Aap, noot, mis

De strijd tegen laaggeletterdheid in Nederland betreft 1,5 miljoen mensen, maar hij verloopt stroef. Het ministerie van Onderwijs schoof de Stichting Lezen & Schrijven van prinses Laurentien naar voren om de zaak vlot te trekken. Gaat dat lukken?

Rinus (60) moest van zijn vrouw, omdat zij geen zin meer had zijn post voor te lezen. Alie (59) kwam omdat de sociale dienst vond dat ze lang genoeg in de bijstand had gezeten. En Sidney (50) kreeg een zetje van de gemeentelijke reinigingsdienst. Als hij voorman wil worden, moet hij eerst beter leren lezen en schrijven.

De drie zitten op een vroege donderdagochtend in een leslokaal van het Regionaal Opleidings Centrum Amsterdam. Hun wijsvingers glijden langs de teksten. Ik eet vis. Wij gaan naar school. Jij loopt weg.

Er zijn ongeveer anderhalf miljoen mensen zoals Rinus en Ali. Bijna tien jaar geleden waren dat er net zoveel. En dat terwijl overheid, werkgevers en werknemers in 2009 hebben afgesproken het aantal mensen met lees- en schrijfproblemen in 2011 terug te brengen tot hooguit 1,1 miljoen.

Aanvankelijk werden er successen geboekt, maar nu is de vooruitgang gestokt. Taalcursussen en internetonderwijs hebben het aantal laaggeletterden weliswaar verminderd, maar door gebrekkig basisonderwijs, migratie en meer kinderen met leerproblemen zoals dyslexie neemt het totaal aantal laaggeletterden per saldo niet af. Wel verminderde het aantal analfabeten dat helemaal niet kan lezen en schrijven.

Uit onderzoek van vorig jaar bleek dat taalcursussen kampen met 10 procent uitval en dat ze soms worden wegbezuinigd. Bovendien zijn initiatieven tegen laaggeletterdheid verspreid over verschillende sectoren – onderwijs, sociale instellingen, gemeenten – en dat sorteert geen effect.

Eind vorig jaar gaf minister Van Bijsterveldt (CDA, Onderwijs) de strijd een nieuwe impuls. Er moesten meer vrijwilligers worden opgeleid. In het buitenland, met name het Verenigd Koninkrijk, zijn daar goede ervaringen mee opgedaan.

De nieuwe aanpak is omstreden. Omdat tegelijkertijd veel vakdocenten worden ontslagen, hebben vrijwilligers, die de docenten helpen, het gevoel er straks alleen voor te staan. Ook vinden ze dat de laaggeletterden niet het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben.

Vrijwilliger Dirk Steltman helpt sinds enkele jaren mensen als Rinus, Alie en Sidney: „Ik ben dit mooie werk niet gaan doen om het gat van bezuinigingen op te vullen”, zegt hij. Joost Andrik, medewerker van de Stichting Zet, die vrijwilligersinitiatieven rond laaggeletterdheid in Noord-Brabant begeleidt: „Taalles geven aan laaggeletterden vraagt specifieke vaardigheden. Heel veel vrijwilligers beschikken daar niet over. Die zijn niet blij met de nieuwe aanpak. Er wordt dan gezegd: ‘Wees blij, liever iemand dan helemaal niemand.’ Maar ik neig ertoe te antwoorden: liever geen docent dan een slechte docent.”

Om de nieuwe aanpak vlot te trekken, schoof minister Van Bijsterveldt de Stichting Lezen & Schrijven van prinses Laurentien, echtgenote van prins Constantijn, naar voren. Sinds 2004 is de prinses een van de bekendste gezichten in de strijd tegen de laaggeletterdheid. Via mediaoptredens, voorleesmiddagen en andere pr-offensieven vroeg ze aandacht voor het probleem. Mede door haar inspanningen kwam het probleem op de maatschappelijke agenda.

Doordat de stichting niet aan één sector verbonden is en niet-commercieel werkt, staat de organisatie boven de partijen. Daardoor kan ze de initiatieven de nodige samenhang geven, vindt de minister. Bovendien beschikt prinses Laurentien over een groot internationaal netwerk. Dat moet haar in staat stellen de buitenlandse ervaringen goed over te brengen naar Nederland. De minister stelde drie jaar lang maximaal 5 miljoen euro per jaar ter beschikking aan de Stichting Lezen & Schrijven om het nieuwe programma uit te voeren.

