kiezen om de grond schoon te maken, dus alles wegscheppen en ergens anders dumpen. Maar ze kozen ervoor ter plekke een ‘aardeziekenhuis’ te creëren met vijf aardewasmachines. 95 procent van de grond is hergebruikt.”

Vogels, salamanders, kikkers en vissen werden verhuisd. En in het Park zijn honderden vogel- en vleermuishuisjes aangebracht.

Niet alles is goed gegaan. De belofte 20 procent van de energie uit duurzame bron te verkrijgen, is niet waargemaakt. „Er lag een plan om een enorme windmolen te bouwen, maar dat werd geschrapt”, zegt McCarthy. Het zou te duur worden. „Locog had eerder naar alternatieven moeten kijken.” De organisatie koopt de CO2-uitstoot af door geld te storten in een gemeentefonds voor de bouw van energiezuinige scholen. „Niet ideaal”, zegt McCarthy zuinigjes.

Zijn andere grote punt van kritiek gaat over de vlam. „Een totale mislukking.” Energieleverancier EDF zou ook die duurzaam ontwerpen, maar daar is niets van gekomen.

Zijn eigen commissie kreeg ook kritiek. De Spelen worden onder meer gesponsord door BP, verantwoordelijk voor de olieramp in de Golf van Mexico in 2010, en tijdens de Spelen leverancier van benzine. Een andere sponsor is Dow Chemical, gefuseerd met het bedrijf Union Carbide dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de giframp in Bhopal in 1984, waardoor vele duizenden mensen stierven.

Activisten vinden dat Londen zichzelf daarom niet duurzaam mag noemen. „Deze bedrijven proberen zichzelf groen te wassen door mee te doen. Londen geeft ze de kans en negeert waar deze bedrijven eigenlijk voor staan”, zegt Amy Johnson van de campagne Greenwash Gold.

„Wij zijn niet verantwoordelijk voor het controleren van de sponsors”, zegt McCarthy over zijn Commission for a Sustainable London 2012. Maar hij vindt wel dat het Internationaal Olympisch Comité „de verantwoordelijkheid heeft om met sponsors te praten”.

En dan zijn er nog wat kleine dingen. In verband met de veiligheid krijgt iedere bezoeker, net als op het vliegveld, een plastic zakje voor vloeistoffen. Niet echt duurzaam. En hoe zal het straks gaan met parkeren, of het recyclen van alle rommel? Voor hij echt een cijfer geeft, wacht McCarthy het einde van de Spelen af. Zijn commissie wordt in maart 2013 opgeheven, en komt dan met haar eindrapport.