Belofte 1: oude wijken opknappen. De buurt is gesteriliseerd

Oost-Londen, een van de armste delen van het land, ging op de schop. De buurt glimt van nieuwigheid. Maar de bewoners klagen dat ze zich niet meer thuis voelen.

Het zou „de meest gewaagde stedelijke vernieuwing ter wereld” worden met de Olympische Spelen als „katalysator voor de metamorfose van 2,5 vierkante kilometer industrieel, vervuild land” in het oosten van Londen. En in een van zijn eerste toespraken als premier zei David Cameron dat hij ervoor zou zorgen „dat de olympische nalatenschap een van de armste wijken van het land verheft naar een die deelt in de welvaart van de hoofdstad”.

En het moet gezegd: Stratford en de Lee Valley zijn in de zeven jaar sinds Londen de Spelen van 2012 kreeg toegewezen, onherkenbaar veranderd. Er is een Olympisch Park gekomen, met stadions en flats voor de sporters. Die worden na de Spelen omgebouwd tot 2.800 huizen, waarvan de helft betaalbaar moet zijn voor buurtbewoners. Ze krijgen er in 2013 ook een park bij, een kliniek, een school, een zwembad en tennisbanen.

Ook rondom het Park glimt en blinkt alles. Er is een nieuw station met talloze busverbindingen, metro’s naar de binnenstad en treinen naar het noorden en zuiden van het land. Daarnaast staat het grootste overdekte winkelcentrum van Europa, Westfield. Er zijn nieuwe kantoren en flats, deels nog in aanbouw, die wachten op de middenklasse die zich in Stratford moet vestigen. Straten zijn opnieuw geasfalteerd, stoepen gelegd, gevels schoongeveegd.

Het gaat niet alleen om nieuwbouw. De bouw van het Park, de stadions, flats en kantoren leverde werk op voor 46.000 bouwvakkers, van wie eenvijfde uit de buurt kwam. De helft van de beveiligers die straks op de Spelen rondloopt, komt uit de buurt. En Westfield biedt werk aan 10.000 man.

„Welke burgemeester krijgt er nu 9 miljard pond om een ongeliefd, arm, vies, stukje stad op te knappen?”, vroeg Ken Livingstone, inmiddels oud-burgemeester, zich onlangs hardop af. Hij houdt niet van sport, bekende hij. Maar zoveel geld om de drie wijken rondom het Olympisch Park – Newham, Tower Hamlets en Hackney – op te stuwen, kon hij niet laten liggen.

Niet iedereen is blij. Hoewel slechts 300 kleine bedrijven en 430 bewoners gedwongen waren te verhuizen – bij de Spelen in Peking ging het om tienduizenden – vreest men in Stratford dat de vernieuwing yuppificatie betekent. „Wie van ons heeft er nou een Starbucks nodig?”, zei een buurtbewoner laatst.

Dat ongenoegen heeft „niets met nostalgie” te maken, zegt Julian Cheyne. Zijn oude flat werd neergehaald om plaats te maken voor het Olympisch Park; hij woont nu elders in Londen. Sindsdien bemoeit hij zich volop met alles wat met de Spelen te maken heeft. „Dit deel van Londen weet wat verandering is, en daar zijn we ook niet bang voor.” Hij wijst op de westkant van het park, waar Victoria Park en Broadway Market nu het speelterrein zijn voor de hipste Londenaren. Alleen de winkel van F. Cooke, die paling in gelei verkoopt, verwijst nog naar het working class-verleden. „Dat was Stratford over een paar jaar ook wel overkomen. Alleen zou de verandering dan natuurlijk en chaotisch zijn geweest.”

Oost-Londen is traditioneel de plek waar immigranten het eerst neerstrijken. Het gevolg daarvan is dat het gemiddelde inkomen er 100 pond per maand lager ligt dan in de rest van Londen. Voor de bouw van het Olympisch Park waren er volgens een Britse vakbond in Hackney 22 langdurig werkzoekenden per vacature. Ze bleken zelfs basisvaardigheden als Engels en rekenen niet te hebben.

Verandering was nodig, erkent Cheyne. Maar nu is de buurt „gesteriliseerd”. Hij voelt zich er niet meer thuis, en vreest dat het Park een soort oase te midden van armoede wordt.

Dergelijke zorgen leven bij meer bewoners. Op een bijeenkomst in Hackney wordt gewezen op Canary Wharf, het financiële centrum dat eind jaren tachtig op de plek van de oude dokken werd gebouwd. Dat is voor een groot deel privéterrein, in handen van een consortium. De gebouwen in het Olympisch Park zijn eveneens verkocht aan beleggers, de sportersflats bijvoorbeeld aan een bedrijf uit Qatar. En in Westfield zijn luxe merken als Prada en Calvin Klein neergestreken – onbetaalbaar voor de buurtbewoners.

Het bevestigt hun gevoel dat Stratford niet meer van hen is. En dat wordt versterkt doordat het Park nu nog is omgeven door hoge, glimmende hekken die betonnen socialewoningbouwflats, aftandse buurtwinkeltjes en bedrijfjes afschermen van het olympische evenement.

Stratford High Street voelt als een andere wereld. Onder een overkapping verkopen marktkooplui goedkope kleding, hoesjes voor mobiele telefoons, Jamaicaanse pasteitjes. „Tuurlijk weet ik dat de Spelen komen”, zegt de 22-jarige Sabina Williamson. „En ik wil wel optimistisch zijn, maar als het circus is vertrokken, wat is er voor ons dan nog over?”