Maar de vraag is of de Stichting Lezen & Schrijven, een organisatie met vijftien medewerkers, de impasse rond de laaggeletterdheid wel kan doorbreken. En bovendien: is een stichting die tot nu toe een pr-platform was wel in staat om een inhoudelijke rol te vervullen bij het helpen opleiden van vrijwilligers en buitenlandse voorbeelden naar de Nederlandse praktijk te brengen? ,,Het draait bij de Stichting Lezen & Schrijven te veel om pr, recepties, feestjes en oploopjes met topmannen van bedrijven”, zegt Jos Leenhouts, voormalig topambtenaar bij het ministerie van Onderwijs. Leenhouts, inmiddels actief voor de MBO-raad, mist bij de Stichting zowel de inhoudelijke expertise als de juiste netwerken om de strijd tegen de laaggeletterdheid uit het slop te helpen.

De auteurs van het onderzoek van vorig jaar waren verrast dat juist de stichting van Laurentien de nieuwe voortrekkersrol kreeg toebedeeld. Deze medewerkers van onderwijsonderzoeksbureau Cinop bepleiten gestructureerde aandacht voor ‘best practices’ in binnen- en buitenland om de effectiviteit van de hulp aan laaggeletterden te vergroten. „Maar daar heeft de stichting geen menskracht of kennisinfrastructuur voor”, aldus de onderwijsonderzoekers. „Daarvoor moet je eerder bij een universiteit of ander kennisinstituut zijn.” Inmiddels is de Stichting Lezen & Schrijven begonnen nieuwe mensen aan te trekken. De op 1 maart aangetreden algemeen directeur Merel Heimens Visser heeft meer ervaring in de organisatie gebracht: experts van onder meer het ministerie, uit het buitenland en de onderwijspraktijk. „Het is ongelofelijk wat er in al die jaren met zo’n klein team is bereikt”, zegt Heimens Visser. „Maar onze organisatie moet mee groeien met de huidige stand van zaken.”

Intussen blijven in de lespraktijk twijfels bestaan over het gebrek aan slagkracht van de Stichting. Zo zegt Kees Hammink van de Stichting ABC, die opkomt voor de belangen van de laaggeletterden en daarvoor onlangs 25.000 euro van de Stichting Lezen & Schrijven ontving: „Inhoudelijke ervaring en expertise bouw je niet zomaar op door snel even een paar mensen in huis te halen.”

Wel is hij blij met de nieuwe wind die bij de Stichting waait. „We willen daarom snel met de Stichting Lezen & Schrijven en het veld aan de slag, om toch te proberen goed onderwijs voor laaggeletterden neer te zetten.”

Ondanks deze bereidheid tot samenwerken, noemt Hammink het „een verkeerde keuze” van de minister om de Stichting van prinses Laurentien als regisseur naar voren te schuiven, en haar stichting te subsidiëren. „Het is voor een minister aanzienlijk moeilijker om de prinses iets te weigeren dan een ander iets te ontzeggen,” zegt Hammink.

Ook Jos Leenhouts, de oud-topambtenaar bij het ministerie van Onderwijs, vindt dat de stichting van Laurentien ten onrechte een voorkeursbehandeling krijgt. Dat merkte Leenhouts voor het eerst acht jaar geleden. Toen ontving de Stichting Lezen & Schrijven voor het eerst subsidie van het ministerie van Onderwijs. „Het geld – bijna twee ton – werd in 2004 onttrokken aan het lopende budget voor volwasseneneducatie. Hoewel het om een relatief klein bedrag ging, vond ik de ingreep gek”, aldus Leenhouts. „Je doet toch een greep in de kas, je put uit het budget dat bestemd was voor de regionale opleidingscentra. Maar daar bestond op ambtelijk niveau geen begrip voor. Men vond het alleen maar mooi dat de prinses dat ging doen.”

Het ministerie van Onderwijs ontkent dat het geld uit het lopende budget is gehaald en verwerpt de suggestie dat er sprake is geweest van enige vorm van voorkeursbehandeling. „Het ministerie heeft bewust gekozen voor een nieuwe koers.

Daarbij zijn scherpe keuzes gemaakt die ongetwijfeld tot teleurstelling hebben geleid bij sommige organisaties”, zegt de woordvoerster van minister Van Bijsterveldt. De stichting wijst op de intensieve controle van het parlement op de uitvoering van het subsidieprogramma.

Juist in de Tweede Kamer groeit echter de ongerustheid. Zowel de VVD als D66 vragen zich af of de subsidies voor de stichting goed besteed zijn. Boris van der Ham (D66), zegt: „Ik wil de minister vragen of het geld op de goede plek terecht komt, en of ze niet te veel op de stichting leunt.” De SP gaat nog een stap verder, en wil dat de minister ingrijpt. SP-Kamerlid Manja Smits zegt dat „de ministeries van Onderwijs en Sociale Zaken de regie meer naar zichzelf moeten trekken.” Volgens haar zit daar meer expertise dan bij de stichting. „En die expertise hebben we hard nodig om de strijd tegen de laaggeletterdheid wél tot een succes te maken.”