Belofte 2: meer sporters. Joggers bij de Theems, maar nergens jongeren

Er is geen enkel bewijs dat inwoners van een gastland meer gaan sporten doordat er Olympische Spelen worden gehouden. Het is ook de Britten niet gelukt.

Dat beloofde Sebastian Coe, voorzitter van het comité dat de Spelen in Londen organiseert, zeven jaar geleden. De Britse oud-atleet, die bij de Spelen van 1980 en 1984 goud won op de 1.500 meter, vertelde de IOC-leden hoe hij in 1968 als twaalfjarig jongetje met zijn hele klas op tv had mogen kijken naar beelden van de Olympische Spelen in Mexico: „Twee sporters uit onze stad deden mee. Toen ik terugkwam in het klaslokaal, wist ik wat ik wilde worden. Ik ben er nog altijd door geïnspireerd.”

De Britse belofte was ambitieus én controversieel. Want hoewel veel landen worstelen met inactiviteit en overgewicht onder jongeren, is er geen enkel bewijs dat Olympische Spelen de inwoners van een gastland meer laten bewegen. Noch is makkelijk kwantificeerbaar hoeveel jongeren door de Spelen worden aangezet te gaan sporten.

Toch geloofde de Britse regering er heilig in: bovenop het al sportende deel van de bevolking zouden één miljoen Britten worden gestimuleerd minimaal drie keer per week te gaan sporten, en één miljoen Britten zouden meer gaan bewegen – wandelen of tuinieren bijvoorbeeld. Overheidsinstelling Sports England kreeg 480 miljoen pond om dat voor 2013 te bewerkstelligen.

Wie op een zaterdag door Londen loopt, zou kunnen denken dat de doelstelling is gehaald: Londenaars sporten massaal. In Beckton District Park, vlakbij City Airport, rennen vijfjarige jongetjes met hun vaders achter een bal aan. Een jonge trainer probeert drie meisjes met hoofddoek te leren koppen – tot ieders hilariteit. Aan de andere kant van Londen, in Harrow-on-the-Hill, zijn de tennisbanen vol, ongeacht het weer. Kostschooljongens lopen met cricketbats en rugbyballen over straat. In Eltham, in het zuidoosten, en Richmond, in het zuidwesten, wordt paardgereden. In het Brent Reservoir, in het noorden, drijven zeilboten. Langs kanalen en Theems wordt gejogd en gefietst, in het water gekanood en geroeid.

Maar dat zijn indrukken. De cijfers vertellen dat het aantal sportende Britten sinds 2005 weliswaar met 1,3 miljoen is gestegen, maar dat het niet gaat om jongeren. Het aandeel van de 16- tot 25-jarigen onder de sporters neemt juist af, jaarlijks met 1,6 procent. En het waren juist díé jongeren die de komst van de Spelen moest inspireren.

„Zolang ze op school zitten, gaat het goed”, zegt Sue Campbell van de Youth Sport Trust, een liefdadigheidsinstelling die sport op school promoot. Ze staat met een glimlach langs de kant in de gloednieuwe gymzaal van Burntwood School in Zuid-Londen – want op basisscholen is de olympische belofte wél gerealiseerd.

De meeste scholen worstelden met het opnemen van sport in het overvolle lesprogramma. Maar de vorige regering zette als onderdeel van de olympische belofte 162 miljoen pond opzij voor gymlessen. 90 procent van de schoolkinderen sport nu meer dan twee uur per week, zegt Campbell. Dat was in 2002 slechts 23 procent. „De Spelen waren een turbobooster. We konden schoolhoofden makkelijker overtuigen dat kinderen die lichamelijk fit zijn ook beter worden in andere zaken. Scholen met aandacht voor gym en sport doen het academisch beter.”

„Het grootste probleem is dat jongeren stoppen met sporten, zodra ze gaan werken of studeren”, zegt Campbell. Daar is nog geen oplossing voor gevonden. „Misschien dat de Spelen ons op de goede weg helpen. Ik hoop het van harte.”

Ook andere cijfers stemmen niet optimistisch. Van de tientallen olympische sporten die de Britse overheid subsidieert, groeiden er slechts zes in populariteit, waaronder atletiek, boksen, tafeltennis en schermen. De belangstelling voor een grote olympische sport als zwemmen, waarin de Britten medaillekansen hebben, nam juist aanzienlijk af. Het aantal mensen dat meer dan drie keer per week sport, groeide met een half miljoen; niet met de beloofde één miljoen. En uit een peiling van bureau ComRes bleek dat acht op de tien Britten zeggen dat de Spelen geen effect hebben op hun sportgedrag.

„Natuurlijk zou ik willen dat de cijfers beter waren”, zegt Jonathan Edwards, lid van het Londense organiserende comité Locog. De oud-atleet die goud won op de Spelen in Sidney, en wiens wereldrecord hink-stap-sprong uit 1995 nog altijd staat, erkent dat schoolverlaters het grootste probleem zijn. „De waarde van sport op school moet niet worden onderschat.” Maar, zegt hij ook: „Kinderen die een gezondere levensstijl aanleren, leren die moeilijker af.”

En misschien komt er nog wat, hoopt Edwards. „De komende weken worden we hier op een ongekende manier blootgesteld aan sport.” Hij is ervan overtuigd wie de Spelen ziet, geïnspireerd zal raken.

Jongeren laten sporten is de „moeilijkste belofte” van allemaal, erkent hij. „Maar als het niet gebeurt, is dat niet omdat we het niet hebben geprobeerd.”